Gebed uit Joegoslavie

1993-02-12
  • Jaargang 37
  • nummer 4
Bijna dagelijks maakt nieuws uit het voormalige Joegoslavië deel uit van het Journaal en de kranten. Het gevaar bestaat dat we het zo gewoon gaan vinden dat het niet eens meer tot ons doordringt. Of -als we het wél horenhopen we maar dat het niet zo erg is als het op het nieuws verteld wordt.

VN-bataljon
Ds. C.G. (Casper) Koolsbergen heeft als geestelijk verzorger van het Nederlandse VN-bataljon de situatie in Joegoslavië van nabij meegemaakt. Over zijn ervaringen heeft hij een dagboek bijgehouden, dat in boekvorm is verschenen bij uitgeverij Van Wijnen in Franeker. Het boekje heeft me van de eerste tot de laatste bladzijde geboeid.
Uiteraard niet omdat er zulke plezierige reisverhalen in beschreven staan; wel omdat op heel authentieke wijze door een ooggetuige beschreven wordt hoe de situatie hier in de lente en de zomer van 1992was. Wat maak je er als VN-militair (en als geestelijk verzorger) mee, wat moet de plaatselijke bevolking doorstaan, waarom doen bevolkingsgroepen elkaar dit aan? De vele foto's maken dat het land meer voor je gaat leven, dan wanneer je de snelle flitsen op televisie ziet.

Verslechterende situatie
Wie in het begin van de uitzending van de VN-militairen naar TV keek, had soms de indruk dat het om een vakantiereisje ging. Wie dit boek leest, ziet dat de situatie in hoog tempo verslechtert.
Wat aanvankelijk misschien af en toe voor de buitenwereld inderdaad een reis naar een vakantieland leek, blijkt al snel een levensgevaarlijke onderneming te zijn. Vooral de beschrijvingen uit Sarajevo tonen hoe een eens aantrekkelijke stad in korte tijd tot een oord van verwoesting kan worden. Dag-in, dag-uit salvo's, slaan mortiergranaten in, explosies gaan achter elkaar door en ook het V.,Nhoofdkwartier wordt onder vuur genomen.
Trouwens: ook de houding van verschillende bevolkingsgroepen tegenover de VN-militairen lijkt steeds meer afwijzend te worden. "Het lijkt er soms op dat we bij geen van de strijdende partijen nog krediet hebben"
(83). Bij de bezoeken aan Belgrado blijkt dat de houding van veel Serviërs zelfs ronduit bedreigend kan zijn.

Godsdiensten
Casper Koolsbergen heeft zijn dagboek in de vorm van een gebed geschreven.
Temidden van notities over het gebeuren van alledag vinden we vragen die hij aan God stelt. Vragen die wel heel dichtbij komen wanneer we lezen hoe de strijd tussen bevolkingsgroepen ook vaak een strijd is tussen mensen die verschillende godsdiensten belijden. Veel Serviërs zi.jn Grieks-orthodox; in Kroatië is men meestal Rooms-Katholiek; in Bosnië wonen veel moslims. Toch konden die mensen jarenlang in redelijke harmonie naast elkaar leven. Sarajevo telde 70 moskeeën, 10 Rooms-Katholieke kerken en 5 orthodoxe kerken. "Op hoeveel plaatsen wordt hier uw naam aangeroepen! En hoe triest is het, dat dat de stad er niet veiliger op maakt.
Wie zijn het toch, die uw naam erbij halen om een ander naar het leven te staan ...." (blz. 21). De kerkgebouwen en moskeeën vormen dan ook vaak een duidelijk doelwit, alsof het militaire objekten zijn. "Dat ze van uw kerk soms een puinhoop maken weet iedereen, maar hier leggen ze dat wel heel letterlijk uit" (blz. 17). Het zijn ook vragen waar VN-militairen mee zitten; vragen die ze soms aan Koolsbergen voorleggen.

Vernielingen
Regelmatig stoor ik me al aan graffititeksten op muren. Maar wat stelt dat voor, ais we over de zinloze vernielingen lezen, die Casper Koolsbergen beschrijft? "Wat er op de heenweg als een levendig stadje uit zag, ziet er nu (= een paar dagen later) geplunderd en verlaten uit". "Ik zie hoe de minaret van de moskee tot twee keer toe geraakt wordt". "Er zullen voornamelijk woonhuizen vernield worden". Over Vukovar: "Nergens anders zijn de verwoestingen zo intensief, zo huis aan huis. Een complete stad is naar de vernieling geholpen. Sommige wijken vormen alleen nog maar een ravage.
Flatgebouw na flatgebouw moet bewust doelwit zijn geweest. Wij hebben er geen antwoord op, en waar is het uwe? In de stilte komen we vragend bij U terecht. ..." (85). Op het moment dat Koolsbergen zijn dagboek schreef, was er nog niet zoveel bekend over martelpraktijken die door de strijdende partijen begaan worden. Toch dringen ook die gruweldaden af en toe in het boekje door. Welke duivelse motieven moeten er in de mens leven zodat hij tot zulke daden in staat is? En wat beweegt kerkmensen om zich hier aan over te geven? Heeft Gods Woord geen invloed op de manier waarop we omgaan met onze naaste?

Ontmoetingen
Ds. Koolsbergen beschrijft ontmoetingen met allerlei mensen. Uiteraard met 'zijn' mensen (van het Nederlandse VN-bataljon), maar ook met andere VN-militairen. Ontroerend is het kontakt met een groep Kenyanen: een stukje evangelisch Afrika in Krajina!
(78). Ontmoetingen zijn er ook met de plaatselijke bevolking (al is dat maar beperkt mogelijk). Dan blijkt dat de individuele burger in een stad als Sarajewo niet in het hokje van Kroaat, Servër of Moslim geduwd wil worden; families hebben niet zelden een gemengde afkomst. "Zijn vader is servisch-orthodox, zijn moeder katholiek en zijn vrouw islamitisch" (38), zo blijkt uit een ontmoeting met een inwoner van de Bosnische hoofdstad. Soms blijkt uit de kontakten opeens dat (ondanks grote godsdienstige en kulturele verschillen) dat mensen even dezelfde taal spreken. "Ook ik geloof in God"
zegt een islamitische studente over de drijfveer achter haar hulp aan mensen in moeilijke omstandigheden.

Waar komt onze hulp vandaan?
Casper Koolsbergen heeft een reisverslag geschreven dat ons met de neus op de feiten drukt. Het laat zien tot welke angstaanjagende dingen de mens in staat is. Het laat ook zien hoe machteloos organisaties en mensen kunnen zijn als het erom gaat een keer te goede te bewerkstelligen. Het boekje geeft een indruk van het werk van de VN-militairen in dit gebied en van de taken van een geestelijk verzorger in deze omstandigheden. Het beschrijft ook de sfeer in een land vol tegenstellingen; met een door God rijk gezegende natuur, waar mensen soms op weerzinwekkende manier alles beschadigen wat ze maar voor hun geweerlopen kunnen krijgen. Hoewel de auteur zelf regelmatig in gevaar heeft verkeerd, is het allerminst een 'stoer' verslag geworden. De soberheid, de vorm waarin de gebeurtenissen beschreven worden, is heel plezierig.
Het boekje laat zien van Wie we uiteindelijk onze hulp van moeten verwachten, ook al blijven er soms veel vragen liggen. "Heer, geef dat we het gesprek met U blijven aangaan.
Met onze tekortkomingen en vragen.
En met onze dank. In de naam van Jezus Christus, Uw zoon, die deze onbegrijpelijke geschiedenis nog eens zal afronden!" (92).
N.a.v.: Casper Koolsbergen, Gebed uit Joegoslavië.
Uitgave: Van Wijnen, Franeker; 95 pagina's, tientallen foto's (gemaakt door de auteur), 2 landkaart jes. Prijs: f 15,75

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief