Reis door Turkije (8)
1993-10-22
Van Hierapolis naar Smyrna- Jaargang 37
- nummer 22
Toen we de opgravingen van het oude Hierapolis gingen bekijken, was het eerste dat we zagen een stuk van een oude stenen poort met een kruis boven de poort. Het is een restant van een kerk uit de 5de eeuw. De kerk lag aan de hoofdstraat, die dwars door Hierapolis ging en die voor een groot deel is uitgegraven en nu nog (weer) begaanbaar is.
Het genoemde kruis is het bekende Christus-monogram, dat dus direct herinnert aan de arbeid van o.a. Filippus, die hier in de buurt ook begraven zou zijn. In het verleden moet hier een grote christelijke gemeente zijn geweest. Het is de moeite waard de brief aan de Colossenzen eens te lezen. We deden dat de dagen, dat we hier in de buurt waren.
Paulus wijst er in hoofdstuk 2: 1 e.v. op, dat hij een zware strijd heeft gevoerd voor de gelovigen in Colosse en Laodicea en we mogen best daaraan toevoegen Hierapolis. Er waren hier in de buurt veel dwaalleraars die de gemeenten op het dwaalspoor hebben willen brengen. Maar ook het nieuwe leven (Col. 3) is in deze plaatsen opgebloeid en eeuwenlang heeft het christendom hier zijn invloed doen gelden. Totdat ook hier anderen kwamen, die van het heil in Christus niets wilden weten. Bekend is, dat in de 11de en 12deeeuw de Seldsjoeken de bewoners uit de stad hebben verdreeen, Ook toen waren er al etnische zuiveringen! Al wandelend door de hoofdstraat van Hierapolis zie je restanten van winkeltjes, een flink theater, een Romeinse triomfpoort en allerlei soorten graven. Er is een terrein met mooie en minder mooie stenen 'grafkisten', vaak mooi bewerkt met afbeeldingen en opschriften. Er zijn ook grote grafmonumenten, soms wel zo hoog als een huis. Ze staan her en der verspreid over het terrein en vormen zo een 'dodenstad'. Uit de opschriften blijkt o.a. wat voor mensen in Hierapolis hebben gewoond: tapijtwevers, wolbewerkers, kooplui enz.
Op weg naar Smyrna
Ondanks al het geklauter over stenen en hobbels waren we aardig uitgerust in Pamukkale en gingen opgewekt op weg naar Smyrna (tegenwoordig Izmir). We deden dat met een flinke omweg, want we wilden onderweg nog een paar plaatsen van de 'zeven gemeenten' aandoen. En zo kwamen we in Alasehir, het vroegere Filadelfia. Het was een mooie tocht, dwars door de bergen heen. Veel ouds was er niet te zien. Slechts enkele stukken muur, een kleine mooie boog. Die boog heeft waarschijnlijk iets te maken met een markthal. Markten waren er vroeger allicht. En tenslotte vonden we ook nog restanten van een christelijke basiliek uit de 12de eeuw. Zelfs zijn er nog kleine stukken van fresco's te zien.
We hebben de brief aan de gemeente van Filadelfia daar gelezen. In die brief komen kernachtige zinnen voor (Openb. 3 : 7 e.v.). In het begin meteen al: 'Dit zegt de Heilige, ... die opent en niemand zal sluiten, en Hij sluit en niemand opent.' Dat laatste wordt nog nader uitgewerkt. Want Johannes mag schrijven, dat de gemeente een geopende deur heeft gekregen, die niemand sluiten kan. De gemeente heeft wel kleine kracht, maar zij heeft het ontvangen Woord bewaard. En daarom zal de opgestane Heer er voor zorgen, dat tegenstanders zich voor de gemeente zullen neerwerpen en zullen erkennen, dat Hij de gemeente liefheeft. Het is een bemoedigend en troostvol woord, zonder ernstige waarschuwing.
De Heiland zal de zijnen maken tot een zuil in de tempel van Zijn Vader. Dat moet de 'kleinen' in Filadelfia hebben aangesproken. Zuilen zullen er in die tijd ook in Filadelfia wel zijn geweest. Zuilen ondersteunen iets. Zo mogen de gelovigen straks van werkelijk belang zijn voor de tempel Gods. De gemeente in Filadelfia heeft eeuwen lang bestaan, tot in het eind van de 14de eeuw toe. Ongeveer 50 km verder ligt Sardes, dicht bij het tegenwoordige Sart. Het kostte weinig moeite de oude stad te vinden, want er zijn opgravingen gedaan over een groot gebied. In de 8ste eeuw voor Christus was deze plaats de hoofdstad van een groot rijk. Na een paar honderd jaar kwam er een einde aan het rijk en weer later werd de stad platgebrand. In de Romeinse tijd kwam Sardes weer tot bloei. De stad werd de hoofdstad van de provincie Lydia en ze werd tot een sterke stad gemaakt met forten en dikke muren. En natuurlijk kwam er ook een tempel, ook hier ter ere van Artemis, een theater en een gymnasium en ook een christelijke basiliek met mozaïeken en muurschilderingen. Van dit alles zijn nog restanten te zien. Gedeeltelijk herbouwd is een oude synagoge van 80 meter lengte. De christenen moeten het hier niet gemakkelijk hebben gehad. Ze zijn ook niet trouw gebleven, want in Openbaring lezen we, dat Johannes zegt, dat ze een dode gemeente zijn. Er zijn er slechts enkelen, die hun kleren niet hebben bezoedeld en zij zullen eens witte kleren dragen. Het duurde lang, voordat we in Sardes waren uitgekeken en daarom besloten we niet meer naar Thyatira (Akhisar) te gaan.