Herstel bevorderd of belemmerd?
1993-09-10
Ds. J.M. Goedhart - Herstel bevorderd of belemmerd? Noodzakelijke reaktie op 'Een kerk ging stuk'. Dr. W.G. de Vries - Welke kerk ging stuk? Nogmaals: de Vrijmaking in het vuur.- Jaargang 37
- nummer 19
Vorig jaar verscheen het boek 'Een kerk ging stuk', geschreven door ds. G. van den Brink en ds. H.J. van der Kwast. In nr. 19 heb ik er toen enige woorden aan gewijd en Pieter van Kampen publiceerde een interview met de auteurs (nr. 23). In hun boek reageerden de predikanten ook op het in 1990 verschenen cahier van W.G. de Vries, 'De Vrijmaking in het vuur'. Hij beschrijft daarin het ontstaan van de Ned. Geref. Kerken in de jaren zestig. Hij geeft zijn kijk op de tragische gebeurtenissen die leidden tot de buitenverbandstelling van een heel aantal vrijgemaakte kerken. Van den Brink en Van der Kwast stellen hun visie daar tegenover. En alleen al uit deze twee boeken blijkt het objektief beschrijven van wat er gebeurd is uiterst moeilijk te zijn. Je zou denken: genoeg over het verleden. Het.kan nu eenmaal, dat je verschillend aankijkt tegen oorzaken van de breuk. Maar zo niet de vrijgemaakte predikanten Goedhart en De Vries. Beiden reageren op het boek van Van den BrinkIVan der Kwast. De laatste zin van dat boek luidt: "Het is onze bede en wens dat ons werk onder Gods zegen mag bijdragen aan een beter verstaan van wat ons heeft bewogen." Pijnlijk is het om te merken dat hier twee werelden tegenover elkaar staan, die elkaar niet (willen entof kunnen) verstaan: de bedoeling van Van den Brink en Van der Kwast, het laten zien dat het de latere 'buitenverbanders' ging om de eenheid van de kerk van Jezus Christus, wordt niet opgepakt door Goedhart en De Vries.
't Is mij niet duidelijk waarom deze auteurs allebei een boekje hebben geschreven. De overlappingen zijn talloos. Wel wordt zo heel duidelijk hoe van bepaalde vrijgemaakte zijde tegen 'Een kerk ging stuk' wordt aangekeken.
Beide boekjes staan vol met het aanwijzen waar volgens de schrijvers Van den Brink en Van der Kwast de feiten onjuist of onvolledig weergeven. Het zou best kunnen, dat de Ned. Geref. predikanten niet op alle punten volledig en zorgvuldig zijn geweest. Goedhart en De Vries proberen dat in ieder geval aan te tonen. Heel wat zaken echter, die 'Een kerk ging stuk' gedocumenteerd ons voorhoudt, worden door Goedhart en De Vries helemaal of grotendeels genegeerd. Dat maakt hun schrijven niet overtuigend. En daar komt nog iets bij: de toon van de beide boekjes is zo furieus en 'gelijkhebberig', dat er, behalve een mogelijk gelijk op diverse punten, bij mij een heel ander gevoel blijft hangen. Het gevoel dat de stijl van hun kerk-zijn compleet anders is. Ik zal een aantal voorbeelden geven.
Goedhart citeert Van den Brink: "Als je maar goed vrijgemaakt was, je kinderen naar de vrijgemaakte school stuurde, elke letter van de confessie onderschreef en goed 'nee' zei tegen de synodalen, dan kwam je er wel! Die houding! Het was echter niet geoorloofd deze diagnose publiek uit te spreken." En dan gaat Goedhart hierop in: "Wij voor ons - en we lopen toch al een poosje mee - hebben nooit ergens binnen de kerken gehoord of gelezen, dat je er wel kwam als je maar dit en als je maar dat. Wij hebben ook nooit enige preek gehoord, gelezen of gehouden, waarin gesteld werd, dat je er wel kwam als je je kinderen maar gereformeerd onderwijs liet volgen, als je het Gereformeerd Gezinsblad (later Nederlands Dagblad) maar las, lid van het G.P.V. en het G.M.V. of het G.S.E.V. was en zo." (p. 23) Waar Van den Brink het heeft over een houding, per definitie iets dat achter konkrete handelingen zit, komt Goedhart met concrete zaken, zonder te letten op de houding daarin en daarachter.
Hetzelfde treft me in het geschrift van De Vries. Wanneer er een brief wordt genoemd (van K.C. van Spronsen) met het citaat: "Maar de vrijgemaakte kerken staan en vallen niet met 90.000 zielen, dat kunnen er wat mij betreft ook 70.000 worden of minder ...", dan spreekt 'Een kerk ging stuk' direct hierna over 'het klimaat'. En wat schrijft De Vries? "Zo schrijft men toch geen kèrkgeschiedenis!" (p. 8). Alsof een bepaald klimaat in de kerken niet mag doorklinken in een boek. Wat Van der Kwast en J. Kooiman schrijven over het niet ontvangen van ds. Schoep op de synode van Amersfoort-West (april '67), probeert De Vries op een uiterst formele manier te weerleggen (p. 25). Ik ben werkelijk geschrokken hoe De Vries in feite reageert op de scheuring. "Tegenover deze mensen van 'de religieuze oppositie' werden onze kerken bewaard bij het Woord. En àls er iets stuk ging, dan was het niet bij de kerken die zich hielden aan Schrift en belijdenis, in trouw aan de gereformeerde kerkorde, maar juist bij hen die de weg van het experiment op gingen" (p. 26). En de reactie van Van der Kwast op de beruchte uitspraak van ds. P. Lok ("Wil de zaak-van Jezus Christus nog een toekomst hebben in ons land, dan zullen degenen, die bij deze zaak betrokken zijn, elkander voor alles te vinden hebben in de benoeming en waardering van wat er in 1944 in Nederland is geschied binnen de Gereformeerde Kerken") wordt afgedaan met wat K. Schilder ergens eens heeft geschreven (p. 31). Alsof dat het einde van alle tegenspraak is!
Grof vind ik de volgende uitspraak van De Vries: "Want de Gereformeerde Kerken dreigden in een chaos van personalisme, individualisme en independentisme onder te gaan. Maar door Gods genade mochten ze het gereformeerde spoor houden. Ze werden wel gehavend, maar gingen niet stuk." (p.55). Hoe durft en kan iemand dat schrijven!
Wellicht wordt het 'sfeerverschil' tussen enerzijds 'Een kerk ging stuk' en anderzijds de boekjes die als reaktie hierop verschenen met deze zinsneden getypeerd: " ... omdat ds. Van der Kwast met allerlei persoonlijke verhalen komt, die er weinig toe doen..." (De Vries, p. 19) en: "Het gaat er toch niet om wat er van Jan, Piet of Klaas persoonlijk te zeggen valt, maar wel, of de uitspraken en handelingen van de synoden in overeenstemming waren met Gods Woord, de belijdenis en de kerkorde. Laat men de Gereformeerde Kerken van na de Vrijmaking daaraan toetsen en blijven toetsen.
Dan kunnen heel wat verhalen achterwege blijven." (id. p. 56). Zulke zinnen, en het is de hele teneur van de beide boekjes, wekken op z'n minst de suggestie dat het allemaal om het 'kerkelijke' gaat, waarbij het persoonlijke daaraan tegengesteld zou zijn en er niet zou toe doen. Dat is een manier van kerk-zijn die ik niet graag zou overnemen. Ik besef heel goed dat in het leven van gelovigen en van kerken de norm van het Evangelie nogal eens botst met ons gevoel van barmhartigheid, maar de beide schrijvers van de besproken boekjes doen nauwelijks moeite om de indruk te wekken dat dat laatste voor hun visie mede bepalend is. Dat blijkt wel heel schrijnend uit een citaat uit de Schrift bij De Vries. Onafhankelijk van elkaar hebben ds. H. de Jong en ik gewezen op een kenschetsing van de Ned. Geref. Kerken door De Vries: "een huis dat tegen zichzelf verdeeld is", met één keer de toevoeging daarbij: "Volgens Christus zal zo'n huis niet kunnen bestaan" (jrg. 34, nr. 17). Volgens De Vries komen we in 'Een kerk ging stuk' vaak tegen: "maar het is toch een predikant met een lange staat van dienst, een vrome man, iemand die met grote trouw de kerk heeft gediend". En wat schrijft De Vries dan? Het is werkelijk zeer schrijnend.
"Maar wat staat er ook al weer in Ezechiël 18:24?Wanneer een rechtvaardige zich afkeert van zijn rechtvaardige wandel ... zal met geen van onrechtvaardige daden rekening gehouden worden." De suggestie die hiervan uitgaat.... Ik vind het haast huiveringwekkend dat iemand zoiets denkt, en dat vervolgens nog zwart op wit zet ook.
In zijn Woord Vooraf werden we eigenlijk al gewaarschuwd. Daar schrijft De Vries nl.: "De brandende vraag, die de titel van dit boek oproept, is natuurlijk (MJ) meteen: welke kerk ging stuk? De kerk, zoals de Here Christus die vergadert van het begin tot het einde van de wereld? Of een kerk die er eigen specialismen op na houdt? Uit het vervolg zal blijken dat dit de kern van de hele zaak is." (p. 6). Die zelfverzekerde toon, die trekt niet aan, maar stoot af.
In het laatste hoofdstuk van 'Een kerk ging stuk' lezen we: "De vraag wordt gesteld of eventuele samensprekingen moeten uitlopen op volstrekte overeenstemming over alle in dit boek genoemde strijdpunten. Naar onze mening is dit niet het geval. Als het ooit onder de zegen des Heren zover zou komen dat kerken en kerkmensen aan weerskanten van de breuk elkaar weer geheel konden vertrouwen, zou men het verleden aan de Here kunnen overlaten". Goedhart en De Vries schijnen hiervan niets te willen weten, helaas. De Vries geeft bijv. het Nederlands Dagblad en de historicus dr. R. Kuiper een veeg uit de pan. Kuiper heeft een pagina vullende bespreking gegeven van het boek van Van den Brink/Van der Kwast, m.i. heel evenwichtig met vragen aan beide kerkengroepen.
Maar De Vries heeft er geen goed woord voor over. En Goedhart noemt zijn eigen boek een noodzakelijke
(vetgedrukt in zijn boek) reactie op 'Een kerk ging stuk'. Laten we ons maar troosten met de gedachte dat in de vrijgemaakte kerken, getuige een blad als 'Bij de Tijd' en diverse artikelen in het ND, ook mensen zijn met een totaal andere opstelling. Want van gedachten zoals in de boekjes van Goedhart en De Vries hoeven we niets positiefs te verwachten