Gods tent bij de mensen (1)
1993-10-08
In Psalm 89:3 wordt van Gods goedertierenheid gesproken als van een huis in aanbouw. Die dichter kijkt terug en beseft dat God al zo lang aan Zijn verlossing bouwt. Dat feit is zelfs de dragende kracht van zijn smeking.- Jaargang 37
- nummer 21
Oog voor de betekenis van dit laatste deel1 van het boek Exodus krijgen we door te bedenken dat de tabernakel het begin is van de dienst der verzoeninq. 2 Die in Christus is vervuld en wordt voleind. Om van deze oudtestamentische dingen te spreken als zaken uit 'Gods oude plakboek' zoals wel is gedaan, zal ieder hoop ik tegen de borst stuiten. Het bijbelse beeld van voorafschaduwing is beter: Gods nabijheid in Christus werpt haar eerste schaduwen hier vooruit. Wie zich dit dieptebesef aanleert gaat hier met zin lezen en kijken. Immers, als gouden de portalen zijn- en dat kun je van de tent van God moeilijk ontkennen-, hoe zullen dan de zalen zijn..?
Stapel
Ook de opeenstapeling van Gods goedertierenheden 3 alleen al in het boek Exodus kun je als een bouwwerk zien.
Immers, de spectaculaire verlossing van Israël uit Egypte is de basis van het koningsverdrag dat de HERE met hen sluit. Op zijn beurt is dat verdrag (de getuigenis 25:16 waarnaar de ark wordt genoemd vs 22) weer de basis van Gods troonark in de tabernakel".
Opnieuw: verrassing!
Dat neemt niet weg dat dit hele tabernakelplan voor de eerstbetrokkenen, Mozes en Israël, als een nieuwe verrassing kwam. Mozes wist immers van nog niet meer dan 'de stenen tafelen die hij in ontvangst zou gaan nemen 24:12.>Israël is zo meteen over het lange uitblijven van Mozes verontrust 32:1. Dat dat oponthoud veroorzaakt zou kunnen zijn door nadere plannen van de HERE, kwam blijkbaar bij niemand op! Daarom: wat een intense VERRASSING bereidt de HERE hier zijn volk! Immers: ná alle maatregelen van hfdst 19 en ná de ontzetting van Israël over Gods geweldige verschijning 20:18 e.v., zou je verwachten dat Israëls Grote Koning nu wel niet in de nabijheid van Zijn volk residentie zal kiezen. Maar dat doet Hij juist wél!
Anders dan vorsten die zich in een paleis terugtrekken op afstand van hun volk, verkiest de HERE, te wonen te midden van Zijn volk! tyleer dan de éne openbaring van Horeb, hoe geweldig ook, is immers Zijn blijvende aanwezigheid.
Wonen tussen hen is Gods doel, 29:46! Neen, - dat wonen betekent niet dat een tabernakel Hem zou kunnen bevatten, vgl. 1 Kon 8:27. Maar dat Hij daar blijvend te vinden, te ontmoeten is voor .wie Hem zocht! Echt: Zijn tent tussen hun tenten!
Het onmogelijke mogelijk
Maar kán dat wel? Denk nog eens aan de veiligheids- en isolatiemaatregelen, die voor de ene ontmoeting van hfdst 20 nodig geweest waren ...! En dan nu een permanent verblijf? Duurzaam resideren van déze Koning onder dit volk? Wat komt daar wel niet voor kijken? Toch onthult dit plan: zó wil de HERE het! De nabijheid van Sinai moet permanent worden, de verbondenheid nog inniger. Je leest wel eens dat natuurkundigen proberen om b.v. de geweldige kracht van een bolbliksem te 'temmen' tot iets dat door mensen beheersbaar is. Welnu, dit tabernakelverhaal gaat maar niet over Gods paleistent en een hele ris voorwerpen die daar in horen. Neen, het gaat over de 'energie' van het wonen van God onder Zijn volk én wat God allemaal opzet>om die er mogelijk én heilzaam te doen zijn! Alles spreekt van Hem.
Van Zijn macht en glorie. Maar Zijn grootste glorie blijkt hier, dat mensen die met geen mogelijkheid zelfs maar in Zijn buurt kunnen komen, bij Hem wonen. 'Opdat zelfs 't wederhorig kroost altijd bij U zou wonen', looft Ps 68:9 (oude ber.). Dat is de genade van de Heer Jezus, weten wij. Als we dan maar beseften dat reeds dit hele paleisplan van God er om draait. Wij mogen delen in dit vroege evangelie voor Israël. 0 ja, dat moet nog heerlijk worden vervuld, Op 21:3. Maar hier is wél het begin.
Cultuur
'Wat we helaas niet met Israël delen, is het gevoel en de smaak voor kleur, vorm en symboliek die zij in hun cultuur hebben gehad. Die hadden ze gemeen met de volken van hun tijd en omgeving, ook al kenden die de ware God niet. Er moet aan ons bij deze hoofdstukken van alles worden uitgelegd waarvan Israëlieten én de 'volkerenrondom' vorm, functie en zin als vanzelfsprekend kehden. Dat geldt voor bijna alles, in dit gedeelte. Trouwens ook voor het relaas als zodanig, - denk alleen maar aan de uitgebreide herhaling in hfdst 35 t/m 40. Goed om je dingen in te prenten en voor te stellen, - wist Israël. Wezenlijk voor instructie en een instructieboek(je).
‘... nu niet in bijzonderheden...’
Laten we dit dus lezen als een bouwplaat in woorden. De HERE heeft trouwens jegens Mozes gebruik gemaakt van zoiets als maquettes en prototypes, 25:9, 40, 26:30 etc. Deze hoofdstukken vormen de minutieuze neerslag in woorden van die kleuren, maten, vormen en modellen. Dat zo'n omschrijving in woorden ook in de bijbel-tijd al als een hele pluk ervaren werd, merken we aan de schrijver van de Hebreeën-brief. Die ziet meestal niet op tegen een uitvoerige aanhaling. Maar als hij het over Gods tent in Israël heeft, veronderstelt ook hij de details maar even bij zijn lezers bekend! Hebr 9:5 slot.
Rondgang door de gemeente
Veel gemeenten kennen de vreugde van een aktie voor een bijzonder doel.
Hulp- en steunaktie voor zending en evangelisatie, aankleding van een kerkgebouw, een mooi orgel, een jubileum etc. Doorgaans niet alleen een zaak van geld. Vaak meer van tijd, inzet, creativiteit. En het onvergelijkbaar plezier van het samen-doen. Dát wil de God van hun verlossing graag van Zijn Israël als inhuldigingsgeschenk, - dat wat ze sámen maken.
Zijn tent uit hun liefde opgetrokken. Dáár woont Hijzelf, daar wordt Zijn heil verkregen, en 't leven tot in eeuwigheid.
Niemand zal kwaad zeggen van huldigingsgeschenken voor vorsten als het jacht de 'Piet Hein' of de 'Groene Draeck', of zelfs de 'gouden koets'. De HERE vroeg van 'ieder wiens hart hem dringt' - dus puur vrijwillig - Zijn 'gouden tént'!
Alleen het beste goed genoeg
In het relaas van 35:20-29 zijn inzet en enthousiasme van de Israëlietische vrouwen en mannen goed voelbaar.
Beweegoffers (van goud): het aanbieden zelf al een eerbetoon aan God. En dan die vrouwen, die da'stotten sponnen en weefden. Maar b.V. ook de (borduur)draden waarmee die werden versierd en doorgestikt. Geitehaarspinnen een nóg weer aparte kunsttechniek, vs 26. Alleen het beste is goed genoeg, - dat klinkt door in elk detail dat de HERE voor Zijn troontent had aangegeven.
ZÓ heeft Israël er ook aan gewerkt. Het was dan wel een kléin kampeerpaleis voor Jahwè (het moest vervoerbaar blijven, nietwaar?), niettemin weerspiegelt de tabernakel in alles duidelijk Zijn luister! Dat levert voor de nieuwtestamentische tempel van God, Zijn gemeente zélf, aanwijzingen op voor de kwaliteit en stijl van het kerk-zijn. Natuurlijk geldt dat allereerst hartsgesteldheid en gemeenschapszin. Maar zo gaat het ook op voor de samenkomst van de gemeente rondom haar Heer. Elk element daarvan dient stijl en kwaliteit te vertonen om Hém. Heilige creativiteit t.a.v. zowel beproefde als nieuwe elementen. De lektuur van deze hoofdstukken kan ons helpen voorkomen, dat de eredienst verwordt tot iets starvormelijks. Of anderzijds tot iets rommelig-kneuterigs. Het gaat altijd nog om Zijn geducht paleis!
De ark het hart 5
De ark blijkt het centrum van alles. Dáár vindt de eigenlijke ontmoeting tussen God en volk plaats, 25:22. Vandaar dat de beschrijving van Gods hele plan vàn de ark uit verloopt". Trouwens, de kwaliteit van de materialen, metalen en stoffen, neemt in luister af naarmate je verder vàn de ark af komt naar buiten". Omgekeerd betekent dat voor de Israëliet die nadert tot de HERE, dat alles steeds méér spreekt van Gods heerlijkheid naarmate je dichterbij komt.
Licht en leven
Tafel en luchter 6 in het heilige dienen om te demonstreren dat Israël levensonderhoud en levenslicht van God verwachten mag. Dat sluit niet uit dat zowel de broden als de olie, 27:20v, als offer dienen. Daarop wijzen de voorwerpen die bij de tafel horen 25:29, alsook die bij de luchter vs 38. Levenslicht en brood zijn voor ons mensen een 'must', ja, maar wél als het goede van Gods huis, Psalm 65:5.
Let erop, hoe de Heer Jezus Zich als 'het brood des levens' (Jh 6) én als 'het licht der wereld' (Jh 8-9) openbaart.
De schaduw van de tabernakel
De eigenlijke tent bestaat uit opstaande wanden van verguld hardhout, overhuifd door dekkleden. Van binnenuit is het kleed van Egyptisch linnen, doorgestikt en geborduurd in diepblauw, dieprood en helrood, het eerst zichtbaar. De hele constructie van de tent is vernuftig. Zie voor het vervoer Num 4. Voor de Israëliet was dit heiligdom een heerlijkheid: te mogen en te kunnen naderen in Gods voorhoven. Hebr 9 ontkent dat niet, maar zegt: het was tóch behelpen. Je mocht niet verder dan de voorhoven. Daarna nam de priester het van je over. En je moest steeds eerst offeren. De weg naar het heiligdom lag toch nog bepaald niet open, vs 8. Daarom gaan we volgende keer nog even door op de rijkdom en toch ook de 'ármoe' van de tabernakeldienst.
Noten
1 Het hier volgende is bedoeld als vervolg op de verkenning van Exodus in dit blad, jrg 32,pp. 141v, 153v, 162v, 169v, verder jrg 32 pp. 329v, 337v, 345v, 353v en jrg 33 pp.241v, 261v, 277v en 293v; tenslotte lopende jaargang (37) pp. 37v, 57v en 77v.
2 Wie verder wil studeren inzake Gods tent bij de mensen,zie ook de gedeelten over de tempel van Salomo(1Konen 1Kr), de tempelvisioenen van Ezechiël, Ez 8 e.v. én Ez 40 e.v. Verder Ezra en Haggaï over de nieuwe tempel, de woorden van de Here Jezus over Zijn tempel,Hebr. 9 enOpenb. 21.
3 Johannes zal later zeggen: zelfs genade op genade,Jh 1:16.
4 Groot vorsten hadden wel een soort 'kisten' als voetbankvoor hunvoeten, met daarin tekenen van hun waardigheid,mogelijk ook verdragsoorkonden.
5 Ik aarzel om het woord 'schrijn' te gebruiken.
Behalve dat dat woord erg onbekend is geworden,zit er het 'luchtje' aan van een kist voor reliquieën. Daarvoor is de verdragsakte perse niet aan te zien! Het woord 'kist' (Gr. Nws. Bijbel) lijkt alledaags. Het gaat tenslotte over niet minder dan de 'voetbank' van Gods troon!
6 Vgl de opeenvolging van onderwerpen in hfdst 25 t/m 31metdie in hfdst 35t/m 40.
7 De overgang van goud naar zilver naar brons,b.V.in haken en voetstukken. En die van het schitterend door gestikte en geborduurde Egyptisch linnen naar minder fraaie de klagen verder naar de buitenkant van de tent.
8 Het prachtige oude woord 'luchter' verdient m.i. hier de voorkeur, zélfs als dat betekent dat mensen een nieuw woord moeten leren. Het derde voorwerp in het heilige, het reukofferaltaar wordt niet hier maarpas30:1-10 vermeld, kennelijk in het verband van de priesterlijke verantwoordelijkheden. Zie overigens de andere volgorde in hfdst 37:1-28!