Doopdienst
1993-01-29
Zondagmiddag. De doop zal worden bediend aan een kind uit de gemeente.- Jaargang 37
- nummer 3
Voor in de kerk zitten de doopouders.
Oma houdt haar kleindochter op de arm.
De kerkeraad komt binnen en de dienst begint. De baby laat af en toe luidkeels van zich horen. De dominee kondigt aan dat hij het formulier om de doop aan de kinderen te bedienen zal gaan lezen. Achter ons zucht een jongen van een jaar of 10: "Alwéér!"
Het formulier wordt geleden, dan beantwoorden de ouders de doopvragen.
Daarna wordt hun dochter gedoopt.
Er wordt gedankt voor de doopbediening en daarna begint de predikant aan het lezen van de tekst voor de catechismuspreek.
Na afloop van de dienst zegt onze dochter: "Het was helemaal geen feest in de kerk". We vragen haar, hoe ze daar bij komt. "Nou, als er bij ons in de kerk een kindje gedoopt wordt, merk je dat veel meer en de kinderen mogen ook naar voren komen en je kunt de vader en moeder een hand geven. Het was alleen maar dopen en opeens was het voorbij. Onze reaktie is: "Dat zijn ze in deze kerk niet zo gewend, maar daarom kan het toch nog wel feest zijn? En misschien komt het ook wel omdat je in onze eigen kerk de mensen kent, dan ben je samen blij en in deze kerk kende je verder niemand". "Dat is wel zo", is haar antwoord, "maar alles stond precies zo in het boekje, de dominee las alles gewoon op. Moet dat in deze kerk zo?
Hij zei ook geen enkele keer iets uit zichzelf tegen de vader en de moeder, ook niet in de preek, het was net of hij ze niet eens kende..."
Wat maakt dat een meisje van 12 jaar zo reageert op een kerkdienst? Komt dat omdat ze in de eigen gemeente andere gewoonten heeft leren kennen?
Is een kerkdienst met onbekende mensen alleen alom die reden minder vertrouwd en dus minder plezierig? Of geeft ze in haar reaktie iets weer van het verlangen van veel jongeren: het verlangen naar een gemeenschap waar je persoonlijk aan wordt gesproken?