Over de gaven van de Geest (3)

1993-02-12
  • Jaargang 37
  • nummer 4
Gavenlijsten
Een volgende vraag, die ik aan wil roeren is: hoeveel gaven zijn er eigenlijk?
Het NT kent in totaal vier opsommingen van gaven. En wel in Rom 12, 1 Kor 12, Ef 4 en 1 Petr 4. Wanneer je die gavenlijsten naast elkaar legt, zie je bepaalde overeenkomsten. Maar ook aanmerkelijke verschillen. En we krijgen stellig het gevoel, dat het om een open opsomming gaat. Paulus en Petrus wekken niet de indruk naar volledigheid te hebben willen streven.
Peter Wagner, een Amerikaan die een prachtig boekje over de charismata geschreven heeft", komt tot een getal van 27. En daaronder zijn enkele, die hij niet in de Bijbel gevonden heeft, maar in de praktijk van het kerkelijk leven.
En waarom zou dat inderdaad niet kunnen? Waarom zou God zich bij het uitdelen van zijn gaven ook niet richten naar de behoeften van een bepaalde tijd en van een bepaalde situatie waarin een gemeente leeft?
Zo zou in onze tijd te denken zijn aan een extra accent op de gaven van barmhartigheid en dienstbetoon, in een wereld waarin de liefde steeds sterker dreigt te verkillen.

Identiteitsbepalend
Tenslotte wil ik nog één vraag aan de orde stellen en wel die naar het nut van genadegaven. En ook wat het nut is van de kennis van genadegaven. En daarbij wil ik dan weer drie punten nagaan.
Allereerst is het ontdekken van je gaven een middel om als gelovige tot je doel te komen. D.w.z. tot het doel dat God met u heeft. Om te weten wat God nu speciaal van u verlangt in de dienst aan zijn gemeente en zijn Koninkrijk.
En hoe u uw plaats in kunt nemen in het geheel van zijn kerk.
Nu ben ik ervan overtuigd dat veel gelovigen hun genadegaven gebruiken, zonder dat ze zich dat nu zo speciaal bewust zijn. De kerk van Christus zou niet geweest zijn wat ze is, als broeders en zusters niet hun gaven hadden gebruikt in dienst van hun Heer.
Waarom is het dan toch zo belangrijk dat ieder van u zich van zijn gaven bewust wordt? Dat u zich daar expliciet mee bezig houdt en erover nadenkt?
Omdat kennis van uw gaven u zal' helpen om te verstaan wat Gods wil met uw leven is. God heeft voor ieder van u een bepaalde taak in het lichaam van Christus en in het Koninkrijk van God vastgesteld. En uw gave is de sleutel tot wat God wil wat u nu moet doen en mag doen.
Want, dat moet u begrijpen, elke gave is ook een opgave. Elke gave houdt een roeping in. Uw Heer verwacht dat u ermee aan het werk gaat, zoals de heer uit Christus' gelijkenis van de talenten en de ponden. U moet er zo mee handelen, dat uw opdrachtgever er voordeel van heeft.
Elke gave is een opgave. Maar de gave gaat voorop. D.w.z. u kunt het.
God heeft u een mogelijkheid gegeven om Hem te dienen. God vraagt van u niet meer dan wat Hij u zelf gaf.
En daarom is het zo belangrijk uw gaven te ontdekken. Want dat bespaart u veel zuchten en frustraties. Als u uw gaven kent, dan weet u welke plaats en welke taak binnen uw gemeente voor u geschikt is. Als u uw gaven kent, kunt u doelbewust en doelgericht met de Heilige Geest meewerken.

Bevrijdend
Daar zit ook nog een andere kant aan.
Naast de gave(n) die u bezit, zullen er vele meer zijn, die u niet heeft. Zoals ik in het begin al zei: U zult met uw gave altijd in de minderheid zijn. En er zullen talloze gaven zijn, die u niet bezit. Nu, dat is geen reden om jaloers te zijn.
Nee, bekijkt u het eens van deze kant, dat u vrij bent van een taak op een terrein waarop u beslist geen gave bezit. Het konijntje, dat zo goed kan graven, hoéft niet per se te vliegen. De vis, die zo goed kan zwemmen, hoeft niet te kllrnrnen", De Duitse gemeenteopbouw-man, Christian Schwarz. die zich, zoals ik in het vorige artikel al schreef, veel met het bijbelse onderwijs over de gaven heeft beziggehouden, poneerde eens de stelling: Elke gave, waarvan ik vaststel dat ik die niet heb, is iets om te vieren.
Dat klinkt vreemd misschien. Maar hij bedoelde: U draagt tegenover God geen verantwoordelijkheid voor al die gaven die Hij u niet gaf. En u kunt met een gerust geweten weigeren, als op zo'n terrein uw inzet wordt gevraagd.
God roept u niet tot taken waartoe Hij u niet geschikt gemaakt heeft. Iemand die niet de gave van evangelisatie heeft hoeft niet de straat op. En iemand die niet de gave van leiding heeft hoeft geen voorzitter van een commissie of van een bijbelclub of iets dergelijks te worden. Elke gave, waarvan ik vaststel dat ik die niet heb, is een reden om opgelucht adem te halen en tot rust te komen.
Maar nogmaals, daar waar u wel gaven voor hebt, wordt uw inzet verwacht.
Maar dan mag u ook het zekere gevoel hebben dat u wandelt op de weg die God met u wil gaan. Dat u doet waarvoor God u heeft bedoeld.
Dat kan u brengen tot een gezond zelfbewustzijn en tot een harmonisch geestelijk leven.
"Er is geen leer, die meer praktisch is dan die over de gaven van de Geest.
De ontdekking van zijn geestelijke gave verandert vaak een gefrustreerde, met schuld overladen christen in een gelukkige en nuttige discipel. "3

Heilzaam voor de gemeente
In de tweede plaats is de kennis van genadegaven en waarvoor ze dienen en hoe ze moeten worden ingezet tot heil van heel de gemeente. In het 4e hoofdstuk van zijn brief aan de Efeziërs heeft Paulus gezegd dat het gehele lichaam van Christus tot rijpheid en volwassenheid komt, wanneer de geestelijke gaven benut worden. Ik herinner m.n. nog eens weer aan dat woord uit Ef 4,16 dat naar de kracht, die elk lid op zijn wijze oefent ... het lichaam groeit en zichzelf opbouwt in de liefde.
Een gemeente die tot rijpheid komt heeft ook groeikracht. Die zal groeien in kwaliteit. Want de gaven van onze gemeente zullen worden gemobiliseerd.
Het werkloosheidsprobleem binnen de gemeente zal worden opgelost.
De gemeente vertoont vaak nog veel te veel, zoals ik ergens las, het beeld van een gondel, waarin één man de vaarboom hanteert en de anderen zich heerlijk achterover liggend laten vervoeren.
Maar ze moet meer het beeld vertonen van de roeiboot, met één man aan het roer en alle anderen aan de riemen.

Vacaturebank
Als we het bijbels onderwijs m.b.t. de gaven verstaan, zullen we tot een heel andere vorm van taakverdeling binnen de gemeente kunnen komen. Vaak is het zo dat we een vacature hebben en een baantje voor dit of dat. We hebben commissies en werkgroepen, waar we mensen voor nodig hebben. En wat doen we dan? We werven een broeder of zuster en we zetten die onder druk om het een of het ander te doen. We zoeken een mannetje of vrouwtje voor een taak.
Maar zouden we dat niet precies andersom moeten doen? Moeten we niet een taak en een opdracht zoeken bij een gemeentelid? Moeten we niet eerst kijken wat we in huis hebben?
Moeten we niet eerst eens wat breder inventariseren.wat God zoal aan gaven in onze gemeente gegeven heeft aan de diverse broeders en zusters en dan daarbij aansluiten wat we als gemeente gaan aanpakken? Moeten we zo niet meer God het beleid voor onze gemeente laten bepalen?
In mijn eigen gemeente, waar ik nu al voor het derde jaar bezig ben een cursus te geven over het onderwijs van de Bijbel over de gaven van de Geest, pleit ik voor een kerkelijke vacaturebank of databank. Ik stel me daarbij voor, dat in een kaartenbak of computer dan van ieder gemeentelid wordt bijgèhouden welke gave men heeft, zodat men voor een daarbij behorende taak kan worden gevraagd.
Misschien iets voor kerkeraden, om aan te denken.

Gemeentegroei
En zo zal, wat voor de enkeling in ons midden geldt, ook voor de gemeente als geheel gaan gelden. Zo komen we tot ons doel. Zo zullen we winnen aan geestelijke gezondheid. Er zal een nieuwe geest van eenheid en eensgezindheid gaan ontwaken.
Voor ieder zal er een taak zijn, een mogelijkheid om zich in te zetten. Veel minder leden van het lichaam van Christus zullen zich minderwaardig of nutteloos voelen als ze leren verstaan dat ook zij niet gemist kunnen worden in het plan van God. We zullen meer waardering voor elkaar ontwikkelen als we zien hoe we elkaar nodig hebben en van elkaar afhankelijk zijn om samen dat plan uit te voeren.
Zo zal de gemeente kunnen groeien in kwaliteit, maar ook in kwantiteit. Want een licht op de kandelaar en een stad op de berg kunnen niet verborgen' blijven. Zouden we zo ook niet mogen uitzien naar Gods zegen, dat Hij mensen van buiten de kerk bij ons voegt om samen met ons zijn volk te zijn. En moet dat niet het grote verlangen zijn van elke gemeente van Christus?

Tot eer van God
En zo zal tenslotte - dat is het derde punt - de ontdekking en het gebruik van de gaven die de Geest ons geeft dienen tot verheerlijking van God.
Zoals Petrus dat schrijft: Dient elkaar, een ieder naar de genadegave, die hij ontvangen heeft, als goede rentmeesters over de velerlei genade Gods ...
opdat in alles God verheerlijkt worde door Jezus Christus, aan wie de heerlijkheid is en de kracht, in alle eeuwigheid (1 Petr 4,10v).
Kunt u iets heerlijkers bedenken dan ieder voor zich en samen met elkaar te leven tot eer van God? Ga dan ieder voor zich, voorzover u er nog geen zicht op hebt, op zoek naar uw §ave.
En laten we zo ieder voor zich schepselen zijn en laten we samen met elkaar kerk zijn naar Gods bedoeling.

Noten
1 Peter Wagner, De geestelijke gaven voor de opbouw van de gemeente, Gideon, Hoornaar, 1990.
2 Zie de dierenfabel van Christian Schwarz uit het vorige artikel.
3 H.A. Snyder, Het probleem van de wijnzakken, Gideon, Hoornaar, 1977, pag. 115.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief