D'r ut!
1993-11-05
Het waren slechts twee woorden, die hij zei.- Jaargang 37
- nummer 23
Maar ze waren niet voor tweeërlei uitleg vatbaar.
"D'r ut!"
Hij zei het op z'n Fries. Er was geen woord Frans bij.
De dominee ging weg als een geslagen man.
Hij was op bezoek gekomen, omdat een kind van twaalf jaar verongelukt was.
De jongen was het zonnetje in het huis van vader en moeder.
Twaalf jaar geleden was hij binnen gebracht in het huis, waar de wieg al lang op zolder was gezet. En waar nog nooit een stuk speelgoed over de vloer had rondgeslingerd en de stoelen nog nooit als een trein achter elkaar hadden gestaan.
Toen was Pieter gekomen, een baby van een paar maanden oud. Ze hadden hem als kind geadopteerd. Hun kind!
Toen ging de zon echt schijnen in het huis van deze twee mensen.
Hun leven kreeg weer fleur.
Twaalf jaar mochten ze voor hem zorgen.
Het waren twaalf blijde jaren.
Tot dat vreselijke gebeurde.
Pieter werd door een tram geschept, toen hij het ouderlijk huis uit ging, de deur achter zich dicht trok en de straat op rende.
Hij was op slag dood. De ouders waren kapot. Ze begrepen het niet.
Toen kwam de dominee. Hij begreep het.
Hij wist precies, waarom hen dit overkomen was.
Zo'n zwart-wit-theologie, weet u wel.
"Boontje komt om zijn loontje".
En God zal het wel met de beste bedoelingen gedaan hebben.
Toen stond de vader op.
"D'r ut!"
Rustig, maar heel beslist.
Een half jaar zijn ze daarna niet naar de kerk gegaan. Vanwege die dominee?
Dat ook, zeker. Maar vooral omdat het stormde in hun hart.
"Waarom heeft God ons kind niet voor de grijparmen van die tram weg gerukt?” God liet de vader en moeder uithuilen.
Hij heeft liever te doen met mensen, die met tranen in de ogen vragen: "Moet dat nu zó? En hoe moet het nu verder, Here Goo?", dan met hen die berustend prevelen: "Wat God doet, dat is wèl gedaan."
De Here geeft de tijd om vragen te stellen, te huilen, te schreeuwen desnoods.
Zo hebben die vader en moeder dat gedaan.
Een half jaar lang gestreden met God.
Toen kregen ze rust. Nee, ze bérustten niet.
Dat zou een moslim doen.
Of een christen met een fatalistisch beeld van God.
Maar dat is eigenlijk hetzelfde: Met de handen als vuisten in de zakken gebald mompelen: " 't Zijn geen mensen die het je aandoen ". Deze ouders aanvaardden het lijden, verwerkten het en vonden rust in God.
Of ze God begrepen?
Nee, maar ze vertrouwden Hem wel.
Er zal heel wat door hun hart gegaan zijn, toen ze voor het eerst na lange tijcf weer naar de kerk gingen.
Maar hun strijd was gestreden.
"Wat God doet dat is wèl gedaan" zong de gemeente.
En zij zongen het mee. Niet uitbundig, maar zacht in hun hart.
Toen kon het. Toen was het echt!