'Dominee!'
1993-01-29
Ik hecht niet zo aan de aanspraak dominee. Wat mij betreft mag je ook meneer zeggen. Per slot van rekening betekent dit hetzelfde.- Jaargang 37
- nummer 3
Het komt trouwens steeds meer voor.
Vooral bij jongere mensen. Dat ze je 'meneer' noemen, bedoel ik. Ik heb daar geen moeite mee.
Een beetje anders ligt het in het geval van die jongeman. Ik had hem catechisatie gegeven, hij was verhuisd en ik had hem een paar jaar niet gezien.
Opeens kom ik hem in het postkantoor tegen. Roept hij heel opgewekt: "Hallo, Koos, hoe gaat het ermee?"
Dat hoeft om mij nou ook weer niet...
Dominees moeten zich niet te gauw bij de voornaam laten noemen. Gemeenteleden (ook jonge gemeenteleden) moeten hun predikant (ook hun jonge predikant) niet te makkelijk tutoyeren.
Dat kun je beter bewaren voor als er eens echt iets te vieren is.
Zieke en oude mensen willen je nog wel 'es dokter noemen.
Ook daar heb ik geen moeite mee. Ik begrijp dat ze zo met hun lichaam bezig zijn dat ze hun ziel vergeten. Al zal deze tweedeling volgens de geleerden wel niet kloppen. Bovendien vind ik het eigenlijk wel een compliment.
Ze zien je tenminste aan voor iemand die hen kan helpen. Soms denk ik wel eens: Ik wilde dat ik dokter was geworden. Die kan op de korte termijn iets doen. Ik moet alles altijd maar op de lànge baan schuiven.
Maar, één keer ben ik 'dominee' genoemd en die keer zal ik nooit vergeten.
Gek genoeg wàs ik het toen nog niet eens!
Het was in de tijd van de 'Hoekse en Kabeljauwse twisten' zal ik maar zeggen.
En het gebeurde ter gelegenheid van mijn laatste kerkelijke examen.
'Peremptoir' heette het toen nog heel deftig. Dit examen ging trouwens niet door.
Ik had een half jaartje rondgepreekt.
En ik had zo het een en ander gemerkt van wat Thielicke 'lijden aan de kerk' noemt. In mijn preekvoorstel probeerde ik zowel de Hoeken als de Kabeljauwen een hart onder de riem te steken.
Maar ik kwam nogal hardhandig aan de weet dat dit in de kerk helemaal niet mag. In de kerk moet je partij kiezen, nietwaar?
Om kort te gaan: mijn preekvoorstel werd afgewezen ("op een volgende vergadering mag u een nieuw voorstel indienen"). Het examen ging niet door.
Ik mocht geen dominee worden.
"Nog niet", zei deze kerkvergadering.
"Nooit meer", dacht ik zelf.
"No way", zeggen mijn kinderen vandaag.
Maar tóén zei een van m'n latere ouderlingen: "Dominee, wanneer komtú terug?" Voor een tweede preek, bedoelde hij, voor het examen en voor alles wat daar verder volgt.
Wie het leest geve er acht op: dominee zei deze man, terwijl de anderen zeiden: jij mag geen dominee worden.
Kijk, aan deze aanspraak hecht ik nu wèl. Hij zei 'dominee' - en zo ben ik het geworden...