Mij geschiede naar Uw woord
1993-01-29
Bestudeer deze maagd in haar gedrag, - Jaargang 37
- nummer 3
bestudeer haar in haar eerbare terughoudendheid,
bestudeer haar in haar geheimzinning wezen!
Mochten alle vrouwen dit ideaal van zuiverheid
voor ogen houden en leren navolgen.
Ambrosius,
Lucas Commentaar 1.8, 12.(1)
Gij alleen en Uw Moeder,
Gij zijt veel schoner dan alles;
geen vlek is in U, Heer,
en geen onvolmaaktheid in Uw Moeder.
Ephrem de Syriër,
Nisibenische Hymnen 27(2)
Een bedenkelijke tendens
Tot nu toe hebben we het gehad over de verering van Maria om een drietal redenen. De beklemtoning van Maria's rol liet zien dat Jezus echt mens was geworden. Dat is een reden die voor ons als Gereformeerden herkenbaar is, die we stellig delen.
De tweede reden was een al veel discutabeler vergelijking van Maria met Eva, die beiden 'maagd' werden genoemd, maar wat een verschil tussen beiden! Uit de ene, Eva, komt alle onheil van de mensheid voort, uit de Andere, Maria, alle heil!
Een derde motief om Maria te vereren kwam de vorige keer aan de orde: Maria was zelf ook op wonderbaarlijke wijze geboren! De geboorte van Maria was als zodanig ook een wonder.
Maar dan zijn we inmiddels op volstrekt apocrief terrein! In de hele Bijbel komen we er geen gram argument voor tegen!
Zo zien we mettertijd een wending naar een argumentatie die op volstrekt buiten-bijbelse gronden berust. Het eerste motief is volop bijbels, het tweede is 'gemengd' en het derde berust, bijbels gezien, op helemaal niets! Het lijkt me symptomatisch voor de hele ontwikkeling van de Mariologie: hoe verder we in de tijd komen, hoe onherkenbaarder wordt 'de Bijbelse Maria'. En in een onbewaakt moment heb ik me wel eens afgevraagd: hoe zou Maria zelf dit nu vinden?
Want ik kan me, eerlijk gezegd, niet voorstellen dat 'de echte Maria' erg geniet van deze torenhoge pretenties die mensen te harer gunste hebben gemaakt...
Heel oud,maar niet van het begin
Deze keer gaat het over Maria die altijd Maagd gebleven is en over een aantal zaken die daarmee samenhangen.
In talloze boeken, gedichten, legenden en liederen heet Maria niet 'de Moeder des Heren', maar 'de Heilige Maagd'. Het accent wordt daarmee niet gelegd op haar relatie tot haar Zoon, maar op haar eigen wezen.
Zij is, om wie ze in zichzelf is, verering waard! En dan wordt het accent gelegd op een element dat in de Bijbel niet zo duidelijk geleerd wordt, om het erg voorzichtig te zeggen. Intussen zal ons echter duidelijk zijn, als dat al niet op voorhand duidelijk was, dat ook hier alles met alles samenhangt. Na het Concilie van Efeze, (vijfde eeuw) waar de Marialeer door het werk van Oosterse theologen het eerst enig profiel krijgt, komen de volgende thema's al binnen bereik: Maria's Onbevlekte Ontvangenis, haar eigen zondeloosheid, haar algemene voorspraak voor mensen en haar ten-hemel-opneming.
De kerk van Rome heeft van dat laatste 'feit' pas in 1950 een officieel geproclameerd dogma gemaakt, maar in het Oosten werd al tijdens de regering van keizer Mauricius (582-602)een feestdag hiervoor op de Byzantijnse kalender vastgesteld. In het Oosten zijn er echter na de negende eeuw nooit meer grote concilies gehouden; in de kerkleer van het Oosten heeft de Maria-verering daarom minder een plaats gekregen dan in die van de Kerk van Rome. "Een aanleiding om deze motieven in dogmatische definities scherp te formuleren, heeft men in het Oosten nooit gevonden."
Al wijs ik u op de grote ouderdom van de Maria devotie (Ik zou wel wensen dat dat anders was!) ik merk op dat die verering er niet vanaf het begin van de Kerkgeschiedenis is. Inderdaad, de ook onder ons zeer gewaardeerde kerkvader Athanasius (295-373) heeft al zeer geijverd voor een aanvaarding van Maria als 'Altijd Maagd'. In zijn verdediging van Maria's maagdelijkheid post partum, na Christus geboorte, schuilt herkenbaar al een belangrijk element voor z'n vurig bepleiten van de rnaaqdelijke levensstaat voor de echte Godsminnaars, zoals de kluizenaars en de religieuzen(3).
Inderdaad, Johannes Chrysostomos (344-404) en Gregorius van Nyssa (c. 335-394), beiden aanzienlijke leiders in de Kerk van het Oosten, spreken zich uit over Maria's maagdelijkheid tijdens en na de geboorte van de Here Jezus.
Vooral de eerste "ging zich hierin te buiten", naar de mening van tijdgenoten.
Aan de andere kant vonden de meeste theologen in het spoor van Origenes, dat ook Maria haar echt-menselijke zwakheden had. Zo sprak Basilius de Grote over "het zwaard dat door Maria's ziel ging" (Lukas 2:35) als "het ongeloof dat haar overviel, toen haar Zoon werd gekruisigd."(3) Ook de al genoemde Chrysostomos vond dat Maria zich bij de bruiloft in Kana wel een beetje te 'manipulatief' naar haar Zoon toe had gedragen; ze had daarom de in de Schrift opgetekende terechtwijzing van haar Zoon wel verdiend.
Al liet de kerkvader Ambrosius (c. 340-397),die ook Augustinus heeft gedoopt, zich zeer lovend over Maria's eerbaarheid uit, zoals ik bovenaan dit artikel citeerde, we treffen geen suggestie van zondeloosheid. Dat komt pas later, in het werk van de eveneens genoemde Efraïm de Syrier. Er is dus op dit punt nog allerminst eenstemmigheid, in die vierde en vijfde eeuw.
Maar dat werd al spoedig anders, op al aangegeven dubieuze gronden. Ik citeer uit een Roomskatholiek boek, dat op dit punt 'onverdacht' zal zijn: "Pas in de 6e eeuw worden in het Oosten algemeen enkele Mariafeesten gevierd en breekt de devotie door in liturgische lofprijzingen en afbeeldingen."
Die devotie blijkt het eerst echt goed in de grote stad Constantinopel/Byzantium te zijn ontstaan. "Vanuit het Oosten heeft de Maria-verering zich langzamerhand in het Westen verbreid; te Rome pas in de 7e eeuw." De geleerde katholieke schrijver: "De eerste ontwikkeling van de Mariaverering is zo moeilijk na te gaan, omdat zij niet alleen steunde op het verdiept dogmatisch inzicht, dat in de tijd der grote concilies werd gewonnen, maar voor een groot gedeelte moet worden toegeschreven aan de invloed der apocriefe verhalen, waarvan de kern wellicht terug te brengen is tot de tweede eeuw. Reeds uit de graagte waarmee de Maria-cultus geaccepteerd werd, toen deze van bovenaf bevorderd werd, blijkt dat deze verering niet alleen een 'geleerde' aangelegenheid van theologen was, maar onmiddellijk aansloot op een 'populaire', zij het weinig geregelde devotie.
Juist de oude Maria-feesten en de iconografie betreffende de Moeder Gods () kunnen niet verklaard worden uit een verering, welke uitsluitend op theologische gronden zou berusten. AI is het niet mogelijk deze invloed nauwkeurig te omschrijven, het is duidelijk dat de zucht tot concretisering van het heilige, welke als in alle populaire duiding van het heilige de apocrypha deed ontstaan, bij de
ontwikkeling van de Mariaverering een belangrijke rol heeft gespeeld."(4)
Een overheersende rol
Door deze hele ontwikkeling is, in zowel de Oosterse als de Westerse Kerk de lof van Maria uitbundig bezongen.
In de liturgieën van het Oosten wordt zij verheerlijkt, op talloze ikonen staat zij afgebeeld en haar ikonen wordt eer bewezen. Als 'Theotokos', 'Godsmoeder', is haar positie in de Oosterse kerk onaantastbaar. Ze heet daar "eerbiedwaardiger dan de Cherubijnen en onvergelijkelijk heerlijker dan de Serafijnen". We kennen daar het ikonentype van de 'Blacherniotissa Platytera". Het eerste woord wijst naar het voormalige Blachernenpaleis in Byzantium; het tweede woord is interessanter.
'Platytera' wil zeggen 'wijder, breder', in het Grieks. Toen zij haar Zoon in haar schoot droeg, omgaf zij Degene die zo groot was dat de hemel, ja de hemel der hemelen Hem niet kon bevatten.
Het behaagde de ganse volheid Gods in Christus te wonen. En Die verbleef in haar schoot.
Als 'Onze Lieve Vrouwe van Altoosdurende Bijstand', 'Zoete Lieve Vrouw', 'Nötre Dame', 'Madonna', is ze in het Westen lange eeuwen vereerd geweest; er ontstond in de latere Middeleeuwen een vorm van Mariadevotie die bijna zeker van grote invloed is geweest op de 'hoofse liefde', en in het algemeen, op de wijze van omgaan tussen (hoogegeboren) mannen en vrouwen in die tijd. Maria's invloed op de Europese cultuur valt niet te overschatten! Alleen de invloed van Christus op de cultuur is groter te achten, wat op zich dramatisch toont hoezeer Maria bewustzijn en gedrag van Europeanen eeuwen lang heeft gestempeld.
Ook in de cultuur
Wil men Maria's 'culturele invloed' op de Europese beschaving aangeven, dan valt uit een onafzienbare stroom Marialiederen te citeren, terwijl het aantal beeldhouwwerken, schilderijen, gravures, prenten, wandtapijten en mozaïeken van De Maagd schier onoverzienbaar is. Het is mijns inziens een goed te verdedigen stelling dat na de afbeelding van Christus in Christelijk Europa geen persoon zo vaak is atqebeeld als Maria. Ik zet maar wat zaken rijp en groen door elkaar.
In het Engelse taalgebied kent men de plant 'marigold' (goud van Maria); het is een plant (Calendula officinalis) met felgele of oranje bloemen.
Tot er een kalenderhervorming plaatsvond in 1752 kende men in diverse delen van Europa het Maria-jaar. Het was de gewoonte om het jaar te laten beginnen op 25 maart, op het Feest van de Annunciatie. Die 'Annunciatie' is de Aankondiging van Jezus' geboorte door de engel, precies negen maanden voor het feest van Kerst.(5) Voorbeelden van Maria's invloed kan men moeiteloos vermenigvuldigen. Ik denk aan de hulp die de Maagd zou geven. De legenden van Maria, die te hulp geroepen werd en ook kwam, soms om de maagdelijkheid van iemand te redden, ze zijn er bij tientallen.(6) Eeuwenlang verschijnt de Heilige Maagd aan de Europeanen, zo niet in het echt, dan in elk geval in de kunst en de literatuur. De centra waar ze zou zijn verschenen, zoals Lourdes, Fatima, Tinos en Medjugorje, hebben miljoenen pelgrims getrokken.
Noten
1. Ontleend aan C.A. Bouman. Theotokos. Moeder Gods. De Toorts Heemstede. 1941. p.15 2. Bouman. a.w. p.14.
3. J.N.D. Kelly. Early Christian Doctrines. Black. London. 1960 (5e druk 1977) p.405.
4. Bouman. a.w. 27, 28.
5. Ontleend aan Brewer's Dictionary of Phrase and Fable.
6. Zie het aardige en heel 'devote' boek van Pieter Terpstra, Maria de Heilige Maagd. Leven, Verschijningen, Legenden, Mirakelen Van Seijen. Leeuwarden (z.j. ± 1980)