Broer en zus

1993-11-05
  • Jaargang 37
  • nummer 23
Twee kinderen uit één gezin waren onder invloed gekomen van een religieuze groepering met de kenmerken van een sekte. Hun moeder maakte zich daar zorgen over. Ze belde de predikant van haar kinderen op en vroeg of iemand uit de gemeente met zoon en dochter zou kunnen spreken.
De predikant liet er geen gras over groeien en bracht diezelfde dag nog een bezoek aan de zoon en de dochter.
De gesprekken verliepen heel verschillend. Natuurlijk voelden de kinderen wel aan wie er achter dit bezoek zat. En de moeder kreeg het ook van haar beide kinderen te horen.
De jongste belde spontaan zijn moeder op en zei: "Wat ben ik blij dat u iemand hebt gebeld. Daaraan kon ik zien dat u om me geeft!" Zijn oudere zus negeerde het initiatief van de moeder. Toen het later een keer ter sprake kwam, reageerde ze furieus. "Bent u helemaal gek geworden?
Waar bemoeit u zich eigenlijk mee?" Een dochter en een zoon. Hetzelfde gezin; een vergelijkbare opvoeding, dezelfde ouders. De één interpreteert het initiatief van de moeder positief, de ander voelt zich direct aangevallen. Terwijl de moeder hetzelfde bedoelde. Dat kan dus, in één gezin ...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief