Verzocht in de woestijn (Matth. 4:1-11)
1993-10-08
Ontsluiten- Jaargang 37
- nummer 21
Als Gods Geest mensen aangrijpt, kan Hij hun gezichtsvermogen op een bijzondere wijze ontsluiten. Dan zien ze ·dingen die anderen niet zien en die ook zijzelf op andere momenten niet zien. Een voorbeeld daarvan is de apostel Johannes. Het ene moment ziet hij vanaf de aarde wat zich afspeelt in de hemel. Het andere moment overziet hij vanuit de hemel de hele aarde en wat daar gebeurt. En weer een andere keer ziet hij in prachtige, indrukwekkende vergezichten de nieuwe aarde.
Maar ook de geest uit de afgrond kan ons gezichtsvermogen bespelen. Dat doet hij ook bij Jezus. Daarvoor wordt Jezus eerst weer door hem meegenomen. We hebben bij vss. 5-7 al gezien hoe ingrijpend dat is. Om enigszins aan te geven wat we ons daarbij moeten voorstellen, verwijs ik naar 2 Cor. 12, waar Paulus vertelt dat hij weggenomen werd tot in de derde hemel, naar het paradijs (vss. 2-4). Tot twee keer toe vermeldt hij daar, dat hij niet weet of dat in of buiten het lichaam plaatsvond. Met andere woorden: iets dergelijks kan op twee manieren gebeuren en wel z6 dat je er met huid en haar bij betrokken bent en het ook lichamelijk meemaakt, maar het kan ook zo zijn dat je er slechts voor een deel bij betrokken bent, dat je geest wordt weggevoerd en je lichaam gewoon blijft waar het is.
Dat laatste was bijvoorbeeld het geval met Johannes op Patmos. Tijdens zijn visioenen is hij niet van Patmos weggeweest.
Lichamelijk was hij daar van top tot teen aanwezig. Maar toch werd hij weggevoerd in de geest op een hoge berg (21 :10). En daar werd hem de heilige stad, het nieuwe Jeruzalem getoond. Hij had er een prachtig uitzicht op. Iets dergelijks gebeurde ook met Jezus. Hij werd weggevoerd naar een hoge berg en daar werden alle koninkrijken der wereld en hun heerlijkheid aan Hem getoond.
Aanbod
Ook hier is het schokkend om te zien dat de satan over de huiveringwekkende macht beschikt de Zoon van God te kunnen manipuleren, mee te voeren en Hem van alles te laten zien.
Alle pracht en praal van de wereld, alles wat in deze wereld indrukwekkend is, krijgt Jezus te zien. En dat is nogal wat! Politieke en militaire macht, reusachtige schatkamers vol goud, zilver en edelgesteenten, de triomfen van wetenschap en techniek, de hoogtepunten van kunst en cultuur: dat alles zag Jezus aan zijn ogen voorbijtrekken.
Dat alles zal ik U geven, zei de satan. Heel die verblindende schittering, de onbegrensde macht over alle volken, het onbeperkte beschikkingsrecht over alle rijkdommen, schatten en mogelijkheden op aarde. Dat alles, niets uitgezonderd, geef ik aan U, Jezus van Nazareth, Zoon van God en Zoon des mensen. U hebt het voor het grijpen.
De satan citeert er geen bijbeltekst bij. Dat zou trouwens gemakkelijk genoeg geweest zijn, want ook volgens de Schrift zou al die rijkdom immers voor Hem zijn. We kunnen daarbij denken aan Ps. 72, waar de Messiaskoning getekend wordt. Hij heerse van zee tot zee, van de rivier tot de einden der aarde. Konlnqen zullen hem geschenken brengen en schatting offeren. Men zal hem van het goud van Scheba geven. Daar staat het ondubbelzinnig. De Messiaskoning zal alle macht op aarde bezitten.
AI die rijkdom zal aan zijn voeten gelegd worden. Hij zal er vrij over kunnen beschikken.
We kunnen ook denken aan Jes. 9:5,6: een Zoon is ons gegeven, de heerschappij rust op zijn schouders en groot zal de heerschappij zijn op de troon van David. Ook Zach. 6:13 kan hier genoemd worden: de Messias zal als heerser zitten op zijn troon en met majesteit bekleed zijn; zijn heerschappij zal zich uitstrekken van zee tot zee en van de rivier tot de einden der aarde.
Aansluiting zoeken
Om die heerschappij te verkrijgen was Jezus gekomen. Hij moest erop aan werken dat Hij als koning zou heersen.
Wat de satan Hem aanbiedt, is dus niet volkomen vreemd aan zijn opdracht en ligt niet buiten zijn gezichtsveld. Integendeel.
Hij wist dat Hem alle macht gegeven zou worden. Maar Hij wist ook dat Hij dat pas bereiken zou dwars door lijden en dood heen. Jes. 53:10-12 stond Hem om zo te zeggen op het lijf geschreven: wanneer hij zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, dán zal hij nakomelingen zien. Om zijn moeitevol lijden zal hij het zien. Dáárom zal hij met machtigen de buit verdelen. Jezus had zich erop voorbereid dat zijn Vader Hem het koningschap zou geven in de weg van lijden en sterven.
En nu komt de satan en zegt: ik zal het U geven. Opnieuw knoopt hij dus aan bij iets dat voor Jezus van groot belang is en waar Hij naar uitziet. Daarin ligt ook de kracht van de verzoeking. Het hoort bij de methode en techniek van de satan dat hij bij het verzoeken aansluiting zoekt bij wat iemand graag wil. Dat is ook heel begrijpelijk. Als je een jongen die dolgraag een duur fototoestel wil hebben, zo'n toestel in het vooruitzicht stelt op voorwaarde dat hij op school goed zijn best doet, zal hij waarschijnlijk inderdaad zijn best gaan doen. Het in het vooruitzicht gestelde toestel stimuleert hem. Maar als je hem iets in het vooruitzicht stelt dat hem helemaal niet interesseert, is er geen sprake van een stimulans. Om iemand ergens toe te krijgen moet je inspelen op wat hij graag wil. Dat doet de satan hier. Hij weet dat het toekomstige koningschap Jezus bezighoudt.
Daar knoopt hij bij aan. Want hij beseft: als ik Jezus dat koningschap, het bezit van alle macht en luister en rijkdommen, in het vooruitzicht stel, kan ik zeker zijn van zijn aandacht, want Hij is daarin geïnteresseerd. En daarom zegt hij: dat alles zal ik U geven.
Geen bluf
Ik. Is dat geen bluf van de satan? Kan hij dat terecht zeggen of is het een leugen? Op die vraag moet in tweeërlei zin geantwoord worden. In de eerste plaats moet gezegd worden dat het geen bluf van de satan is, want hij is immers de overste van deze wereld. Dat is een naam die Christus hem gegeven heeft (Joh.
12:31; 14:30; 16:11). Daarmee is gezegd dat hij deze wereld in zijn greep heeft. Dat is de realiteit.
In de oudtestamentische tijd had hij heel de wereld op Israël na in zijn greep. En zelfs Israël bevond zich meer dan eens voor het grootste deel in zijn kielzog. Het is werkelijk indrukwekkend om te zien hoe groot zijn macht is. Het verlossingswerk van God lijkt angstig klein en armoedig in vergelijking met de massieve invloed van de satan. Deze wereld met alles wat erin is, is weliswaar het eigendom van God, want Hij heeft het alles gemaakt.
Maar ze is bezet gebied. De satan heeft een invasie op touw gezet. En de mens haalde hem binnen in Gods schepping. De mens fungeerde als een vijfde colonne. En zo kon de satan de wereld bezetten, op een klein stukje na, Israël, waar God hem nooit volledig liet slagen en zo de weg naar de toekomstige bevrijding van.de wereld uit de macht van de satan openhield.
Vanuit deze gezichtshoek gezien is het voorstel van de satan dus geen bluf en grootspraak.
Je zou het kunnen vergelijken met demonstranten die een of ander gebouw bezet houden. Ze hebben niet de bevoegdheid daar de dienst uit te maken, maar doen het wel. Dat gebouw is op dat moment in hun macht. Dat is de feitelijke situatie. En vanuit die situatie kunnen ze zeggen: als aan onze eisen wordt voldaan, zullen we het gebouw ontruimen. Dat is geen bluf maar spreken vanuit een onderhandelingspositie.
Wel bluf
Anderzijds moet er in dat geval toch weer wel van bluf gesproken worden. Want als de politie ingeschakeld wordt om het gebouw te ontruimen, blijkt dat de macht van de bezetters uiteindelijk geen reële basis had. Dat geldt ook met betrekking tot de satan. Hij bluft niet. Hij heeft de wereld werkelijk in zijn greep. De volken lopen allemaal achter hem aan. Daarom kan hij met zijn voorstel komen en tot Jezus zeggen: dit alles zal ik U geven als U mij aanbidt.
Aan de andere kant is er wel sprake van bluf, want zijn macht over de wereld heeft geen reële basis. Maar om dat te zien, het vast te houden en ervan uit te gaan is geloof nodig in God en zijn verlossingswerk. Want als je zonder geloof rondkijkt in deze wereld, komt de macht van de satan op een overweldigende wijze op je af.
In die feitelijke macht ligt de kracht van de verzoeking die nu op Jezus afkomt. Kijk eens, zegt de satan tot Hem, al die macht en heerlijkheid en rijkdom van de wereld zijn van mij. Maar ik ben bereid dat alles weg te geven. Op een heel simpele manier kan het uw eigendom worden.
Paraplu
Wat zal Jezus doen? Zal Hij alleen maar oog hebben voor de macht die de satan op dat moment bezit? Zal Hij alleen maar zien wat voor ogen is? Of zal Hij achter de buitenkant van de dingen God zien staan?
Als Jezus onder de indruk is geraakt van de macht van de satan, zodat die zijn zicht op God belemmert en blokkeert, is er een voedingsbodem ontstaan voor het luisteren naar de satan en het gehoor geven aan zijn voorstel.
Dat moeten we ons goed bewust zijn. Wanneer we ons door de omstandigheden of door bepaalde gebeurtenissen het zicht op God laten ontnemen, zijn we een gemakkelijk doelwit van de satan. Wanneer we onder de indruk raken van wat er in ons leven en in de wereld om ons heen gebeurt en ons er z6 door laten overspoelen, dat Gods Woord en beloften ons uit handen glippen en ons niets meer te zeggen hebben, dan zijn we weerloos geworden voor de aanvallen van de satan.
Wanneer het stortregent en je loopt buiten onder een paraplu, geniet je een redelijke bescherming en word je niet doornat. Maar als je geen paraplu bij je hebt, heb je geen enkele bescherming.
Dan ben je in een mum van tijd door en door nat en doorweekt. Gods Woord en beloften zijn als zo'n paraplu. Alleen als we die paraplu gebruiken, houden we zicht op God en doorzien we de verzoeking van de boze. Het is van wezenlijk belang die paraplu altijd bij de hand te hebben.
Weg van de minste weerstand
De satan confronteert Jezus met de realiteit van zijn macht en zegt dan: ik weet dat U gekomen bent om mij deze geweldige macht te ontnemen. U wilt dat doen langs de weg van lijden, kruis en dood. Nog afgedacht van de vraag of die weg U werkelijk naar het beoogde doel brengt, is er geen moeilijker en miserabeler methode denkbaar.
Waarom gooien we het niet met elkaar op een accoordje? Ik ben bereid U al die koninkrijken met hun heerlijkheid, macht en rijkdom op een presenteerblaadje aan te bieden. U kunt dat alles in bezit krijgen op een veel eenvoudiger en plezieriger manier dan U denkt. Er is geen levenslange moeizame gang voor nodig. Het kan op een heel simpele manier. U hoeft U slechts een ogenblikje voor mij in het stof te werpen en mij hulde te brengen. Ik vraag niet meer dan dat U even voor mij door de knieën gaat en mijn machtspositie erkent. Dat is inderdaad heel wat gemakkelijker dan de weg van het lijden gaan.
Het kost heel wat minder inspanning en uithoudingsvermogen. Het is de weg van de minste weerstand, van het snelle, gemakkelijke succes. Maar als Christus die weg gekozen had, zou hij ondervonden hebben hoe voos en onbetrouwbaar het woord van de satan is. Dan zou Hij erachter gekomen zijn dat de satan ten diepste toch blufte. En Hijzelf zou, net als de eerste Adam, in de greep van de satan gekomen zijn en zo Gods verlossingsweg onbegaanbaar gemaakt hebben.
Gelukkig had Jezus de .paraplu van Gods Woord op. Die beschermde Hem tegen de verzoeking. Met Ef. 6:17 kunnen we ook zeggen: Hij had het zwaard van de Geest, Gods Woord, bij de hand en verjoeg daarmee de satan.
De laatste Adam is in de verzoekingen staande gebleven. Alle aanvallen van de boze ketsten af op zijn geestelijke wapenrusting. En zo bleef de weg naar de definitieve bevrijding van deze wereld uit de macht van de satan, de weg naar het paradijs, open.
Op weg naar het paradijs
In de kracht van Gods Woord bleek Jezus sterker dan de satan. Maar nog steeds gaat de satan op aarde rond als een briesende leeuw op zoek naar prooi. Daarom hebben wij nog dezelfde strijd te voeren, een strijd niet tegen vlees en bloed maar tegen de verleidingen van de duivel (Ef. 6:11,12). In diens tactiek is niet veel verandering gekomen. Hij zoekt aansluiting bij onze omstandigheden en probeert dan onze afhankelijkheid van Gods Woord te ondermijnen of ons tot een Schriftgebruik te verleiden waardoor we God voor onze eigen karretjes spannen of ons zover te krijgen dat we om ons doel te bereiken voor hem door de knieën gaan. Dat laatste kan heel verleidelijk zijn als je iets bereiken wilt in het leven.
De weg daarheen is vaak lang, moeizaam en inspannend. Als je die zware weg nu omzeilen kunt door eventjes de hand te lichten met je christen zijn, dan is dat toch heel aantrekkelijk!
Er is maar één manier om die verzoeking te weerstaan: net als Jezus het zwaard van de Geest hanteren, de paraplu van Gods Woord en beloften boven je hoofd houden. Als je dat doet, ben je op weg naar het paradijs.
Dat blijkt bij Jezus. Als Hij de satan heeft weerstaan en weggejaagd, komen er engelen, niet om Hem, zoals bij de eerste Adam het geval was, met vlammende zwaarden weg te drijven, maar om Hem te dienen. En zoals Adam in het paradijs ongedwongen omging met de dieren, was ook Jezus bij de wilde dieren, vertelt Marcus (1:13). Dat is al even een voorproefje van het messiaanse rijk (vgl. Jes. 11:6-8; 65:25). Nu de laatste Adam de verzoeker heeft weerstaan, zijn we met Hem op weg naar het paradijs, waar het messiaanse koningschap van Jezus ten volle realiteit zal zijn.