Reis door Turkije (6)

1993-09-24
  • Jaargang 37
  • nummer 20
Van Efeze naar Milete
In de buurt van Selcuk is nog een toeristische trekpleister, waarvan ik iets vertellen wil, nl. de grot van de zevenslapers. Er is een oud verhaal, dat met die grot te maken heeft. Tijdens de christenvervolgingen in 250 hebben veel mensen een schuilplaats gezocht in de bergen. Zeven jongens zouden dat ook hebben gedaan en zij verborgen zich in een grot. Ze vielen echter in slaap en werden precies 200 jaar later, in 450, wakker. Toen was er geen vervolging meer, want het christendom was algemeen erkend. Toen de jongens later stierven, werden ze begraven in de grot, waarin ze zo lang hadden gelegen. Later is voor de grot een kerk gebouwd en nu nog zijn er restanten van die kerk met delen van fresco's.
In zijn boek 'Gij kustlanden' gaat Dr. C. van der Waal op deze legende nader in. Hij wijst er op, dat in het apocriefe boek 2 Makkabeeën, hoofdstuk 7, gesproken wordt over de marteldood van zeven broers en hun moeder. In een Grieks gebed uit de 16de eeuw wordt over de zevenslapers als volgt gesproken:

"Heer, onze God, die Abdemelek onder de vijgenboom met zes takken hebt doen inslapen en te Efeze de zeven broers Jamblichus, Maximius, Exagustodimanus, Dionysius, Johannes, Antonius en Martinianus, laat ook uw dienaar ... inslapen met een vredige slaap, een rustbrengende slaap, een slaap van leven, een genezende en heilzame slaap. In de naam van de Vader en de Zoon."Of dit gebed tegen slapeloosheid de bidders geholpen heeft, weet ik niet.

Naar Milete
Ten zuiden van Selcuk (het oude Efeze) liggen drie plaatsen, die een bezoek zeker waard zijn, Didyma, Priene en Milete. Vroeger was de weg naar Didyma een heilige weg, omdat de plaats zelf een heilige stad was.
Eigenlijk was het een tempelstad. Nu nog zijn er restanten van de grote Apollo-tempel. Vroeger had deze tempel 124 zuilen met een hoogte van 20 meter. Voordat je de tempel binnengaat, moet je een brede trap van 13 treden passeren.
De Apollo-tempel werd in de oudheid door velen bezocht. Men wilde iets horen van wat de priesters vertelden.
Zij immers waren op de hoogte van wat een in trance geraakte priester had verteld. Het orakel van Apollo trok niet alleen pelgrims, maar ook lieden, die zich de rijkdommen van de tempel wilden eigen maken.
Het beeldhouwwerk op de grote en kleine brokstukken van steen is bijzonder. Onder aan de trap naar de voorhof is bv. een bijzonder gaaf kindergezicht te zien. De steen is wel in tweeën gegaan, maar de stukken passen nog precies op elkaar. De tempel is in 494 voor Christus door de perzen verbrand, maar later weer gedeeltelijk herbouwd. Priene is een heel andere plaats. Er is wel een tempel en ook een theater, maar het is allemaal kleiner. Op stukken steen zijn letters gegraveerd, er zijn gebeeldhouwde voetbankjes van zetels, waarop vroeger de leiders van de stad zaten.
Weer anders is Milete. In de zevende eeuw voor Christus was Milete de belangrijkste plaats van dit gedeelte van het oude Azië. Er werd veel handel gedreven en de plaats had vier havens. Het is een enorme plaats geweest, is enkele malen verwoest en zit thans nog voor 90% onder de grond.
Maar het bijzondere van Milete is toch ook, dat Paulus hier is geweest. Vanuit Assus, waar hij, na een lange wandeling vanuit Troas, aan boord was gegaan bij zijn reisgenoten, kwam hij in Milete (Hand. 20). Hij had zich geen tijd gegund om een stop te maken in Efeze, maar liet de oudsten van Efeze naar Milete komen om een aantal zaken te bespreken. Eigenlijk is dit niet goed gezegd, want uit de bijbel blijkt, dat Paulus niet met de mensen uit Efeze sprak, maar hen toesprak. Hij had een afscheidswoord voor hen. Het is de moeite waard deze toespraak van Paulus eens rustig te lezen. De apostel is er van overtuigd, dat hem in Jeruzalem, waarheen hij onderweg is, "boeien en verdrukkingen te wachten staan". Hij vindt dat niet erg en vindt zijn leven niet kostbaar voor zichzelf, "als ik slechts mijn loopbaan mag ten einde brengen..."
Paulus legt in Milete tegenover de vertegenwordigers van de gemeente in Efeze als het ware verantwoording af. Hij kan dat doen met een rein geweten want hij heeft de gemeente van Efeze Gods Woord bediend. Paulus waarschuwt de gemeente voor 'grimmige wolven', die kunnen binnendringen.
Die beeldspraak hebben de Efeziërs zeker begrepen, want wolven waren in die tijd rond hun woonplaats zeker nog aanwezig. Paulus draagt de gemeente echter op aan de Here "en het woord zijner genade, aan Hem, die bij machte is te bouwen en het erfdeel te geven onder alle geheiligden". Na zijn toespraak bad Paulus met zijn bezoekers en tenslotte brachten zij hem naar het schip. Aan Timotheüs schrijft de apostel later (2 Tim. 4 : 20), dat hij Triofimus ziek in Milete heeft moeten achterlaten. Als je vandaag door het oude Milete wandelt, zie je brokstukken steen, kapotte mozaïeken, steenreliëfs enz. Van de grote handelsplaats is weinig over. Maar eens was Paulus hier.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief