Als hun schatten... (3)

1993-02-26
  • Jaargang 37
  • nummer 5
De vorige keer liet ik U achter in de 'kleine lettertjes' van Ex 20:22-23:33.
Het geheel van rechtsregels, dat de principes van de Tien Woorden uitwerkt met het oog op Israëls aanstaande leven in Kanaän. Samen met de Tien Woorden vormen ze wel het 'boek des verbonds', dat Mozes zo meteen bij de sluiting van het verdrag schrijft en ten aanhoren van het volk leest, 24:7.

Periscoop
Het is de vraag hoe het gedeelte 20:22 t/m 23:33 is opgebouwd. In Ot 6 t/m 25:16 geeft Mozes onderricht, waarbij hij gebod na gebod behandelt. Ook hier komen wel alle geboden aan de orde, maar niet op die manier. Hoe dan wel?
Een onderzeebootkapitein zal, als hij zijn schip aan de oppervlakte brengt, voor alles zijn periscoop opsteken, om daarmee pal boven water een rondomverkenning van 360 graden uit te voeren.
Hebben we hier niet zo'n rondomoverzicht van de rechtsregels die uit Gods verbond volgen?
Dat begint dan bij het hart van alles: de HERE wil het één en het al voor hen zijn, en dus zijn afgoden taboe, 20:23.
Via 22:20 (afgoden offer is de HERE een gruwel) komt het daar ook weer uit, 23:13, 24, 32v. Of het eerste gebod ook allesbeheersend is!

Van 20:23 bestrijkt de periscoop dan hoe God wél vereerd en gediend wil worden (radicaal anders dan in Kanaän gebeurt!), 20:25v. Dan volgen bepalingen betreffende het leven en de persoon van de naaste, 21: 1 t/m 36.
In het slot van dat gedeelte gaat het al over aansprakelijkheid voor ongelukken met vee. Zo komt als vanzelf de eigendom van de naaste in zicht, t/m 22:17.
Halverwege de 'sweep" van de periscoop gaat het over zonden die de HERE een gruwel zijn, 22:18v (ogenblikkelijk weer verbonden met het verbod van afgoderij, 22:20). Vervolgens komen bepalingen van barmhartigheid en billijkheid in het vizier, m.n. jegens hulpelozen, met als eindpunt de vreemdeling. Waarbij de HERE Israëls ervaring in en redding uit Egypte als klemmendst argument gebruikt, 23:9(1).

Terug bij af
De slotbepalingen laten ons weer uitkomen bij waar we begonnen: geen sprake van andere goden! Het eerste gebod blijft fundamenteel in alles.
Immers, de aanwijzingen t.a.v. Israëls feesten krijgen prompt de waarschuwing mee tegen Kanaänietische praktijken, 23:18,19. Ook de belofte van de Engel des HEREN in wie Gods naam (persoon en macht aanwezig is, loopt uit op een waarschuwing tegen de goden van Kanaäns volkeren(2). Hetzelfde gebeurt nog eens bij Gods belofte over Zijn verdrijving van Kanaäns bewoners. Het dienen van de vruchtbaarheidsgoden die heel het Kanaänietische leven doortrokken, zou voor Zijn volk uiterst verleidelijk zijn, weet de HERE. Daarom laat Hij niet na Israël voor elke mogelijke invalshoek te waarschuwen. Leven met de HERE is alomvattend. Of het stelt niets voor.

Analogie
Je ziet in deze bepalingen ook hoe anders recht en wet in die oude wereld zijn beschreven. Wij zijn gewend aan een uitputtende beschrijving, dwz dat elk mogelijk geval rechtstreeks uit een wet of uit de jurisprudentie valt op te maken. Terwijl Israël (en de volkeren rondom) een meer voorbeeldige rechtscodificatie had. Naar analogie daarvan konden de diverse praktijkongevallen worden beslist. Vandaar dat Gods volk aan een in omvang bescheiden 'boek des verbonds' voldoende had.

Ceremonie
Het evenement van de eigenlijke verdragssluiting is boordevol plechtige vreugde en sacramentele kracht. Mozes, nog steeds boodschapper tussen partijen in deze verbintenis, brengt nu eerst de nadere bepalingen bij de Tien Woorden aan het volk over. Dat ze op zijn beurt plechtig beaamt, 24:3 slot.
Vervolgens schrijft Mozes de woorden op. In onze ogen een vreemde volgorde: je kunt de boodschap toch beter eerst opschrijven en dan meedelen?
Toch doet Mozes het op deze manier.
De profeten na hem evenzo. Dit toont ons de functie van het geschreven document. Dat is niet bedoeld als geheugensteun voor de boodschapper.
Maar als getuigenis tussen partijen(3).

Inkt of bloed?
Wij zijn beelden gewend van leiders die verdragen over en weer tekenen, en elkaar de hand schudden. Elkaar soms de pennen aanbieden waarmee getekend werd. Israël, en de volkeren in wier wereld het leefde, kenden een intenser symbool: het bloed van een en hetzelfde offer verbindt partijen. Ze spreken dan ook van: een verdrag 'snijden' i.p.v. ons 'sluiten'(4). Zo richt Mozes nu een altaar op van twaalf stenen. Dit aldaar vertegenwoordigt de HERE. Brandoffers (van totale toewijding) en vredeoffers (van ongestoorde relatie) worden opgedragen door de jongemannen, vermoedelijk eerstgeborenen die op dit moment nog de priesterlijke functies waarnemen. Het bloed ervan wordt door Mozes in bekkens opgevangen.

Beklonken
Wat een indringend gebeuren! De helft van het opgevangen bloed sprengt Mozes nl. op het altaar van God. Vervolgens neemt hij het geschreven verdragsdocument en leest het luid en duidelijk ten aanhoren van het volk.
Dat nu ook formeel Gods verbintenisaanvaardt. Vervolgens sprengt Mozes de overgebleven helft van het bloed op het volk. De verklaring is aangrijpend: "zie het bloed van het verbond dat de HERE met u sluit"(5). Zo van: het is.heuse werkelijkheid, deze tussen God en u beklonken verbintenis. Op grond van de door Hem gesproken en door u aanvaarde woorden. U weet wat u aan Hem hebt.

Wat gebeurde waar?
De delegaie van Israël, genoemd 24:1 en 9, klom kennelijk een eindweegs omhoog om hun Grote Koning te ontmoeten.
Hoewel geen van hen God in volle glorie kon aanschouwen, zijn ze daar toch wel degelijk in audientie door de HERE ontvangen(6). Iets van Zijn luister namen ze waar in de vorm van een hemelsblauwe troonvloer of voetbank. Ze waren ECHT bij de HERE zelf! Met weer de verbazing dat dat kon(7)! Zijn hand treft hen niet. Ze mogen God zien, en eten en drinken!
Waarschijnlijk heeft er een offermaaltijd (van het vlees van de gebrachte vrede-offers?) plaatsgevonden. Niet ongebruikelijk bij de sluiting van zo'n verdrag, en dan in dit geval wel veelzeggend(8).
Intussen wordt Mozes door God de eigenlijke berg opgeroepen. Hij moet de verdragsacte in tweevoud in ontvangst komen nemen. Uit zijn woorden, vs 14, kunnen we opmaken, dat de oudsten slechts een klein eind de voet van de berg waren opgegaan.
Mozes zegt immers tegen hen: "Aäron en Hur zijn bij u". Het volk kan zijn oudsten voor eventuele zaken bereiken.
Mozes (en Jozua) hebben dan de eigenlijke berg bestegen tot een punt halverwege (waar Jozua op Mozes bleef wachten). Vandaar werd Mozes door God de wolk van Zijn heerlijkheid binnengeroepen. Op weg naar wat men zich dacht als het besluit van deze verbintenis: de plechtige overdracht van de verdrags-acte.

Verrassing
Noch Mozes noch de oudsten konden op dat moment weten dat de HERE nog een verrassing voor hen had. NI. dat God een begin wilde maken met Zijn 'tent bij de mensen', Openb 21:3.

Vast.
Als je dit nu leest, kun je je afvragen, wat wij hiermee moeten. Wij zijn toch Israël niet? Neen, maar dit is het begin van Gods verbintenis met Zijn volk.
Die Hij zelf laat uitlopen op een NIEUW en BETER verbond in Christus, Hebr 8:6, 13, 9:15, 12:24. In dat verbond mogen ook wij delen. Het getuigenis van waar God begon, geeft ons diepteinzicht in de grootheid van Zijn verlossingswerk.
Want laten we ons niet vergissen t.a.v. Gods doel met deze verbintenis. Een modeuitdrukking is vandaag: 'zéker weten'! Zelfs: zékerste weten'! Maar dat is wèl waartoe God Israël wil brengen: 'zeker weten' van Zijn liefde en macht. Het volk zou leven in een cultuur, waarin je met hard werk en veel offers aan de afgoden tenslotte ZELF 'heil en zegen' maken moet en kunt!
Tegenover die 'vastigheid' wil Hij zijn genegenheid voor hen onomstotelijk doen vaststaan. En is dat - wàt er dan allemaal ook veranderd en vervuld is! - nu anders? Zeker-zijn van God, - dàt is wat Zijn verbintenis ons geven wil.
Het is Zijn eer dat wij weten - en willen weten! - Wie we aan Hem hebben.
'Zeker weten'!

Noten
1 Vgl Ex 22:21, Lev 19:33v, Dt 24:17v, 27:19
2 Deze Engel wordt bejegend als vertegenwoordiger van de HERE, maar ook als de HEREin eigen Persoon, zie o.a. Ex 3:2 en 4, en Joz 5:13vv, en 6:2.
3 Heel duidelijk in de geschiedenis van de boekrol, Jer 36.
4 Vgl de sluiting van Gods verbond met Abraham, Gen 15:7-20.
5 Zie Hebr 9:18vv. De zinspeling van Christus op dit woord, Mt 26:28, Mk 14:24, Lk 22:20, vgl 1 Cor 11:25, spreekt duidelijke taal. Zie nog Hebr 10:29.
6 Over risico's van een audientie bij een aardse 'grote koning' vertelt Esther 4:10-5:2.
7 Zie het vorig artikel en Dt 4:33-35 en 5:24,26.
8 Een andere verklaring wil niet weten van een maaltijd. 'Zij aten en dronken' staat dan voor: ze konden het navertellen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief