Uit het leven van een domineesdochter
1993-02-12
Toen Janneke afscheid nam van 'Het Bruggehoofd', waar ze twee jaar gewoond had, kreeg ze twee boeken van Annie M.G.- Jaargang 37
- nummer 4
Schmidt cadeau: Minoes en Wat ik nog weet.
Het ene geschreven voor kinderen, het andere voor volwassenen. Hoewel, eigenlijk is wat dat betreft het schrijverschap van Annie Schmidt te vergelijken met dat van Willem Wilmink: beiden maken ze geen onderscheid tussen boeken voor kinderen en voor volwassenen.
Eén van de meest aantrekkelijke kanten aan Annie Schmidt is dat ze zowel voor groten als kleinen een geweldige auteur is.
Genaild voor een kalf
Toch had het maar weinig gescheeld of we waren al die prachtige boeken, toneelstukken, liedjes, musicals, hoorspelen en grammofoonplaten misgelopen. Ten minste, als het aan Annie's broer had gelegen. In het hoofdstuk 'Uitgewist' schrijft ze: "Mijn broer werd geboren in 1903,tussen twee gestorven zusjes in. Toen het derde zusje, dat was ik, in de wieg lag was hij niet blij en niet dankbaar, zoals hij had horen te zijn. Geen wonder.
Alle aandacht van mijn moeder ging naar dat kostbare kleinood in die wieg en voor hem bleef er bitter weinig over. Op een dag kwam hij thuis van een bezoek aan boer De Groene en zei: 'Ik kom zusje halen' 'Zusje halen?' 'Ja, ik heb haar geruild voor een kalf.' Terwijl hij het zei, besefte hij dat het onzin was, maar hij bleef dapper volhouden en wou naar de wieg. Boer De Groene had het zo ernstig gemeend, het was zo'n eerlijk bod en zo'n goede ruil. Mijn moeder barstte in lachen uit.
Die lach beledigde hem. Sindsdien is het nooit meer goed gekomen."
Dit verhaal staat in Wat ik nog weet, een bundeling van autobiografische stukjes die voor een groot deel in Het Parool hebben gestaan. Annie Schmidt komt uit Kapelle in Zuid-Beveland, waar haar vader dominee was. Haar moeder had eigenlijk met onderwijzer Maaskant willen trouwen, maar ze liet hem schieten toen ze de kans kreeg met de aankomend dominee te verkeren.
"Als je met een onderwijzer trouwde, werd je geen Mevrouw. Je zou altijd Juffrouw blijven maar als domineesvrouw werd je absoluut Mevrouw.
Hoe veel ze ook van Maaskant hield, hij werd aan de kant gezet."
Later kreeg moeder spijt van haar keuze en verzuchtte dan: "Had ik Maaskant maar genomen ..."
Jaloers op Maarten
Er gaat een lang vervlogen wereld voor je open als je dit boek leest, de wereld van rond de laatste eeuwwisseling, toen er noq.juftrouwen en mevrouwen waren en benen bikkels als kinderspeelgoed en nog geen auto's en elektriciteit. Ook de wereld van het domineesgezin Schmidt was een heel aparte. Het geloof speelde slechts een zeer geringe rol. Moeder Schmidt kwam onder de invloed van de vrouwenemancipatie en ze merkte tegen haar man op dat het tijd werd dat ook Nederlandse vrouwen kiesrecht kregen.
Dominee wees haar er toen op dat er al drie jaar vrouwenkiesrecht bestond in Nederland.
We krijgen door. Wat ik nog weet een indruk van de dilemma's waaraan een domineesgezin ten prooi is, waar niemand meer gelooft. Annie Schmidt schrijft ergens in haar boek dat ze jaloers is op schrijvers als Jan Wolkers, Maarten Biesheuvel en Maarten 't Hart omdat die zoveel kennis hebben van het Oude Testament en de tale Kanaäns hoewel ze ketters zijn net als zij. Zowel in de kerk als thuis aan tafel sloot ze zich als kind al volledig af voor de bijbellezing en de preek.
"Toen ik zes jaar was" schrijft Annie, "keerde ik de kerk de rug toe (...). Mijn ouders leden daar niet onder. Ze berustten erin. Sterker nog, ze begrepen het. Per slot waren ze zelf beroepshalve vroom." Wanneer Annie verkering krijgt met een gelovige jongen ontstaan er problemen. Wanneer hij voor het eten bidt, ontstaat er een rare situatie. "Het was een schok voor m'n ouders toen ze zagen dat hij zijn handen vouwde en bad voor de maaltijd en dat ik ook mijn ogen sloot en m'n handen vouwde, (...) Mijn vader bad uit beleefdheid mee. Mijn moeder niet. Ze zei ferm: Het spijt me Henk, wij doen dit al geruime tij.d niet meer."
Neten eten
Wat ik nog weet is al met al een heel bijzonder boekje. Rare voorvallen, bizarre situaties, diepe ernst, alles op de luchtige toon en met prachtige zinnen.
"Onder de les in de schoolbank nam je een dun lokje haar in je hand, je wreef er met twee vingers langs en je voelde een bobbeltje. Een neet. Die neet schoof je dan langzaam van het haar af, je stak hem in je mond en at hem op, intussen met een peinzende blik luisterend naar de les van meneer Schrier." Toen haar vader op sterven lag duldde hij geen collega-predikant bij het bed: "Drost, beste kerel, ik red het wel, goeiendag." Op het laatst neemt Annie, die zwanger is, de wake over van haar moeder, die erg moe is.
"Ik haalde m'n blocnote en pen uit m'n tas. Morgen moet ik m'n versje voor Het Parool inleveren, dacht ik. Dat moet ik dus hoe dan ook vannacht schrijven. En ik begon aan een versje over kinderen die eigenlijk door de rijstebrijberg moeten heen eten, maar dat niet hoeven omdat ze in een bus zitten die er dwars doorheen rijdt. Wat heb ik vaak later met een rilling aan die nachtelijke uren gedacht. Je gaat door met je werk en je maakt een lollig versje terwijl je vader vier meter van je af ligt te sterven. (...) Toen, al schrijvend aan dat versje, voelde ik geen verdriet of spijt of schuldgevoel, alleen maar de dwangmatige werking van m'n hersens als ze rijmwoorden moeten zoeken. Toen het versje af was hield het reutelen op. Ik ging kijken en maakte toen m'n moeder wakker."
Tijdens de begrafenis voelt Annie zich gelukkig. "Natuurlijk, het is toch ook prachtig om zwanger te zijn en met nieuw leven in je, je oude vader te begraven. Het versje wou ik nooit meer lezen. Tot nu. Niet zo best, maar ach... gezien de omstandigheden.
Annie M.G. Schmidt, Wat ik nog weet, Querido, 143 pagina's f 24,90