Heilszekerheid

1993-11-05
  • Jaargang 37
  • nummer 23
Veel mensen zijn op zoek naar vrede voor het hart. Sommigen doen dat door het volvoeren van veel 'christelijke' daden met een niet aflatende ijver, die voor andere zaken weinig of geen ruimte laat; anderen vleien zich met ijdele vrede: alles komt wel goed!
Weer anderen vragen zich schuchter en bezorgd af of het heil wel voor hen bestemd is! Over die vrede voor het hart spreekt Paulus in Rom. 5. En hij noemt daar een aantal kenmerken van die vrede:

ze is door Jezus Christus
Tegenover de heiligheid van God, Zijn afschuw van de zonde, heeft de mens, zondig als hij is, uit zichzelf niets in te brengen om de barricaden van toorn en zonde op te ruimen, zodat er vrede kan zijn tussen God en mens. De enige, die dat wel kon, was de mens geworden Zoon van God. Dankzij Zijn werk verdoemt God zondaars niet meer, maar spreekt Hij ze vrij en koestert Hij vredesgedachten jegens hen.

ze is uit het geloof
Door geloof krijgen mensen deel aan die bestaande vrede. Geloof is dan wel een uiterst actieve zaak: het betekent schuld belijden voor de Heilige God in het vertrouwen van vergeving en het is dan ook: vertrouwend die vergeving ontvangen en vervolgens: leven uit die vrede en 'gelovige' vredesgedachten koesteren jegens God.

ze leidt tot verwonderde zekerheid
Door het geloof gaan we a.h.w. een gebouw binnen (Paulus spreekt van toegang!), met hemelhoge torens en op iedere trede naar boven mogen we ons verwonderen over de Heilige God, Die niet het vuur van Zijn toorn laat branden, maar Die vrede gesloten heeft in Christus en nu vredesgedachten koestert jegens ons en met ons in vrede handelt!
Op iedere trede van de trappen van die torens raken we eigenlijk alleen maar meer verwonderd, en dan kan het een mens wel eens gaan duizelen; dat overkomt een mens wel vaker als hij een toren beklimt: Hoogte en diepte maken Rem onzeker: hij durft haast niet te kijken; de twijfel van een gelovig mens lijkt op zo'n duizeling: en dan komen vragen op als: Is dit allemaal wel voor mij? Heel z'n leven lang wordt een mens aangevochten, verzocht, verleid tot angst en onzekerheid, door de duivel, of door een medemens, of door z'n eigen vlees. En in die omstandigheden klinkt dan helder en klaar: "Wij zijn gerechtvaardigd uit net geloof en wij hebben vrede met God..." Dat zijn onwankelbare zaken. De vrede is verworven, en niets kan die vrede kapot maken! Door allerlei twijfel, angst en aanvechting heen, mag het geloof hierin groeien naar de zekerheid toe: de zekerheid over het werk van de Middelaar.

ze geeft hoop op de heerlijkheid
Wie zich eenmaal zeker weet van die vrede, is ook verzekerd van de toekomstige heerlijkheid, waarin Gods werk volledig openbaar zal zijn en voor ieders oog werkelijkheid is. Naar de nieuwe hemel en nieuwe aarde mogen we zo uitzien in de zekerheid van het geloof. We mogen er in roemen, zegt Paulus in vs. 3!
Dat roemen is niet een leeg pochen, dat zou het wel zijn als het roemen berustte op menselijke prestaties, op bv. goede werken. Nee, het roemen rust op de door Jezus Christus verworven vrede, op Zijn Middelaarschap. Daarin te mogen roemen geeft glans aan het leven: Want door Jezus' middelaarschap mogen we nu in vrede met God leven, a.h.w. in een heel ander klimaat, het klimaat nl. van Gods Koninkrijk, waarin uitzichten geopend worden, die ongekend zijn. Het mag zijn alsof we opeens uit een bedompte zaal in de frisse lucht komen. Ongekende mogelijkheden doen zich dan voor. En dat geldt voor de toekomst net zo goed als voor het heden, al is de toekomst voor een christen bepaald niet een soort fopspeen of zoethoudertje in het heden. Ook de christelijke toekomstverwachting rust in het middelaarswerk van Christus. Bij het woord 'hoop', zoals Paulus het hier gebruikt is de blik dus voorwaarts gericht, nl. op de heerlijkheid Gods. D.w.z.: het gaat niet in de eerste plaats om wat wij vaak aanduiden met 'zaligheid voor de ziel', of om dat bescheiden plaatsje in de hemel, maar wel om dat door God gestelde doel, nl. mens worden naar Gods beeld. Dat is de heerlijkheid Gods, waarop we mogen hopen omdat het vrede is tussen God en ons. Vrede, die alle verstand te boven gaat; niet een vrede zoals de wereld die geeft, maar de vrede van Christus.
Dan is er ook het feestelijke van het leven in de verwachting, waarvan bv. Psalm 85 zingt: gerechtigheid en vredekussen elkaar. Daarachter wordt de heerlijkheid van God zichtbaar. En het wordt merkbaar in de verwachting van het Koninkrijk, waarin we als gemeente van de Heer vandaag mogen leven: en het wordt merkbaar in het leven van individuele mensen, die zich getroost weten in leven en sterven omdat ze Gods onvervreemdbaar eigendom zijn. Dan mogen we ook dwars door twijfel en leed heen juichen over het heil, dat verworven is, en dat uitgezongen mag worden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief