Als hun schatten... (1)
1993-01-29
Een halve eeuw geleden hield Gods intense handelen in Zijn verbond het hart van vele gelovigen gevangen. Ps. 25:5 (oude ber.) waaraan de woorden boven dit artikel ontleend zijn wàs heel geliefd. Het lijkt erop, dat die belangstelling in onze tijd danig is weggeëbd. Waarom? Omdat het letten op de HERE verdrongen werd door bezig zijn met onszelf? Vast ook omdat het levende spreken van de Bijbel zo vaak stolde tot dogmatische formules.- Jaargang 37
- nummer 3
Het onderstaande wil een verkenning zijn van de verbintenis die de HERE op de Horeb aanging met Israël. Geraakt worden door 'Zijn verbond en woorden: is levensvoorwaarde in elke tijd en in alle nood(1).
Wat zouden Mozes(2) en Israël verwacht hebben, dat er bij en op de Horeb ging gebeuren? Wij weten dat het in deze bekende hoofdstukken gaat over Gods verbond met zijn volk. Maar wisten zij wat hun te wachten stond?
Zeker, de HERE had Mozes als teken gegeven dat hij en Israël God zouden vereren op deze berg, 3:12. Er was ook eerder sprake geweest van otteren(3) en van vereren (dienen)(4), zelfs van feestvieren 5:1. Toespelingen op iets als een verbond hoor je in 6:6: Ik zal u Mij tot een volk aannemen en Ik zal u tot een God zijn.
Maar of Mozes en het volk daarbij concreet meer voor ogen stond dan een groots en heilig offerfeest, valt te betwijfelen. M.i. kwam de hele verbintenis die de HERE met Israël aanging ZELF als een
Volledige verrassing
Voor ons is het geen nieuws meer, dat God zich toen en daar met Israël verbond(5).
Daarom dreigen we het wonder daarvan snel te vergeten. Maar Mozes en het volk (de oudsten) moeten verrast in Gods uitnodiging tot Zijn verbond, 19:3-6, ontdekt hebben wat de HERE van plan was: Zich ook nog vast aan hen verbinden!
Vondsten uit het oude Nabije Oosten tonen, dat Gods oude verbond met Israël een zogeheten vazal-verdrag is.
Een soort politieke verdragen die in die tijd en buurt veel voorkwamen.
Waarbij in veel gevallen een grote koning(6) een verdrag sloot met een kleinere eenheid (vorst, stam, stad).
Die kleinste partij werd dus vazal van de grote koning. Een relatie, niet ongelijk aan die tussen leenheren en leenmannen bij ons in de Middeleeuwen.
Het sluiten van dergelijke verdragen(7) gebeurde volgens een bepaald protocol. NI. de uitnodiging tot het verdrag, met het antwoord daarop (vgl. 19:3-8), en de afkondiging van het verbondsstatuut (vgl 20:1-17). Dan is er de eigenlijke sluiting van het verdrag (vgl . 24, vooral vs 8). Daar horen een offerceremonie (24:6vv), een (audiëntie met) maaltijd (24:9vv), de lezing van het zgn. boek des verbonds (24:7) en de officiële acte van het verbond (24:12) bij.
Alleen de vorm?
Maar gaf de HERE zijn verbintenis met Israël alleen maar de VORM van een vazalverdrag? Vergis U niet! Wat de HERE hier gaf LEEK maar niet op zo'n verdrag. Het WERD echt zo'n verdrag!
Meer omvattend dan politiek of intermenselijk recht, maar wel degelijk een ECHTE verbintenis. Waarbij de HERE zelf zich als Grote Koning verbond aan zijn vazal Israël. M.i. is dat het juist wat Mozes en Israëls oudsten verraste in Gods nodiging.
Uitnodiging?
Was het dat echt? Ik denk van wel!
Zeker, de deelgenoten in deze verbintenis waren niet gelijkwaardig, de nodiging was dus ook niet vrijblijvend.
Er wordt ook gesproken van de woorden die de HERE Mozes GEBODEN had, vs 7! Toch denk ik, dat Mozes en de oudsten blij waren met deze opening van de HERE. Die betekende immers dat Hij een permanente band met hen wilde, net zo reëel als politieke heersers in die tijd een verdrag sloten met hun vazallen. En tegelijk ook zo totaal anders! Hier is het voorspel van wat de Heer Jezus later zegt van Zijn bewind: dat is radicaal anders dan andere koninkrijken, maar het is wel een ècht rijk. Dat rust in de inzet van de Koning zelf, Mt 20:25-28. Zo ook hier: deze verbintenis rust in de liefde van de HERE voor Israël. De feiten daarvan!
Op liefde rust Zijn heilig recht
Uitgangspunt zijn niet grote pretenties van vorsten, maar daden van Gods ontferming over verloren mensen.
Echt gebléken! Wat Hij Egypte heeft aangedaan OM HEN. Hoe Hij hen droeg, zoals een adelaar zijn jongen opvangt die het nest uitgetuimeld zijn omdat ze vliegen moeten leren. Mozes zal het beeld nog in zijn zwanenzang gebruiken, Dt 32:11v.
Eigendom
In Engeland bestaan regimenten die trotse namen dragen als: the Queen's Own Scottish Borderers: grensbewoners uit Schotland die zich vanwege hun roemruchte daden als EIGEN regiment van de koning mogen beschouwen.
Hun voorrecht is tegelijk hun roeping! Welnu, dat is wat de HERE met deze verbintenis beoogt. Natuurlijk, alle volken behoren Hem toe.
Maar Hij kiest Israël als zijn eigendom.
Zoiets als: goddelijke garde. Dat moet de zin zijn van dat: koninkrijk vanpriesters (= hoogwaardigheidsbekleders). Geweldig voorrecht van Israël!
Eigenlijk zit de kern van de Tien Woorden die God straks gaat uitroepen helemaal in deze uitnodiging. Als de oudsten dan ook, geheel in stijl, ingaan op de nodiging van hun Grote Koning, vs 8, moeten we in die woorden hun BLIJ ONTZAG horen!
Partijen
Onmiddellijk nadat Mozes het jawoord van Israël aan de HERE heeft overgebracht, treft God maatregelen voor de ontmoeting die daarbij hoort(8). Mensen kunnen God niet zien. Toch wil Hij de realiteit van lijn verbintenis met hen doen vaststaan. Daarom moet ook duidelijk zijn wie namens partijen woordvoerder zijn: de een spreekt en de Ander reageert! Israël kan God niet zien, maar zal wel ècht ervaren, dat God zich aan hen verbindt! Daarvoor is de belofte van vs 9 die in vs 19 wordt waargemaakt. Israël hoort Mozes en de HERE als partijen optreden: woord en weerwoord!
Cordon
Maar voor het zover is, is eerst.iets anders Gods zorg. Namelijk dat Zijn volk in zijn nabijheid kan verkeren zonder dat er ongelukken gebeuren.
Dat is wat God regelt: dat de hoogspanning van zijn heiligheid zich niet zal ontladen op zijn bepaald niet zondeloos volk.
Vandaar hun heiliging, hun toewijding aan de HERE, vss 10, 14v. En het cordon dat Hij om het volk gelegd wil zien, vs 12. Je kunt ook denken aan een afzetting rondom de berg, vs 23.
Isolatie!
Naderen
Israël heeft beleefd hoe de HERE alles in het werk stelde om het mogelijk te maken dat zij tot Hem naderden, en in Zijn buurt verkeerden. In ieder geval is duidelijk, dat God wil dat zijn volk Hem onmiskenbaar zijn verbintenis met hen ZIET aangaan, zonder dat het daar vanwege Zijn heiligheid schade bij oploopt. Het moet een ongelooflijke ervaring zijn geweest voor Israël, die ontmoeting met de God van het verbond.
Zijn hoorbaar antwoorden op het spreken (zich melden?) van Mozes. Hebr. 12:18-21 verwoordt eeuwen later nog het ontzagwekkende van dat gebeuren.
Maar het maakt vooral indruk omdat het gaat over Gods vaste wil, zijn genegenheid voor Israël eens en vooral VAST te LEGGEN! Hij wil dat er op Hem GEBOUWD wordt!
Als de HERE dan tenslotte Mozes naar de bergtop roept, denk je: nu gaat het dan beginnen. Maar nóg eens stuurt de HERE Mozes éérst weer naar het volk. En Mozes kan dan wel zeggen dat ze dat immers al lang weten, - hij is zo goed niet of die opdracht van Gods grote zorgzaamheid voor zijn zwakke volk moet eerst volbracht zijn.
Wie zei er ook al weer dat Gods tere bewogenheid om mensen pas in het Nieuwe Testament voorkomt?
Noten
1 Deze reeks is bedoeld als voortzetting van de verkenning van Exodus, begonnen in dit blad, jrg. 32, pp. 141v, 153v, 162v, 169v en voortgezet in diezelfde jaargang pp. 329v, 337v, 345v, 353v en in jrg. 33, pp. 241v, 261v, 277v en 293v.
2 Men leze 19:3 alsvolgt: 'Toen klom Mozes op tot God. De HERE had hem namelijk vanaf de berg ontboden met de woorden...'
3 3:18, 5:1-3, 8, 17 vgl 8:8.
4 8:21vv, 10:3,8,24vv, vgl 7:16, 8:1, 16, 9:1, 13, 10:3.
5 Men zie het artikel van ds Van den Berg in dit blad jrg 36 nr 18, p 326 over het feit dat het hier niet gaat over een wet maar over een verbond. Over 'wet' (tora) aldaar p 327.
6 Een goede vertaling van de woorden is moeilijk. Ik dacht eerst aan 'suzerein', maar dat zegt velen niets. Daarom kies ik toch maar voor 'Grote Koning', vgl Mt 5:35.
7 Over deze verdragen ds Vonk in Voorzeide Leer IA, Barendrecht 1960, m.n. p 315vv. Verder dr J. Wijngaards, Vazal van Jahwe, Baarn 1965. En ds G. van Rongen, Zijn vast verbond, Goes 1966.
8 Er lijkt een doublure aanwezig in de slotzin van vs 8 en die van vs 9. Toch hoeft dat niet het geval te zijn. Men leze vs 9 slot-vs 10 alsvolgt: "Toen Mozes de woorden van het volk aan de HERE meedeelde, zei de HERE tot hem..." Dezelfde constructie in de slotzin van 20:18, maar daar wél door de NBG-vertaling weergegeven met: "Toen het volk het zag, beefde het en bleef van verre staan."