Rome - Reformatie
1993-09-24
Met betrekking tot de nabeschouwing van drs. H. de Jong over de religieuze herkenbaarheid in relatie tot de uitvaart van koning Boudewijn van België (Opbouw - 27 aug.) moet ik wel even reageren.- Jaargang 37
- nummer 20
Veel van wat daarin staat kan ik onderschrijven. Zelf sta ik in permanent contact met kardinaal Simonis en dat doet me goed, in het bijzonder geestelijk, Ook heb ik evenals De Jong veel respect voor Antoine Bodar, die in verheven stijl zijn weg gaat ter accentuering van het echt katholiek en ter versterking van de christelijke verbondenheid.
Wederzijds. Maar wanneer De Jong zich keert tegen het Reformatorisch Dagblad (gebruikmakende van woorden als: een werkelijk papenvreterig stukje) dan komt bij mij de moeite. Want welke bedenkingen er bij De Jong ook mogen zijn, nooit kan het gebeuren in Brussel worden Uitgetild boven het totale patroon van de manifestatie als onderdeel van een ingrijpende kerkgeschiedenis. Denk aan de stelling: niemand kan God zijn Vader noemen als hij of zij de kerk niet als moeder heeft. Bij Rome is dat de alleenzaligmakende kerk, t.w.: 'L'Eglise hors de laquelle il n'y a point de salut'. De kerk met een geheel van waardigheidsbekleders onder oppergezag van de Paus. De protestanten in Frankrijk met name hebben dat geweten.
Voorts vind ik het weinig gelukkig dat De Jong Abraham Kuyper ter sprake brengt die het met de priesterpoliticus Schaepman zo uitstekend kon vinden (stoelende op dezelfde geloofswortel). Dat was pure strategie bij Kuyper om de meerderheid in het politieke bestel te kunnen realiseren. Het was dezelfde Kuyper die er niet voor terugschrok om compleet de vloer aan te vegen met fijnzinnige ethisch-orthodoxen als Gunning Afschuwelijk. Dat heeft de verhoudingen in protestants Nederland totaal verziekt. Nee, daargelaten de trant van schrijven, moet geconcludeerd worden dat het R.D. redelijk aanvoelt dat er kerkelijk benaderd geen aanleiding bestaat om de Contra-Reformatie bij te vallen. Het afsteken naar de diepte heeft niets te maken met het koesteren van het genadeloze gelijk en ook niet met een vooropgezette vijandigheid jegens de rooms-katholieke kerk. Tot besluit een persoonlijk woord.
Mijn vrouw werkt bijna 10 jaren op een R.K. school. Wat mij betreft, ik verkeer in de kringen van de Waalse Hervormde gemeenten. Toen de Paus naar Nederland kwam, was er een ontmoeting in de Pieterskerk te Utrecht (temple de l'Eglise Réformée Wallonne d'Utrecht St. Pierre). De kerkenraad (consistoire) besloot na lang beraad dit mogelijk te maken maar droeg tegelijk de predikante (pasteur) op de Paus in het Frans bij de ontvangst toe te spreken en hem te herinneren aan de ellende die de Frans-sprekende protestanten (buiten de wet gesteld) hadden ondervonden en hoe de vluchtelingen in Nederland waren opgevangen. Een ernstig verhaal, geborduurd op het stramien van de historie die niet liegt. Door dit te doen komt iemand niet zo spoedig onder de bekoring van het vertoon van macht en glorie. Want die geheimzinnige kant is er wel degelijk, al onttrekt die zich veelal aan het oog. Het is de binnenkant van een wereldwijde organisatie.
Naschrift
Ook ik had met mijn artikel niet de bedoeling 'de Contra-Reformatie bij te vallen'. Stel je voor... Wel vind ik dat de goede oecumenische houding van ons vergt dat we wat goed is in de ander zullen prijzen. Paulus ook, die prees waar hij kon, ook in situaties waarin veel te laken viel. Het RD had daarin zeker royaler kunnen zijn, dat houd ik vol.
Dat Kuypers woord tot Schaepman 'pure strategie was om de meerderheid in het politieke bestel te kunnen realiseren! is (even afgezien van dat woordje 'puur') waar. Maar is dat zo erg? Ook mijn artikel was kerkpolitiek bedoeld omdat naar mijn mening 'Rome' van orthodox-protestantse zijde te gemakkelijk bij het oud vuil wordt gezet. Daar wil Ik, hoe gering mijn invloed ook is, verandering in brengen. Ik denk dat dat een kerkpolitiek doel is en ik schaam me daar niet voor. Dat Kuyper tegenover iemand als Gunning zeer onheus geweest is, was mij bekend. Wanneer ik nog eens ga schrijven over Kuyper en de Hervormden zal ik niet verzuimen dat te vermeIden. Nu evenwel ging het over iets anders.
Wat tenslotte het totaal verziekt zijn van de verhoudingen in protestants Nederland betreft, die komt volgens mij toch meer voor rekening van de negentiende-eeuwse vrijzinnigheid dan van Kuyper. Kuyper ergerde zich eraan dat Gunning en de zijnen dat ongoddelijke gedoe niet flink genoeg bestreden. Daarin ging hij te ver maar bij het verwijt zelf kan ik me wel iets voorstellen.