Afscheid
1993-10-08
Het was nacht, maar het was niet donker. Epifanie lag op haar slaapmat en ze kon duidelijk haar zusjes zien die naast haar sliepen. De maan was rond en haar witte licht scheen naar binnen door de vele kieren van de luiken die onhandig voor de ramen hingen. Ramen waren het eigenlijk niet, het waren gaten in de muur zonder glas erin.- Jaargang 37
- nummer 21
Het was stil buiten, alleen de krekels snerpten hun consert. Epifanie kon niet slapen, ze voelde zich zo verdrietig.
In het kamertje naast haar kraakte het bed van haar ouders, ze hoorde voetstappen, even later knerpte de buitendeur. Iemand ging zeker even naar de wc. Epifanie sprong geruisloos op en sloop ook naar buiten. Daar stond vader. Het zag er niet naar uit dat hij naar de wc. geweest was, hij stond stil te kijken in de verte. Hij hoorde zijn dochter niet komen en schrok toen ze zachtjes langs zijn hand aaide ... Ik kon niet slapen", zei Epifanie meteen ... Ik ook niet", zei vader met een droevige glimlach. Ze gaven elkaar een hand ... Hoe moet dat nou als de muzungu's weggaan?", vroeg het meisje zachtjes. (Muzungu's betekent: blanke mensen.) ..God weet het", antwoordde vader ... Waarom laat God ze weggaan?", vroeg het meisje verder. Vader zei niets ... Nu heb je geen werk meer. En als we ziek zijn, wie koopt er dan medicijnen voor ons?
We krijgen ook geen kleren meer ....., ze zweeg even en toen vroeg ze: ..Papa, waarom zijn muzungu's zo ' rijk? Houdt God meer van hen of kennen ze geheime gebeden, of doen wij iets fout?" Vader keek zijn dochter aan, hij dacht even na... God houdt ook veel van ons, dat weet ik zeker", begon hij, ..en er zijn muzungu's die met al hun geld toch ziek 'worden en sterven, of die ruzie hebben met hun vrouw. Er zijn zelfs een heleboel muzungu's die lachen om God, die denken dat ze sterker zijn dan Hij." Epifanie zuchtte verschrikt. ..Ik weet niet waarom muzungu's altijd rijk zijn en Rwandezen meestal arm", ging vader verder, ..maar ik weet wel dat God ons altijd genoeg heeft gegeven en dat Joshua niet dood is gegaan, toen hij zo ziek is geweest vorige maand, en dat je moeder genezen is van de boze geest waar we zo bang voor waren, en dat we nooit honger hebben gehad. En God heeft ons toch ook die muzungu's gegeven? Wie weet heeft Hij weer ander werk voor me en anders ga ik met moeder op het land werken, dan hoeven we geen werkers meer te betalen."
Het leek wel of vader wat opvrolijkte om zo te praten en Epifanie voelde zich ook al niet zo droevig meer. ..Als we morgen bij ze gaan eten" ,zei ze opeens haast vrolijk, ..dan trekken we kleren aan die we van ze hebben gekregen, ja? En heb jij een kadootje gemaakt? Mama heeft iets moois geweven." ..Ja mijn meisje, goed idee. Het komt allemaal goed.
Nou gaan we slapen, maak je zusjes niet wakker." ..Ja papa, en maak jij mama en Joshua niet wakker"
plaagde Epifanie en ze slopen naar binnen.
Het was nacht, maar door de gordijnen scheen zoveel licht dat zelfs de platen aan de muur zichtbaar waren. In bed, in een huis niet zo heel ver van dat van Epifanie lag een Nederlandse jongen. Hij kon niet slapen. Hij stapte uit bed en keek achter het gordijn. De tuin met bananebomen, avocadobomen, bloemen en groenten lag in een wit licht, alsof het vroor. Maar het vriest nooit in Rwanda. De betonnen vloer was kil aan zijn voeten en de jongen liet het gordijn los en liep naar de W.C. Toen hij terug wilde gaan naar zijn bed, botste hij bijna tegen zijn moeder aan... Mam, ik kán niet slapen", zei hij meteen. Zijn moeder liep mee naar zijn bed, stopte hem in en ging even naast hem zitten op de deken... Weet je waarom je niet kunt slapen?", vroeg ze. De jongen zuchtte. “Ik wil niet weg", zei hij, ..en ik denk steeds maar aan Yohanni. ..Hoe moet dat nu met hem? Ik vind het gemeen van de eigenaar van het huis dat Yohanni alteen mag blijven als hij dag en nacht werkt, de hele week door." ..Ik vind het ook gemeen", antwoordde moeder meteen, ..en dat heb ik ook wel gezegd, maar het was wel een beetje te verwachten, zo gaat het meestal. En de man die nu het huis komt bewaken als het leeg is, die is ook arm, veel armer dan Yohanni."
..Mama, waarom maakt God de Rwandezen zo arm dat er een heleboel dood gaan van honger en ziektes en de blanken zo rijk dat ze allemaal in auto's kunen rijden en de bomen doodmaken en eten weggooien?"
..Ach jongen", zei moeder, "dat doet God toch niet, dat doen de mensen.
Wie rijker is, is sterker en de' sterken buiten de zwakken uit." "Maar dat doen wij toch niet!", riep de jongen uit.
"Sst", suste de moeder, ..niet expres in elk geval, maar het is allemaal zo ingewikkeld." ..Toch snap ik niet dat God er niks aan doet", mopperde de jongen ... Als ik God was, dan zou ik zeggen: eerlijk delen, of anders ..." ..Of anders wat?" "Nou, gewoon, jij laat ons toch ook niet vechten en dingen van elkaar afpakken." ,,0 nee?", vroeg de moeder, "vechten jullie nooit?"
"Nou ja, maar God kan alles, jij kan niet alles." "Ik zou jullie wel altijd in een aparte kamer kunnen zetten."
"Nee, dan waren we geen echte kinderen meer, altijd alleen in een kamer."
"Zie je", zei de moeder, "om echte kinderen te zijn heb je vrijheid nodig en die kun je goed en slecht gebruiken.
Zo heeft god stenen gemaakt en die liggen waar ze liggen én mensen en die kunnen hele mooie én heel lelijke dingen doen." Het was even stil. "Maar hoe moet het nou met Yohanni en zijn familie?", vroeg de jongen toen weer. De moeder zei niks, ze keek naar het witte licht van de maan. Yohannl gelooft nog meer in God dan wij, hè?", vroeg de jongen. "Hij praat er zo vaak over en hij leest altijd maar in de Bijbel en toen zijn fiets gestolen was zei hij: Jezus heeft fietsen genoeg.
Als Hij wil geeft Hij me zo een nieuwe." De jongen grinnikte, hij zag al een fiets aankomen op een wolk.
"Morgen komen ze eten, hè?", ging hij verder, en als we naar het vliegtuig gaan, gaat Yohanni mee, hè? De moeder knikte. "Ga je dan ook huilen, mam, als we weg gaan en ga je hem een kus geven?" "Denk je dat hij dat prettig zou vinden?", glimlachte moeder. "Hij zou het gek vinden", zei de jongen, "maar hij zou het niet gek vinden om midden op het vliegveld samen te bidden!" "En jij?", vroeg moeder. "Ik ook niet", zei de jongen, "God blijft hier en God gaat met ons mee. Da's een mooi idee." "Juist", zei moeder zacht. Ze stond op en gaf haar jongen een kus. "En nou lekker slapen."
Hij knikte en draaide zich op z'n zij.
Afscheid nemen is moeilijk!