'Je wordt nooit meer de oude'

2007-08-17
  • Jaargang 51
  • nummer 16
Momenteel verblijven ruim 1.700 militairen in Afghanistan. Onder hen ook enkele NGK'ers. Opbouw sprak met een aantal van hen dat onlangs weer veilig is teruggekeerd over de impact van een missie. 'Het is moeilijk dat de Nederlanders thuis vaak zo snel met hun oordeel klaar staan. Of zeggen dat het daar wel meevalt. Dat valt het dus niet.'

Drie weken voordat de uitzending van sergeant Mark B. (28) er op zou zitten in Tarin Kowt, Afghanistan, reed zijn patrouille op een bermbom. Twee meter naast de auto ontplofte het ding. Op wat gesprongen trommelvliezen na was niemand gewond. Dat was dus 'heel veel mazzel', aldus Mark, lid van de Jeruzalemkerk in Utrecht. Wat hij voelde toen hij met zijn hoofd boven het luik stond toen het gebeurde? Hij antwoordt onmiddellijk: 'Haat. Pure haat. Ze proberen jou en je maten letterlijk kapot te maken!' Even daarvoor had Mark met zijn collega's op het dorpspleintje nog voedselpakketten uitgedeeld. Vanwege het einde van de ramadan. Mark: 'De bevolking nam alles glimlachend aan en we werden vriendelijk uitgezwaaid. Da-hag! Terwijl die lui geweten hebben dat die bom daar lag!
Later, als je terug bent in het kamp en erover praat, wordt die haat jegens de plaatselijke bevolking weer minder.
Je realiseert je dat die lui ook moeilijk anders kunnen. Op het moment dat die mensen ons helpen, worden zij door de Taliban gestraft. Vaak op een gruwelijke manier.'

Cynisch
Van een uitzending naar een oorlogsgebied verander je, weet Mark. 'Zelf merk ik dat niet zo. Maar mijn omgeving wel. De eerste anderhalve maand na mijn thuiskomst waren mijn reacties heel fel. 'k Sprong overal bovenop.
Zei iemand iets, voelde ik me gelijk aangevallen en probeerde ik gelijk de overhand te krijgen. Dat gaat nu wel weer beter. Maar ik ben wel cynischer geworden. En harder. En ik vind snel dat mensen lopen te zeuren.
Bijvoorbeeld als iemand zijn eten niet lekker vindt. Loop niet zo te piepen, denk ik dan; wees blij dat je tenminste een aardappel hèbt.' Of zijn geloof er veranderd is? Mark zegt het al een tijdje moeilijk met het geloof te hebben. 'Laat ik het zo zeggen, zo'n uitzending brengt het geloof niet dichterbij. In ieder geval niet bij mij. Je ziet daar afschuwelijke dingen, zoveel menselijk leed, zulke heftige verwoestingen. Dan wordt het moeilijk allemaal.'

Blij
Martin H. (43), majoor bij de Landmacht en momenteel werkzaam in Schaarsbergen op de School ‘Grond-Lucht-Samenwerking’, was vorig jaar uitgezonden naar Afghanistan. Hij zat in Kaboel, bij de F-16's. Dat betekende dat hij in tegenstelling tot Mark ver van het front zat. Een beetje vervreemdend was dat wel, beaamt hij. Hij keek de F-16's na die bommen gingen gooien op de Taliban en dingen kapot gingen maken. 'Als ze terugkwamen zonder bommen waren we blij. Dan hadden ze namelijk iets kunnen doen voor de collega's op de grond - want die bommen gooien ze echt niet zomaar. Het is wel bizar als je bedenkt dat we daar zitten voor de wederopbouw van het land en je bent werkzaam bij een eenheid die vooral kapot maakt.
Maar om iets goed op te kunnen bouwen, moet je soms eerst kapotmaken.
Bizar, maar waar.' Ook Martin beaamt door zijn uitzending naar Afghanistan en eerder naar Bosnië te zijn veranderd. 'Ik was al nuchter, maar nu ben ik het helemaal.
Je wordt heel relativerend en maakt je niet snel druk. In ieder geval niet om een krant die te laat wordt bezorgd of de suiker die op is. En nee, na een paar maanden terug in Nederland verandert dat niet meer. Je wordt nooit meer de oude.' Waar hij zich nog steeds erg druk om kan maken, is om onrecht. En onverschilligheid.
Dat laatste ligt dicht bij nuchterheid, beaamt hij, maar bij onverschilligheid is er geen betrokkenheid meer.

Duivelse macht
Martins geloof in God is door zijn missies in Bosnië en Afghanistan 'alleen maar bevestigd'. Juist door het zien van zoveel ellende en leed. 'Er is een hele sterke, duivelse macht aan de gang. Als ik zie wat er allemaal gebeurt, word ik alleen maar gesterkt in het gevoel dat ik daar keihard tegen wil vechten.' H. koos bewust voor werken bij Defensie 'vanwege het onderbuikgevoel dat je iets kunt betekenen voor de wereld. Dat je kunt helpen en dat je iets kunt delen van de weelde die we hier hebben. Ik doe dat vanuit mijn christelijke geloofsovertuiging, maar er zijn natuurlijk ook veel jongens die vanuit datzelfde onderbuikgevoel bij Defensie werken maar niet geloven.'

Overlevingsdrang
Machteld B. (33), lid van de Commissie Categoriaal Pastoraat van onze kerken en in 2004 uitgezonden geweest naar Irak: 'Het feit dat het geweld puur tegen jou en je eenheid is gericht, heeft ècht heel veel impact.
Je eigen persoonlijke veiligheid is permanent in het geding. Dat laat zijn sporen na. Je ziet op zo'n plek het slechtste van de mens. Hoe ze elkaar toetakelen. Vermoorden. Concreter en dichterbij kun je het kwaad niet hebben.' Machteld: 'Je beseft heel goed dat het leven zo niet is bedoeld. En natuurlijk vraag je je af: waarom gebeurt dit? Waarom kunnen deze mensen niet naast elkaar leven?
Waarom acht de een zich uitnemender dan de ander? Je moet soms hele moeilijke en tegenstrijdige beslissingen nemen. Want terwijl je op die plek bent om te helpen, loop je rond met je wapen op scherp. Je wilt helpen de spiraal van geweld te doorbreken maar je eigen overlevingsdrang is ook heel primair aanwezig. Je moet soms kiezen tussen twee kwaden. Het is geen normale situatie en je staat niet tegenover gezeglijke mensen.'

Golfslagbad
Machteld B. die als juridisch adviseur in Irak onder meer adviseerde over het toepassen van geweld, (inter-)nationale richtlijnen en het mandaat van de Nederlandse eenheid, merkte dat vooral het vertrouwen in God tijdens de missie intenser werd. 'Je merkt dat je daar echt niet de regie in handen hebt. In Nederland natuurlijk ook niet, maar hier besef je dat minder. Hier denk je niet iedere dag dat je hoopt dat je 's avonds veilig thuiskomt. Daar wel. Het gevaar is heel direct en intens. Je wordt erg op jezelf teruggeworpen en je vindt lang niet altijd mensen om je heen met wie je echt kunt praten. Het is als in een golfslagbad.
De ene keer ga je heel diep, de andere keer heel hoog, dan word je overspoeld door dankbaarheid dat het weer goed is gegaan.' B., sinds 1 juli moeder van dochtertje Hinke, aarzelt niet om weer naar een oorlogsgebied te gaan als ze wordt gevraagd. 'Ik heb bewust voor dit werk gekozen. Al moet ik wel toegeven dat het met zo'n kleintje moeilijker is. Met je partner kun je praten, overleggen en afspraken maken. Ook over wat er moet gebeuren als je er niet bent. Met zo'n kleintje niet. Dat laat je achter en dan moet je je overgeven. Loopt de uitzending anders af dan je zou willen, dan loopt het anders. Het gebeurt uiteindelijk zoals God wil.'

Allerhoogste prijs
Unaniem zeggen alle militairen die uitgezonden zijn geweest dat het moeilijk is om de situatie in bijvoorbeeld Afghanistan in Nederland uit te leggen. Sgt. 1 Theunis H., in maart teruggekomen uit Afghanistan: 'Zeg je bij thuiskomst dat het zwaar was, antwoorden er soms mensen: maar je hebt toch zelf voor dit werk gekozen?
Ja, dat klopt, maar daarom was het wel heel erg zwaar. Je kiest voor een situatie waarin je misschien de allerhoogste prijs moet betalen. Je ziet afschuwelijke ellende en je word je bewust van het feit dat jij zelf of je maten kunnen sneuvelen. Dat doet heel veel met je. En natuurlijk hoeven de mensen in Nederland niet precies te weten hoe gruwelijk het soms was. Dat zou voor een normaal mens ook niet gezond zijn om allemaal te weten. Daar heeft niemand wat aan.
Maar het is wel moeilijk als mensen hier onmiddellijk met een oordeel klaarstaan. Of tegen mij zeggen dat het wel meevalt. Want dat valt het dus niet.' Martin H.: 'Nederlanders zijn zo makkelijk en snel met hun oordeel. Ook over de situatie daar en de zinvolheid van mijn werk. Voor mezelf sprekend: als ik bij die mensen een glimlach op het gezicht heb kunnen krijgen, heeft mijn werk daar zin gehad. Als ik eraan mee heb kunnen werken dat een paar kinderen weer buiten konden spelen en naar school konden gaan en niet door een bom kapot gingen, heeft het werk zin gehad.'

Miriam de Rooij is lid van de NGK in Utrecht en lid van de redactie van Opbouw.

Reageren?
redactie.opbouw@ngk.nl


Pastorale begeleiding van uitgezondenen en hun thuisfront
'Je leeft voor een deel op de kaarten'

De Nederlands Gereformeerde Kerken kennen geen thuisfrontcommissie voor uitgezondenen en hun familie, zoals de GKV en CGK. Wel is er de Commissie Categoriaal Pastoraat, voorheen de Commissie geestelijke verzorging militairen. Deze richt zich echter primair op de begeleiding en ondersteuning van ambtsdragers vanuit onze kerken in het categoriaal pastoraat. Voor de krijgsmacht is dat op dit moment ds. Cees Smit uit Culemborg.
Het al dan niet in het leven roepen van een thuisfrontcomité is in deze commissie wel begin dit jaar nog ter sprake geweest, aldus commissielid majoor Machteld B.. Toen is echter besloten zich bij de primaire taak te houden. Onder andere omdat de taak van de commissie sinds enige tijd is uitgebreid: behalve ambtsdragers die werken bij Defensie vallen tegenwoordig ook ambtsdragers bij bijvoorbeeld penitentiaire inrichtingen, verzorgingstehuizen en ziekenhuizen onder de verantwoordelijkheid van deze commissie, evenals - vooralsnoghet dovenpastoraat.
'Bij de afweging speelde capaciteit, ruimte en middelen mee. Als je een thuisfrontcomité in het leven wil roepen, moet je het goed doen. Daarvoor zien we op dit moment geen mogelijkheden. Bovendien vragen we ons af in hoeverre wij als kerkverband iets kunnen toevoegen aan wat er al is. Er wordt vooral de laatste jaren vanuit Defensie heel veel informatie gegeven aan het thuisfront en er is veel begeleiding', aldus Machteld. De commissie heeft ook geen zicht op de behoefte aan zo'n comité. Er is volgens haar vanuit de kerken nooit om gevraagd. 'We hebben ook geen idee hoeveel mensen er vanuit ons kerkverband zijn uitgezonden.
Dat is nergens geregistreerd.' Machteld, zelf in 2004 uitgezonden naar Irak, vindt het pastoraat aan uitgezondenen en hun familie primair een taak van de eigen kerkelijke gemeente. 'Net zoals je bij een overlijden of een scheiding probeert rondom de betrokkenen te staan, moet je dat als gemeente ook doen bij een uitzending. Het gebed is natuurlijk heel belangrijk. Maar ook iets praktisch als kaarten sturen.' Uit eigen ervaring weet Machteld dat post erg belangrijk is. 'Toen ik in Irak zat, had de gemeente van mijn ouders op een gemeentedag iedereen wat op een groot gekleurd vel papier laten schrijven. Je kunt je niet voorstellen hoe blij je met zoiets daar bent. Je leeft voor een deel op de kaarten. Als er een konvooi gestrand was dat post zou meebrengen, was het heel stil in het kamp.' Ook Sgt. 1 Theunis H., dit voorjaar teruggekomen uit Afghanistan, benadrukt het belang van de post. 'Sommige schrijvers kende ik helemaal niet. Maar dan schreven ze bijvoorbeeld dat ze meestal drie banken achter me zaten. Wist ik natuurlijk nog niet wie het waren, maar het deed me echt heel erg goed dat los van ouders en vrienden er mensen in Nederland waren die aan me dachten. En ook aan mijn maten, zo zag ik dat.' Mark B., vorig jaar uitgezonden naar Afghanistan: 'Ik kom niet zo vaak meer in de kerk maar mijn moeder had het postadres doorgegeven toen ik in Afghanistan zat. Toen kreeg ik veel kaarten en dat was wel heel leuk. Je hebt het daar soms behoorlijk zwaar en dan is het fijn dat er anderen naast je staan.' Joep C., moeder van korporaal Joost (29) die op het moment van dit schrijven in Kamp Holland verblijft, zou een thuisfrontcomité 'misschien best zinvol vinden'. 'Vooral deze missie is een heel pittige, omdat de militairen zich vooral de laatste maanden in een directe oorlogssituatie bevinden. De belangstelling vanuit onze kerkelijke gemeente is op zich goed. Vooral in het begin van de uitzending wordt er specifiek voor gebeden. Maar later ebt dat toch een beetje weg. Dan krijg je soms wel behoefte aan een groep bij wie dit in de aandacht blijft en die begrip en ervaring heeft van en met de situatie van de betrokkenen.' Op dit moment is uitgezonden, voor zover bij de redactie bekend: Michiel P. (22) uit Enschede. Hij verblijft in Kandahar ter ondersteuning van de luchtmacht. Hij is werkzaam in de bewaking. Joost C. (29) uit Nieuwpoort is eind juli teruggekeerd.

Heeft u als Opbouwlezer familieleden of andere Nederlands Gereformeerde broeders of zusters die uitgezonden zijn? Geef dan hun adresgegevens (met uiteraard toestemming van de betrokkene) door aan de redactie (redactie.opbouw@ngk.nl), zodat wij de adressen kunnen publiceren. Zo kunnen ook zij een (bemoedigend) kaartje of mail ontvangen.

Meer informatie over uitzendingen:
www.defensie.nl


Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief