Persoonlijk

1993-09-10
  • Jaargang 37
  • nummer 19
Maar vroomheid op zich is ten diepste, net zo min als bevindelijkheid, een groepsgebeuren. In een (opwekkings)beweging mag er sprake zijn van sámen opgescherpt worden, het geloof is en blijft persoonlijk. Zo ook de vroomheid.
Intussen is vroomheid niet beperkt tot een bepaalde laag in kerk en gemeente. Het is bijvoorbeeld niet juist als 'de eenvoudige vrome' bij voorbaat wordt afgetekend tegenover 'de geleerde professor'.
Nu is eenvoud altijd kenmerk van het ware. Geloof, dat aan de eenvoud ontstijgt, gaat de ware vroomheid missen, in welke sociale laag van de gemeente dan ook. En in de gemeente kan de hand niet zeggen tot de voet: ik heb u niet nodig. Het moet in de gemeente dan ook uitgesloten worden geacht, dat er sprake is van klassen, rangen en standen. Alle geloof leeft van de rechtvaardiging van de goddeloze. Niet zelden bewaren predikanten dankbare herinneringen aan mensen, die weliswaar niet altijd zoveel boekenkennis hadden, maar die begiftigd waren met grote geestelijke kennis en diep geestelijke wijsheid. Ze waren als Aärons en Hurs rondom de prediking. Maar er zijn ook vrome geléérden, wat niet hetzelfde is als geleerde vromen.
Zij tobben zich af met vragen - zoals ooit Herman Bavinck zei - waarmee de vrouw aan de wastobbe zich niet hoeft in te laten, maar waarin ze toch voor hun tijd een roeping van Godswege hebben. Ze hebben kennis verworven, waarmee ze ook vruchtbaar bezig zijn voor anderen. Studerenden of diegenen, die ooit een wetenschappelijke opleiding genoten hebben, kunnen zo soms dankbare herinnering hebben aan hoogleraren of aan denkers, die hen helpen hun weg te vinden in een wereld, waarin 'Hure Vernunft' het voor het zeggen had. Wanneer zulken overlijden resten nog wel hun geschriften. Hun levende stem wordt echter node gemist. Ze paarden geestelijke wijsheid aan hun wetenschappelijk bezig zijn, omdat hun wetenschapsbeoefening gepaard ging met echte vroomheid.

Dit stukje vormt een onderdeel van een uitvoerig artikel over: 'Vroomheid en geloof onafscheidelijk', van de hand van Ir. J. van der Graaf in 'De Waarheidsvriend'. Het geeft duidelijk aan, dat theologie en vroomheid geen tegenstelling vormen. Het ligt er maar aan hoe men met de theologie bezig is. Het is juist heerlijk om theologie te studeren en daarbij permanent te vragen om verlichte ogen van het verstand om te ontdekken de wonderen van de Wet van onze God en van het Evangelie van onze Here Jezus Christus. Uiteraard moet elk theologisch product getoetst worden aan het Woord van God. Daaraan dient elke theoloog zich te onderwerpen. Daarin uit zich juist zijn schriftuurlijke vroomheid.
De oorspronkelijke betekenis van het woord: vroomheid is: dapperheid. Dan bevind je je in de sfeer van de dappere strijd tegen de zonde, de duivel en zijn hele rijk naar de terminologie van het klassieke Doopsformulier. Ook hier opereren we op het terrein van het Verbond waardoor ons hele bestaan wordt bepaald. Zo mogen we bezig zijn in dienst van de HERE!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief