Met vreugde onder 'die swartes'

2007-08-17
  • Jaargang 51
  • nummer 16
‘Ek verkondig die Evangelie omdat ek moét’. Ds. Keesenberg dreef een diepe verantwoordelijkheid het Evangelie aan de mensen in het achtergebleven Nqutu-district te verkondigen.
Wat heeft zijn werk een zegen gedragen in dit gebied ‘achter Gods rug’. Samen met de di. Kurpershoek en Busstra en latere opvolgers heeft hij er hard gewerkt. In bijna 40 jaar zijn er 25 plaatsen van de grond gekomen waar de blijde boodschap wordt verkondigd!

Dat roepingsbesef is tot het einde toe gebleven. Toen zijn laatste ziekte hem beperkte tot de rolstoel, ging hij er, samen met zijn vrouw Yt, nog altijd op uit. In het minder bevoorrechte deel van ons dorp verkocht hij het stripboek: Jezus, de Verlosser. Voor één Rand, tien Eurocent. De kerk leed er verlies op, maar dat was niet belangrijk. Ook al was er maar één die op die manier Jezus echt leerde kennen, dan was het de moeite en pijn meer dan waard.

Apartheid
In 1968 vertrok het jonge echtpaar Keesenberg naar Zuid-Afrika. 1968 was een tijd waarin Nederlanders niet meer emigreerden, het ging voor de wind: welvaart en werk voor iedereen. Niettemin verruilen de Keesenbergs Nederland voor Zuid-Afrika. In 1968 was Apartheid daar nog springlevend. Dominees waren geëerde burgers. Als je echter vertelde dat je predikant onder ‘die swartes’ was, werd er vaak op je neergekeken: ‘zeker eentje die in zijn eigen kerk niet goed genoeg was en die ze de jungle in hebben gestuurd omdat hij daar weinig brokken kan maken’, was veelal de gedachte. Rinze heeft die neerbuigendheid ervaren. Toch heeft hem dat niet verhinderd met vreugde en zelfbewustheid onder ‘die swartes’ te werken. Omdat zijn Heer een dienstknecht wilde worden, wilde en kon hij dat ook.
En zo zag je hem dag in dag uit op het zendingsveld: koffertje met bijbel in de ene hand, stok (tegen al te onvriendelijke honden) in de andere, petje op van hut tot hut. Wandelend evangelie.

Kerkplanting
Ik meldde de vijfentwintig plaatsen al waar nu het Evangelie wordt gebracht. Maar er waren ook predikers nodig. Daarom werd een eigen theologische school opgericht. Zodat het werk langzaam maar zeker door plaatselijke medewerkers gedaan zou kunnen worden. In de loop van de tijd zijn er zo vijf lokale predikanten en meer dan tien evangelisten opgeleid. Aan de opleiding nam Keesenberg Oude Testament en Ethiek voor zijn rekening. Zijn lessen kenmerkten zich door een sterke gerichtheid op de Afrika-context waarbinnen de kerkleiders werkten. Theorieën passeerden de revue, maar stilgestaan werd bij de toepassing, het nut ervan in het dagelijks werk.

Gezondheid
Het mag een wonder heten dat Keesenberg zo lang heeft kunnen werken. Er waren momenten dat zijn leven aan een zijden draadje hing. Hij werd getroffen door een zware hersenbloeding. Nog weer later door een hartaanval. En vervolgens de strijd tegen kanker. En tussendoor waren er ook perioden van depressiviteit.
Toch krabbelde hij (door Gods genade) keer op keer weer op. Ik zei wel eens: zolang Rinze in de wereld is, zijn de wonderen de wereld nog niet uit.

In die achtendertig jaar waren er ook zware teleurstellingen. Eén ervan was het gedwongen ontslag van een lokale predikant vanwege overspel. Nog een klap was het vroegtijdig repatriëren van een jonge collega die zijn werk zou overnemen. Ook spanningen binnen het zendelingencorps waren zwaar voor hem.

Geloof in actie
Ik ontmoette Rinze voor het eerst in 1989. De Comradesmarathon was net voorbij, het was de tijd dat Zuid-
Afrikaners die (dankzij de sancties) nog wonnen. In een tv-interview met de winnaar zei deze: ‘Ik heb dankzij de Here gewonnen.’ Rinze’s opmerking daarover was: ‘Nou, dat vind ik een beetje goedkoop.’

Dat korte eerste moment gaf aan wat ik karakteristiek aan hem ben gaan vinden. Geen woorden, maar daden. Hij wilde eerst wel eens zien of je die Here diende, voor Hij zo vlot over de tong ging. De afkeer van woorden zonder daden kwam je ook tegen als je Rinze hoorde preken, spreken, bidden: kort maar krachtig.

Dan was het zoals Luther placht te zeggen: Tritt frisch auf, mach’s Maul auf, Hör bald auf. Oftewel: Verschijn, mond open, verdwijn. Rinze vond mensen met veel woorden verdacht. Hij leek daarin op zijn meester die wanneer hij over die professionele sprekers van Zijn tijd, de Farizeëers kon zeggen: ‘Hun woorden zijn mooi, maar let op de daden.’ Gereformeerd van zijn tenen tot kruin vroeg hij altijd: ‘Maar wat nut mij dit? Wat levert het op voor het geloof?’

’n Mensen-mens
Onze vriend en collega had een warme belangstelling voor mensen. Waar hij gereserveerd was in spreken en reserves had tegenover sprekers, liet hij die varen in de ontmoeting. Dan was hij, zoals de Afrikaner zo treffend zegt: ‘n uitgaande mens. Alle gereserveerdheid was dan verdwenen. Met mensen omgaan, dat was zijn leven.
Het is ook iets geweest dat jongeren aantrok. Een collega die eens een dienst waarin Rinze voorging meemaakte, was verbluft: ‘Wat een jeugd zit er bij Rinze in de kerk.’ Jeugd prikt onwaarachtigheid zo door. Ze hebben zo in de gaten wanneer je belangstelling veinst. Rinze trok jeugd echter aan zoals een magneet ijzer. Die belangstelling voor mensen is er tot het eind gebleven. In een boekje van Wim Rietkerk dat hij nog onlangs las, staat een vraag van de schrijver: wat doe je meestal als je moet wachten? Rinze’s antwoord was: mensen kijken. Wat zal hij genieten nu hij in de hemel bij God is, daar kan hij kijken naar Hem volgens wiens gelijkenis en beeld alle mensen gemaakt zijn. Daar kan hij nu naar de perfecte mens kijken, die hem letterlijk inspireerde voor zijn werk, de Zoon des mensen, Jezus Christus. Geloven is nu kijken geworden.

Kostbaar en kwetsbaar
Tenslotte is wat hem kenmerkte zijn kwetsbaarheid. Daarmee bedoel ik niet in de eerste plaats zijn kwetsbare gezondheid door alle ziekten die hij doorliep. Hij was niet alleen wandelend Evangelie, maar ook wandelend wonder. Wat heeft hij, dankzij God genade, niet overleefd. In zijn gezondheid werd hij steeds kwetsbaarder. Dat er ondanks dat zoveel zegen zijn werkzaamheden rust in de vorm van mensen die zijn gaan geloven in Christus, is alleen maar omdat God in Rinze’s zwakheid Zijn kracht kon openbaren. Nee, de kwetsbaarheid waarover ik het hier heb is de manier waarop hij met tegenslagen omging, daarin stelde hij zich kwetsbaar op. Hij hield zich niet groot en sterk. Gaf gewoon toe dat hij dit of dat niet meer kon. In het boekje dat ik al noemde staan aantekeningen die hem in de kwetsbaarheid van zijn laatste ziekte laten zien. De schrijver vraagt: wat zie je als je eigen identiteit? Rinze’s antwoord daarnaast: die wordt al minder. Okke Jager schreef: hoe kostbaar is een kwetsbaar mens. En ik zou bijna zeggen: zeker in de gereformeerde traditie waar het vaak tanden op mekaar en doorbijten is. God zij dank voor dit kwetsbare en kostbare kind van Hem.

Begrafenis
Op 3 augustus was de begrafenis. Een heel bijzondere. Blank en zwart in één kerkgebouw, psalmen in Afrikaans met orgelbegeleiding, liederen in het Zulu, a capella, prachtig meestemmig. En een preek in beide talen. We verlangen naar een tijd dat die eenheid er niet slechts op begrafenissen zal zijn.

Ds. Tjeerd Baron is missionair predikant voor de arbeid in Zuid-Afrika namens de NGK van Bunschoten-Spakenburg.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief