Waar gebeurd?
1993-10-22
In 'Opbouw' van 16 juli (1993/15) werd een bijdrage gepubliceerd onder de titel 'Thuis mocht alles '. Het was een verhaal van een jonge vrouw die thuis de indruk had gekregen dat haar ouders niet in haar (en in haar broer) geïnteresseerd waren. Alles mocht, ze moest maar zien wat ze deed.- Jaargang 37
- nummer 22
De 'ik-vorm'
Het verhaal van Els werd in de ik-vorm weergegeven, d.w.z.: zoals het mij verteld was. Daarmee sloot het aan op een schrijfstijl die tegenwoordig in de literatuur, in de pers en in de hulpverlening wel vaker wordt gehanteerd om emoties duidelijker naar voren te doen komen. Helaas hebben sommige lezers door de 'ik-vorm' de indruk gekregen dat het verhaal van Els te maken had met mijn eigen levensgeschiedenis. Ik heb me die valkuil niet voldoende gerealiseerd, omdat haar verhaal juist zo totaal anders was dan het verhaal van mijn eigen jeugd. In de beschrijving van de ouders van Els zou ik op geen enkele mogelijkheid mijn eigen ouders kunnen herkennen. 'Opbouw' zou ik trouwens ook nooit gebruiken om kritiek te geven op het gezin waar ik ben opgegroeid. Om te voorkomen dat lezers een onjuiste indruk zouden krijgen van het gezin waar ik ben opgegroeid heb ik er behoefte aan om e.e.a. (al is het dan een aantal maanden later) toch nog recht te zetten. Het spijt me dat het verhaal van Els bij èen aantal lezers door de 'ik-vorm' mogelijk een verkeerde indruk heeft gewekt.
Iedere gelijkenis berust op louter toeval
Wellicht ten overvloede nog een aanvulling.
Hoe zit dat met die verhalen (in de vakliteratuur: casuïstiek) die regelmatig onder mijn naam worden gepubliceerd? Gewoon: je hoort wel eens wat, je leest soms een verhaal, je spreekt wel eens iemand. Alleen: de inhoud klopt zelden precies met de werkelijkheid (dit vanwege de privacygevoeligheid van een aantal gegevens).
Soms vallen in één bijdrage ook meerdere verhalen samen. Bovendien worden er altijd enkele gegevens gewijzigd.
Oftewel, zoals soms bij een Tv-programma wordt aangegeven, 'iedere gelijkenis met een bepaald persoon berust op louter toeval'. Tenslotte: de beschreven gesprekken werden vaak gevoerd met mensen die niet uit onze kerken afkomstig zijn. Een reden temeer om niet bij voorbaat al te denken dat u (in onze kleine kerkelijke gemeenschap) wel weet wie de hoofdrolspeler in het gesprek is.
Illustraties bij de theorie
Gezien het aantal reacties op de 'gesprekken' denk ik dat ze gelezen worden en meestal aan hun doel beantwoorden.
Ze vormen als het ware de illustraties bij datgene wat in theorie vaak al eerder naar voren werd gebracht.
Zo beschreef Els in feite de gevolgen van de supermarktcultuur. Jongeren worden heus niet gelukkig als alles mag en ze steeds zelf mogen kiezen.... Soms hebben we die plaatjes nodig om (beter) te kunnen onthouden en bespreken waar het in theorie om ging. Een kerkenraad gebruikte het verhaal van Jelle (die ging samenwonen met zijn vriendin) om te kijken hoe het pastoraat aan jongeren in zo'n situatie gestalte zou moeten krijgen. Mijn indruk is dat deze vorm een aantal lezers gemakkelijker bereikt dan de meer theoretische beschrijvingen (al heb je die ook nodig). Hoe de verhalen ook gelezen worden, de spelregels moeten wel duidelijk zijn. De belangrijkste spelregel is: 'Iedere gelijkenis met een bepaald persoon berust op louter toeval'. Overigens zijn suggesties van de kant van de lezers op deze vorm van vertelling van harte welkom.