Professor C. Veenhof - 10 jaar geleden overleden

1993-01-29
  • Jaargang 37
  • nummer 3
Op 7 februari zal het 10 jaar geleden zijn dat Prof. C. Veenhof op 80-jarige leeftijd overleed ten huize van zijn dochter te Oudemirdum.
Vanaf 1933 was hij predikant en daarna van 1946 tot 1968 hoogleraar in de ambtelijke vakken aan de Theologische Hogeschool (Broederweg) te Kampen. Veel van onze oudere predikanten denken met dankbaarheid terug aan zijn onderricht.


Omdat hij gedurende zijn leven zich zo ingezet heeft voor Kerk en School is het wel op zijn plaats zijn naam levend te houden. Het was daarom een goede zaak dat Ds O. Mooiweer tijdens een bijeenkomst van de T.S.B. (Theologische Studiebegeleiding) vorig jaar een inleiding hield over 'C. Veenhof - zijn persoon, zijn leven, zijn werk'. 'Opbouw' heeft veel te danken aan hem gehad als mede-oprichter en het jarenlange redakteurschap.
Vandaar dit artikel over een man die zich geroepen voelde om herder en leraar te zijn over een kudde van Gods volk en die later zelf geroepen werd om jonge mannen tot herder en leraar op te leiden.

Opleiding
Cornelis Veenhof werd 2 maart 1902 te Doorn geboren. Zijn vader had een goed bekend staande bakkerij aan de Kampweg. Omdat hij goed kon leren mocht hij, evenals zijn oudste broer, verder studeren. Dat deed hij aan de Jan van Nassaukweekschool te Utrecht. Na het behalen van zijn diploma werd hij onderwijzer aan de Gereformeerde lagere school te Spakenburg.
Daar leerde hij zijn vrouw, Mevr. M.M. Veenhof-Bakker, kennen.
Daar ook bereidde hij zich met veel tijd en grote inspanning voor op het moeilijke staatsexamen. Het diploma baande voor hem de weg naar de studie aan de Theologische Hogeschool te Kampen.

Theologiestudie
Op 24 september 1926 werd hij, met 29 anderen, ingeschreven als student.
Studiegenoten waren o.a. F. Boonstra, F.L. Bos, P.K. Keizer, J. Meester en W. Scheeie. Gedurende zijn studententijd was hij zeer betrokken bij de Gereformeerde, later Calvinistische Studentenbeweging.
Hij gaf deze vereniging weer nieuwe impulsen na de crisis in de Gereformeerde Kerken in 1926 (kwestie Geelkerken). Door zijn toedoen werd in die tijd de arbeid van de hoogleraren Vollenhove en Dooyeweerd naar voren geha·ald. Want in die periode ontwikkelden zij de grote projekten van de wijsbegeerte der wetsidee, waar prof. Veenhof een groot aanhanger van werd. Ook het werk van de toen nog jonge predikant K. Schilder maakte grote indruk op hem.
Tevens ontstond een hecht kontakt met de bekende A. Janse. De nagelaten briefwisselingen getuigen ervan.

Herder en leraar
Op 21 mei 1933 werd hij in zijn ambt bevestigd te Harkstede. Daarna diende hij nog de gemeenten van Haarlem en Utrecht. Hij was een bekwaam en bewogen prediker van het evangelie. Zijn gemeenteleden hebben tijdens zijn predikantschap mogen genieten van zijn Schriftopening. Daarvan gaf hij ook blijk in publicaties, als medewerker aan de bundel 'Het Hoogfeest naar de Schriften' en aan de uitgave 'De verborgenheid der godzaligheid'. Hij was een wáár verkondiger van het Evangelie, omdat hij zelf in het hart erdoor was aangesproken. Een moeilijke tijd maakte hij door in Utrecht, waar hij van dichtbij de synodevergaderingen meemaakte in de jaren 1942/44 en de gehele strijd rond de vrijmaking. Op 17 augustus 1945 maakte hij zich vrij, nadat hij in zijn ambtelijke bediening geschorst was.

Hoogleraarschap
De synode van Enschede benoemde hem in 1945 tot hoogleraar aan de Theologische Hogeschool te Kampen in de ambtelijke vakken homiletiek, catechetiek, poimeniek, liturgiek, diaconiek, evangelistiek en filosophie.
Zijn inaugurele rede droeg de titel 'Het Woord Gods in de brief aan de Hebreeën'.
Het Woord Gods was voor het geheel van de ambtelijke arbeid van fundamentele betekenis, zo hield hij het zijn studenten voor. Ruim twintig jaar lang heeft hij door zijn onderwijs studenten mee geschikt mogen maken voor hun dienst aan de Heer van de Kerk. Helaas moest hij in 1968 voortijdig zijn arbeid beëindigen en werd hem eervol ontslag verleend.

Overige activiteiten
Naast zijn pastoraal werk in de gemeenten en zijn arbeid aan de Theologische Hogeschool sprak hij veel op bondsdagen en op meetings. Want de jeugd hoorde hem graag. Geen dor betoog, moeilijk te volgen, vol begrippen, maar levend en boeiend, op de man af, met een woordkeuze en uitdrukkingsgewijs en gebaren aangepast aan de boodschap. En juist naar J.V.-bondsdagen ging zijn hart uit.
Want op de J.V. kreeg hij, naar eigen zeggen, het fundament voor zijn vorming.
Aan de bestudering van de Wijsbegeerte der Wetsidee besteedde hij veel aandacht.
Bijzonder goed had hij zich verdiept in de werken van Calvijn, Kuyper, Bavinck om er maar enkele te noemen.
Veel van deze zich eigen gemaakte stof verwerkte hij in de door hem geschreven boeken. Zoals 'In Kuypers lijn', 'Souvereiniteit in eigen kring', 'Predik het Woord', 'Prediking en uitverkiezing', 'Om kerk te blijven', 'Kerkgemeenschap en Kerkorde'. Uit deze publicaties kwam duidelijk naar voren zijn liefde voor Gods volk en speciaal voor de geschiedenis van de kerken die voortgekomen zijn uit de Afscheiding en Doleantie.
In dit korte bestek, dat toch niet volledig kan zijn, moet zeker vermeld worden zijn waardevolle arbeid voor de dienst der barmhartigheid. Hij was jarenlang adviseur van de diaconale conferenties en voorzitter van de Stichting Gereformeerde Kinderbescherming.
Ook zijn persarbeid nam een belangrijke plaats in in het vele werk wat door hem gedaan werd. Hij was medewerker/redakteur van 'De Reformatie', mede-oprichter/redakteur van 'Opbouw' en redakteur van 'Dienst'.
Na zijn emeritaat maakte hij intensieve studie van het Communisme. Daarover heeft hij in artikel- en brochurevorm ook nog gepubliceerd. Een studie over het Marxisme heeft hij helaas niet kunnen afmaken. Een niet-compleet manuscript is nog aanwezig in zijn archief.

Tenslotte
Ik wil dit artikel graag besluiten met het slot van het 'In Memoriam' van Os W.G. Rietkerk, verschenen in 'Opbouw', 27e jaargang pag. 42: "De winst die Prof. Veenhof vanuit de dertiger jaren zo tot vandaag in onze Kerken heeft ingedragen is zijn nadruk op het centrum van de Schrift en daarachter zijn hoge visie op de kracht van het Woord van God, het Woord als genademiddel, het Woord als hamer van God, die zelfs rotsen verbrijzelt, het Woord, dat geproclameerd moet worden, het Woord als gebeuren, het Woord van het Koninkrijk, het Woord bovenal dat vlees is geworden en waarin de levende Heer zelf op ons toetreedt om ons met Zijn liefde te overreden (blz. 220-234 Prediking en Uitverkiezing).
Een oorspronkelijk denker was Veenhof niet maar wel kregen onder zijn spreken de oude dingen een nieuwe glans. Maar ligt daar nu niet juist de ware grootheid van alle predikers van het Koninkrijk? Niet in het brengen van nieuwigheden, maar in het glans verlenen aan het geschonkene!
Zo denken wij met dankbaarheid terug wat de Here ons in prof. Veenhof geschonken heeft."

Naschrift
Het archief van prof. C. Veenhof is door zijn kinderen afgestaan aan onze Kerken. Een heel belangrijk onderdeel daarvan bestaat uit de briefwisselingen met A. Janse, prof. K. Schilder en prof. D.Th.H. Vollenhove.
Na inventarisatie zal het geheel gedeponeerd worden bij het Historisch Documentatie Centrum te Amsterdam. Daarnaast wordt gewerkt aan een bibliografie van alle uitgegeven boeken, brochures en artikelen van prof. Veenhof. Ook wordt gestreefd een zo volledig mogelijke documentatie over hem bijeen te brengen.
Mocht U nog boeken, brochures, artikelen e.d. van/over prof. C. Veenhof hebben, zoudt U dat willen afstaan aan het Landelijk Archief, Koekoekstraat 25, 3136 XP Vlaardingen, tel. 010-4746903?

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief