Toerusten tot liefdebetoon *1
1993-09-10
- mijn echtgenoot laat me vallen- Jaargang 37
- nummer 19
-mijn kind is/gaat dood
- mijn moeder dementeert
- mijn vader vergreep zich aan mij
- ik heb geen werk (meer), tel niet mee
- er is toch geen toekomst voor onze kinderen?
Zomaar een aantal opmerkingen! klachten die je veel kunt horen tegenwoordig.
Diaconie, omwille van de dienst aan de Here elkander dienen, gaat veel verder dan zorg dragen dat geen economische nood bestaat bij leder der kerk. Het gaat om het 'draagt elkanders lasten', in de betekenis van het gezamenlijk dragen van alle in de gemeente aanwezige nood. Dus ook die van zieken, homofielen, dementerenden, verouderenden, stervenden, gehandicapten, werklozen, eenzamen, geestelijk en lichamelijk gekwetsten, zoals die in de eerder genoemde opmerkingen naar voren komt. En zeker ook van de bij die allen naastbetrokkenen, die zich maar al te vaak veroordeeld voelen tot een machteloos toezien bij het lijden van hun geliefden.
Ambtsbediening is in eerste instantie bediening van de verzoening door Jezus Christus, maar in directe verbinding daarmee de vermaning, bemoediging en toerusting van de gelovigen. Toerusting tot het verstaan van hun opdracht als gelovige: getuige zijn van Jezus Christus in woord en werk. Dat heeft uiteraard een naar buiten gerichte kant, de missionaire.
Maar er is ook een naar binnen gerichte: omzien naar elkaar, naar de weduwe en wees in hun druk, verbondenheid betonen met ieder die een last te dragen krijgt.
Liefhebben moet je leren. Daarin moet je onderwezen worden, je hele leven lang. Daarvoor hebben we de regelmatige prediking nodig, én het geregeld huisbezoek, én het onderling toezicht, opdat niemand verachtere in de genade en de God die Liefde is zou kunnen kwijt raken.
Juist op het gebied van je 'toegerust weten' spelen er vandaag vele moeiten. Waar onze hele maatschappij gericht is op het individu en op het individueel welzijn, is het denken fundamenteel aangetast, is het vanzelfsprekender rechten toe te kennen in plaats van liefdevolle hulp te bieden en dus: geven wij een mens recht op alle mogelijkheden voor harmonieuze ontwikkeling en ontplooiing, waarbij harmonieus vooral te verstaan is in de zin van in overeenstemming met zijn persoonlijke aard en aanleg, heeft dus een homofiel evenveel recht op 'zijn' ervaring van liefde als de hetero- en heeft bijv. een vrouw evenveel recht op het ambt als de man.
Bediening van de verzoening door Christus betekent echter niet dat onze aard en aanleg ontzondigd zijn, maar dat de strijd tegen het zondige in onze aard en aanleg niet bij voorbaat uitzichtloos is. Christus roept tot die strijd, maar Hijzelf en in zijn opdracht zijn gemeente staan ons in die strijd ook terzijde. Daarom mag van een gelovige gevraagd worden dat hij strijdt tegen elk verlangen om tegen een gebod van God in te gaan: de hebzucht, de zelfzucht, de hoogmoed, zelfhandhaving, evenzeer als de drang tot zelfvernietiging, de slordigheid en ongeïnteresseerdheid, kortom de liefdeloosheid.
Toerusten tot liefdebetoon betekent vooral duidelijk maken dat Gods liefde werkzaam wil zijn in veel meer dan de gedrukte tekst van de bijbel. Dat heilzame en heilbrengende Woord voedt en brengt vruchten voort van daadwerkeliJk geloof, reden waarom Christus 'het tweede gebod' gelijk noemt aan het eerste. 'Natuurlijk' mag je de rand van je akker niet afoogsten, mag je geen rente vragen van geld dat je aan je broeder in nood leent, moet je omzien naar de weduwe en wees in hun druk, mag je een rijkaard niet naar de ogen zien, het recht niet buigen enz.
'Natuurlijk', want 'Gij geheel anders, gij hebt Christus leren kennen.' Maar... het luistert nauw in de liefde. Mede lijden is wat anders dan iemand zielig vinden, mededeelzaam zijn iets anders dan genadebrood verstrekken. Mee lijden veronderstelt het vermogen lijden te kunnen peilen, beseffen waarin dat lijden bestaat, mee kunnen voelen van de pijn, van de onmacht, van de woede, de opstandigheid, de vermoeidheid. Begrijpen, aanvaarden en niet veroordelen dat die gedurende zeer lange tijd aanwezig kunnen zijn, ook bij een Christen. Begrijpen dat de behoefte over dat lijden te praten soms ontwikkeld moet worden, omdat het erover praten zoveel verlichting kan betekenen, althans voor het moment. Begrijpen ook, dat morgen die behoefte erover te praten er misschien wel weer is, en overmorgen. Want, ondanks al die verlichting blijft de pijn! Geloven betekent namelijk niet pijn kunnen afleggen, maar in Christus en om Christus' wil in alle pijn getroost zijn, ondanks die pijn hier en nu verder kunnen als eigendom van Christus.
En daarom is het ervaren van mede lijden om Christus' wil zo vertroostend. Het bepaalt je bij dat eigendom van Christus zijn.
Diaconaat, dienstbaarheid o.m. door toerusting betekent dan ook dat de ambtsdragers daarin kunnen voorgaan, daarin kunnen aanmoedigen en stimuleren. Weten welke gaven nodig zijn in een bepaalde situatie, weten waar en bij wie die gaven gevonden worden, weten hoe mensen bereid te maken die gaven te ontwikkelen en te gebruiken. Weten hoe God met de H. Schrift kan en wil troosten, maar ook hoe onbarmhartig het verkeerd gebruik van de H. Schrift kan zijn.
Weten hoe heerlijk een bemoedigend woord kan zijn, maar ook hoe verkwikkend een werkelijk luisteren. Weten hoe kostelijk het simpelste gebaar kan zijn (je bent niet alleen!) maar ook hoe kwetsend het 'aan de overzijde' voorbijgaan.
Die kennis, die wetenschap komt je niet aanwaaien. Die moet je vergaren en ermee werken. Elkander dienen, bijvoorbeeld door die wetenschap door te geven aan anderen, om zo hun gaven te ontwikkelen. Maar ook door heel bewust en doelgericht de gaven van anderen te mobiliseren: ga jij daar eens heen vanwege je warme hart, je 'gouden handen', je praktijkervaring, noem maar op. En misschien is het ook andersom wel eens heel nuttig. 'Ga jij. broeder die zo lijdt aan je werkloosheid, aan je eenzaamheid, eens je broeder of zuster X opzoeken.' Ook zo immers kan iemand heel goed ontdekken dat hij in zijn lijden niet alleen staat?
Voorop gaan in het omgaan met het veelvoudige en veelvormige lijden van deze tijd is net als liefhebben iets, dat je waarschijnlijk moet, maar vast ook kunt leren. God geve dat onze overwegingen en gedachtewisseling op deze conferentie daaraan dienstbaar mogen zijn. En als je het zo zegt, kom je als vanzelf uit bij dat hele belangrijke dat God aan al zijn kinderen gegeven heeft: in het gebed mogen we ieder voor zich en voor elkander (elke ander!!) vrijmoedig tot Hem komen en om Christus' wil zullen we vinden wat we zoeken; Hij. onze Verlosser en verhoogde Heiland staat daar naar zijn belofte borg voor door zijn Heilige Geest. '
Noot
1. Toespraak gehouden op de Centrale Diaconale Conferentie - Spakenburg, 7 november 1992. Thema: 'Gemeenteopbouw en diaconaat'.