Reis door Turkije (7)

1993-10-08
  • Jaargang 37
  • nummer 21
Colosse, Hierapolis en Laodicea
Ongeveer 270 meter ten Oosten van het oude Efeze ligt Pamukkale. Als je daar heen rijdt, kom je langs Afrodisias.
Deze plaats was vroeger het centrum voor de verering van de godin Afrodite en dus was er een speciale tempel. Daarvan zijn nu nog slechts een aantal restanten te zien, zeker de moeite waard om te bekijken. We zijn er maar kort geweest, want, eerlijk gezegd, hadden we op dat moment naar ons gevoel voldoende zuilen gezien. En ook de mooie graftomben, de prachtige kapitelen en de overblijfselen van het theater konden ons maar matig interesseren. We bleven er dus maar kort, want we waren op weg naar Pamukkale en dat betekende, dat we Colosse, Hierapolis en Laodicea te zien zouden krijgen. En ook daar zou wel weer wat ouds zijn te zien... Pamukkale is een bijzondere plaats. Daar is een bron, waaruit kalk- en koolzuurhoudend water komt met een temperatuur van 35 graden. Als dat alles verdampt, wordt er kalk afgescheiden en dan stroomt dat water in grote witte vlokken over het landschap. Met als gevolg, dat er witte kalkterrassen worden gevormd. De zwembaden bij de hotels zijn heerlijk van temperatuur. Pamuk betekent katoen en kale kasteel, zodat je de naam van deze plaats zou kunnen vertalen door katoen kasteel. Nu, daar lijkt het ook wel op, want de kalkterrassen geven op afstand net een verzameling wit katoen te zien. Als je er over heen loopt kan het glad zijn, maar telkens zijn er plekken met water.
Vroeger lag hier de plaats Hierapolis, die ook in de bijbel wordt genoemd. Voordat we in Pamukkale kwamen, waren we echter in Denizli, een industrieplaats waar weinig moois te zien. De oogst van het land wordt hier verwerkt. Op de weg erheen zagen we de mensen, vooral vrouwen, bezig op het land. En ezels zijn er natuurlijk ook voldoende om van alles en nog wat te vervoeren. In de buurt van Denizli lag het oude Laodicea. Een bord met 'Laodikya' wees ons de weg. Van de grote stad, die Laodicea eens geweest moet zijn, is niet veel meer over. Op een heuvel van ongeveer 50 meter zijn restanten te zien van een stenen waterleiding. Ook zijn er ruïnes van theaters en van een kerk. Die waterleiding was trouwens iets bijzonders. Met behulp van een hoge druk-systeem werd water vanuit een bron over een traject van 14 km naar Laodicia gebracht. Het beeld van het water Uit de brief in Openb. 3.14 e.v. IS voor de gemeenteleden geen vreemd beeld geweest. Ze wisten veel af van water, ook van heet en lauw water, want Hierapolis met z'n speciale water lag dichtbij.
Vanaf de weg zagen we restanten van Laodicea liggen. Het was ons echter een raadsel, hoe we er moesten komen. Tussen de weg en de heuvel lag namelijk een spoorlijn. Dat is al wat bijzonders, want veel spoorlijnen heb je niet in Turkije. Na wat heen en weer gerij kwamen we er achter, dat we 'gewoon' over de spoorlijn moesten rijden - er was een soort pad gevormd - om bij de ruïneheuvel te komen. Zo gezegd, zo gedaan. We waren de spoorlijn zo'n 20 meter gepasseerd, toen er een goederentrein achter ons over de rails ging. Een spoorlijn zien in dit landschap was al bijzonder. Dat er ook nog net een trein zou kunnen komen - misschien gebeurt dit 1 of 2 keer per dag - hadden we niet bedacht.
Sindsdien wordt er beter opgelet. Aan het slot van Paulus' brief aan de gemeente in Colosse wordt Laodicea enkele malen genoemd (hoofdstuk 4 : 13 e.v.). Paulus brengt de groeten over van Epafras, die ook bestemd zijn voor de gemeenten in Laodicea en Hierapolis. Ook vraagt hij om de brief door te geven aan de gemeente van Laodicea - afstand Colosse - Laodicea ongeveer 70 km -, terwijl hij wijst op de brief, die laatstgenoemde gemeente van hem heeft ontvangen. Deze brief is verloren geraakt, want er is niets van bekend. Laodicea is als kerkelijk centrum bekend geweest. In 380 werd er daar een synode gehouden, terwijl de kerk ook vertegenwoordigd was op het concilie in Nicea in 325.
Johannes heeft nogal wat aanmerkingen op de gemeente (Openb. 3). Er is veel lauwheid, men heeft zich verrijkt en heeft nergens gebrek aan. Er is bekering nodig, maar Jezus blijft aan de deur staan en Hij klopt.
In zijn brief aan de Colossenzen noemt Paulus Colosse en Laodicea in één adem (Col. 2 : 1). Voor beide gemeenten heeft hij zich ingespannen. Van de plaats Colosse is niets meer over. We wisten het, toen we er heen reden, maar keken toch raar op, toen we een dikke bult van naar schatting 40 meter zagen, die het oude Colosse moet voorstellen. Het lijkt er op, dat de plaats is verwoest en dat alles op een hoop is gegooid en dat daarmee de kous af was. .
Op de bult was een jong echtpaar aan het werk, op het bovenste deel, want onderop waren alleen maar stenen te zien. Maar hogerop bloeiden er bomen en groeide er blijkbaar iets. De omgeving is overigens prachtig. Bloeiende bloemen, vlakbij de bult een groot veld met lavendel. Colosse is verdwenen. Men heeft het niet nodig gevonden opgravingen te doen. Eens heeft hier Nymfa gewoond (Col. 4 : 15). Hier werkten Epafras en Filemon. Het Woord is er door hen verkondigd en nu staat er een niet zo lang geleden gerestaureerde moskee.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief