Een oude ordonnantie (slot)
1993-01-29
In de ordonnantie van het Oude Mannen- en Vrouwenhuis te Zaltbommel uit het jaar 1733 wordt vervolgens aandacht gegeven aan een aantal praktische zaken, o.a. betreffende het eten en drinken. In die tijd was het heel gewoon bier te drinken bij de maaltijden.- Jaargang 37
- nummer 3
"Des morgens... zal een ieder zijn kanneke, daar 't van ouds gewoon is moeten gezet hebben, om daar bier in getapt te worden, en zoo iemand het zijne niet gezet heeft, ende andere getapt zijn, zullen de nakoomers op dien dag niet getapt worden, en soo daar eenige mogten zijn, die haar kanneke niet geheel vol en lust uit te drinken, zuIlen aan die geene die tapt, moeten zeggen, haar kanneke niet geheel vol, maar zoo als zij denken uit te drinken, te tappen, zonder dat iemand zijn bier, door een ander zal mogen laaten uit drinken, of als 't verschraalt is, uit gieten, en zal die in ses weeken geen bier getapt worden.
Des s' morgens om half negen sullen in de Eed kamer, boterhammen op de Tafel gezet worden, om te ontbijten en zal een ieder om negen uuren ontbeeten moeten hebben."
Zij die te laat aan tafel verschenen, konden weer teruggaan, want eten was er dan niet meer bij. Na het eten de deur uitgaan kon niet zo maar:
"Niemand zal des avonds na den eeten uit gaan, ten waare met consent van de... Binnen Vader of Binnen Moeder en zullen, soo mannen als vrouwen des avonds om agt uuren in haare kamer moeten weesen, om te bed te gaan, en haar ligt voor half negen uuren moeten uit doen, en haar vuur wel te besorgen, dat er geen ongemak van komt."
Belangrijk was ook de bepaling inzake het roken. Tijdens de maaltijden en met name tijdens de bijbellezing mocht niet worden gerookt. Ook mocht er op de kamers na 8 uur 's avonds niet meer worden gerookt. Mocht dit toch gebeuren, dan dreigde er straf:
"...en zoo bevonden wordt, dat zig iemand verstoute 't zij des nagts off op andere tijden op het bed te rooken, of vuur te slaan, die zal voor twee maanden uit den huijsen gezet worden, en nooijt weer in huijs mogen rooken."
Belangrijk is ook het volgende:
"Niemand van de mans of vrouwen zal vermoogen in 't huijs brengen off doen in brengen eenigen sterken drank wijn off bier als met consent van de Provisoren (geestelijke verzorgers - v.W.), binnen Vader of Moeder.
Zal ook niemand in herbergen moogen gaan drinken, veel min beschonken thuijs koomen."
Men moest door de voordeur naar binnen komen:
"Een ieder zal door de deur aan de Nieuwstraat in en uit moeten gaan, en zullen niet vermoogen gesprek te houden met iemand voor haare vensters, 't zij aan de straat off op het Kerkhoff (het huis was vlakbij de kerk en het kerkhof - v.w.)."
De verlichting op de kamers werd ook geregeld:
"De Mans zullen kaarssen gegeven worden om daar meede te bed te gaan na ouder gewoonte. zonder dat zij die uit den huijsen zullen mogen brengen.
En aan de vroukens zal olie gegeven worden, meede na gewoonte om in ieder kamer een lamp te branden en dat (op) matigen wijsen, zonder dat iemand die olie uijt den huijsen zal vermogen te brengen."
Het verwarmen van de kamers was een zorg voor de Binnenvader; de bewoners mochten hier zelf niets aan doen.
Belangrijk was ook de volgende bepaling:
"Geen mans ofte vrouwen zullen in de kaamer of elders daar zij logeren onder malkanderen moogen komen."
Tenslotte werd zwart of wit gezet, dat de binnenvader en -moeder er voor moesten zorgen,
"dat het matelijk, regtveerdelijk en Godsaliglijk in het huijs toegaat".