Gereformeerd appèl

1993-09-10
  • Jaargang 37
  • nummer 19
Een lofwaardig streven
Het Gereformeerd Appèl is een beweging van Chr. Gereformeerden, Nederl. Gereformeerden en Vrijgemaakt Gereformeerden, die zich wil inzetten voor geloofsherkenning en kerkelijke toenadering, aldus een doorgeefbrief van 3 juni jl. Ouderen zullen zich afvragen of de geschiedenis zich gaat herhalen, want kort na de vrijmaking was er ook een beweging die uit was op het herstel van de eenheid van kerkelijk leven en waren er gebeds-samenkomsten.
Er waren binnen de vrijgemaakte kerken nog heel wat broeders en zusters die bewust hadden gekozen tegen de binding aan de leeruitspraken over doop en verbond en de schorsingen die daaruit voortvloeiden. In het boek: Een kerk ging stuk, heb ik uitvoerig uiteengezet wat deze mensen bezielde. De scheuring in de Geref. Kerken in de jaren 1944/45 hadden zij echter ervaren als een ramp voor kerk en volk en daarom drongen zij er op aan om te doen wat mogelijk was ter heling van de geslagen breuk. Dit streven van de vereniging tot herstel werd betwist in de vrijgemaakte kerken. Er moest bekering komen bij de synodalen die een twist hadden met de Here; samen spreken werd als een soort verraad gezien.
De tragiek is dat het streven naar verzoening en hereniging op de duur leidde tot een nieuwe kerkscheuring.
Mij is gebleken dat jonge ambtsdragers, zowel in de vrijgemaakte als in onze kerken, van de ène verbazing in de andere vallen wanneer ze in het al genoemde boek lezen van de strijd zoals die van 1945 af heeft gewoed. Gehoord de reacties zijn er perspectieven voor het streven van het gereformeerd appèl. Het is ongeveer twintig jaar geleden dat ik in ons blad opriep tot een gesprek tussen nederl. en vrijgem. gereformeerden om te komen tot verzoening en herstel van de geschonden gemeenschap. Gemeten naar het aantal ingezonden stukken in het Ned. Dagblad is daar wel één en ander mee losgemaakt, maar het is op weinig uitgelopen. Er zijn enkele bijeenkomsten geweest. maar van vrijgemaakte zijde was er weinig steun, eerder tegenwerking. Het is daarom verheugend dat er nu een nieuw initiatief is gekomen dat de steun heeft van prominente voorgangers. Zou er na zoveel jaren van twist en strijd met grote schade voor de zaak van het rijk een keer komen? Dat geve God.

Provocerend optreden
Wil er vrede komen dan zullen we elkander recht moeten doen. Binnenkort hoop ik één en ander te schrijven over reacties op het boek van coll. V.d. B. en mij die bij enkele vrijgemaakte scibenten helaas eerder wijzen op verharding dan op begrip. Ik was daarom verrast in de doorgeefbrief van het genoemde appèl een interview aan te treffen met Prof. dr. C. Trimp. In de strijd van de Jaren zestig heeft dr. T. zich niet onbetuiqd gelaten, nu gebruik ik bewust een understatement.
Niet zo lang geleden gaf dr. T. in het Ned. Dagblad een sneer in de richting van ds. V.d. Brink en mij door dr. W.G. de Vries na te praten, die ons boek afdeed als een schrijven op basis van huiskamergesprekken.
Daarom was ik te meer benieuwd of dr. Trimp zou terugkomen op zijn scherpe veroordeling, niet slechts van ons gevoelen, maar ook van onze persoon in de jaren 1966/67. Helaas valt er weinig van te bespeuren.
Zeker, Prof. Trimp zegt dat het zeer ontspannend zou kunnen werken als toegegeven werd dat er in de zestiger jaren ernstige fouten zijn gemaakt. "Ook onzerzijds zijn ernstige fouten gemaakt: ik zal de laatste zijn die dat ontkent", aldus C.T. Nu ging het dacht ik niet om fouten maken, maar fout zijn. Dit daargelaten, er blijft meer dan genoeg over, want wanneer onze kerken ter sprake komen zou volgens dr. T. de bijdrage moeten zijn: erkenning dat in de zestiger jaren provocerend is opgetreden, b.v. in het zenden van ds. Schoep naar de G.S. van 1967 en dat er onzorgvuldig is omgesprongen met de confessie en de kerkorde blijkens de registratie daarvan ter synode van Hoogeveen 1969). Het kost moeite je ogen te geloven bij het lezen van deze woorden. Hoe haalt iemand het in zijn hoofd te suggereren dat op de Part. Synode van Noord Holland, die destijds de afgevaardigden naar de Generale Synode van Amersfoort aanwees, de daar vergaderde broeders a.h.W. de koppen bij elkaar hebben gestoken om de komende synode een kool te stoven! Wat een wereld van wantrouwen ligt er achter deze woorden. Welke voorstelling heeft dr. T. van de kerken in Noord-Holland met hun dienaren van het Woord en andere ambtsdragers in die dagen; zouden die zich voor een handeltje lenen? Het was in de kerken van N.Holland beslist niet koekoek één zang in die dagen en afgevaardigden werden benoemd bij (geheime) stemming. Nu was ds. Schoep in 1967 predikant in onze kerken in volle rechten, zodat hij kon worden afgevaardigd naar een particuliere of generale synode, tenzij - en daar is dr. T. blijkbaar voorstander van - een selectie wordt toegepast, die in feite discriminatie is. Op de part. synoden van N.Holland is geen selectie toegepast zoals kan blijken uit de namen van de afgevaardigden naar de synoden van 1945 af. Ook is de part. synode in 1964 niet opgetreden tegen de broeders, die tegen haar besluit in op de G.S. van Rotterdam-Delfshaven de plaatsen van br. P. Flen~ en ondergetekende innamen; evenmin tegen de predikant die in 1967 de plaats innam van ds. Schoep nadat deze was heengezonden. Nu zou er over provocaties in Noord Holland heel wat te zeggen zijn, maar ik heb geen behoefte "alles op te halen", nog minder verder te polariseren; het is al erg genoeg. Wel moet gesteld worden dat voor toenadering een basis van vertrouwen aanwezig moet zijn; die ontbrak in de zestiger jaren en is er o.a. bij dr. Trimp nog steeds niet. Daarom hoop ik dat het streven van het gereformeerd appèl gezegend wordt en het gebed verhoord. Tenslotte: het gaat niet om ons gelijk maar om een herstel van vertrouwen en een aanvaarden in Christus.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief