Haten om te kunnen liefhebben
2007-08-17
De Edomiet zult gij niet verafschuwen, want hij is uw broeder.- Jaargang 51
- nummer 16
Deuteronomium 23:7a
Ter verdediging van geestelijke waarden moet je geestelijke wapens gebruiken. Paus Benedictus bepleitte dat vorig jaar en hij citeerde daarbij een 15e eeuwse Byzantijnse keizer, die zoiets richting de Islam had geventileerd. Het leverde de kersverse paus messcherpe reacties vanuit de Islamitische wereld op.
Wat ís dat nu dat de godsdienstige mens geneigd is naar de wapens te grijpen? Of naar meer eigentijds geweld? Het is een kwade vrucht van iets goeds, namelijk persoonlijke betrokkenheid. Lauwen hebben er geen last van.
De wraak bij God leggen
Wat moet dan onze reactie zijn, anders dan die van onverschilligheid of geweld? Ik denk aan een bijbelse geschiedenis. Die van Gideon, in Richteren 6. Gideon heeft in zijn geboortestad Ofra een altaar van de god Ba’al omver gegooid. De dienaars van deze afgod komen daarop tot vader Joas en eisen van hem dat hij zijn zoon aan hen zal overgeven om te worden gedood. Daar heb je onze menselijke neiging de ondergane belediging te wreken, zij het hier in de taal van een andere cultuur.
Waarop Joas zegt: ‘Wilden jullie voor Baäl strijden? Als hij een god is laat hij dan voor zichzelf strijden!’ (Richteren 6:31). Je kunt dit een handig woord vinden van die Joas om van de zaak af te zijn, zoiets als een Gamaliëlsraad (Handelingen 5:34), en dan kunnen we hier geen voorbeeld aan nemen. Maar er zit toch ook een te behartigen waarheid in. Dat het niet zinvol is om ten behoeve van God als een wreker op te treden. ‘Wreekt uzelf niet, geliefden’, schrijft de apostel Paulus, ‘maar laat plaats voor de toorn (= laat het aan de toorn van God over), want er staat geschreven: Mij komt de wrake toe, Ik zal het vergelden’ (Romeinen 12:19). Is de Here God werkelijk Iemand voor ons aan wie we zulke moeilijke dingen durven overgeven en in wiens hand wij de wraak kunnen leggen? De wraak waarmee Hij soms zulke verrassende dingen weet uit te richten? Weet u dat de zo onpopulaire wraakpsalmen dat ook doen? De wraakpsalmen die wij haast niet durven zingen? David en de anderen wreken daarin zichzélf niet maar laten plaats aan de toorn van God. Hebt u ze zo wel eens bekeken, die weinig gezongen liederen?
Zouden ze ons niet gegeven kunnen zijn om af te reageren zonder dat we tot een wraakzuchtig handelen overgaan?
Dat we er wel onze pijn mee uitschreeuwen, maar het aan de Here God overlaten wat Hij doet met uitingen van andere religies die ons zeer doen? Of voelt u zich nooit aangevallen of in het nauw gebracht door wat anderen geloven? Ik vrees dat de godsdienstige onverschilligheid ook onder ons christenen zijn duizenden verslaat.
Onze godsdienstige driften
‘Laat het maar aan Mij over’, zegt de Here God. Ik denk dat dit besef zit achter het woord van Mozes waarover we nu wat nadenken. Het besef dat we de religieuze vijand in Gods handen zullen leggen. Dat we daarom de Edomiet niet zullen verafschuwen, dat we ons daarom ten opzichte van hem niet op onze godsdienstige driften zullen laten drijven. Driften, ja, ik gebruik met opzet dit woord, want ‘verafschuwen’ is een woord in de tekst waarin ik veel emotie hoor. Je kunt je daar de van woede vertrokken gezichten bij denken zoals ons die in televisiebeelden bereiken. Driften – God wil niet dat we ons daardoor laten leiden. Nee, geen misverstanden, het is echt niet de bedoeling dat u alles maar mooi gaat vinden wat de Edomiet gelooft. U mag echt de leer van de moslim en van de Jood verderfelijk vinden. En als u een heuse band hebt aan uw Heiland zult u dat ook. Maar u zult hem als mens aanvaarden.
‘Want hij is uw broeder’, zegt Mozes tegen de Israëliet. Dat gaat weliswaar voor de anders gelovigen van vandaag niet op, maar zet daar dan maar voor in de plaats: ‘Want hij is uw medemens’. Uws gelijke, afgeknepen uit dezelfde klomp leem, zou Jobs vriend Elihu zeggen (Job 33:6).
Een goede onderscheiding
Wat ik in dit tekstwoord zo groot vind, is dat Mozes zijn volk een prachtige onderscheiding bijbrengt. Een onderscheiding die we voor het gewone alledaagse leven heel goed kunnen gebruiken. Ik noem het nu maar de onderscheiding tussen persoon en zaak. Dat je met iemand zakelijk zeer diep kunt verschillen en dat dit toch niet behoeft te betekenen dat je elkaar aanvliegt. Misschien vindt u dat wel een vanzelfsprekendheid, maar juist op het gebied van de godsdienst is dit niet zo voor de hand liggend – zoals de kerkgeschiedenis overdadig bewijst. Want godsdienst vertegenwoordigt een geweldige kracht. Godsdienst is van huis uit radicaal en naar mate hij echt is niet tot schipperen in staat. En juist tussen de Israëliet en de Edomiet lag het verschil in het godsdienstige. Vandaar dat ik vanuit deze tekst een doorstoot maak naar het multireligieuze karakter van onze tijd. Wat de samenleving van vandaag te zien geeft is dit: òf godsdienstige verschillen leiden tot haat en nijd en zelfs oorlogen òf godsdienstige verschillen worden verdoezeld.
Het een lijkt het ander op te roepen. En het ander het een. Met de onderscheiding die de bijbel hier aanreikt kunnen we proberen tot een echt contact en tot een echt gesprek te komen waarin de voors en tegens van de verschillende geloofstradities tegenover elkaar gesteld worden zonder dat dit onze brandende liefde tot de Here Jezus dooft. En zo laat de Here God ons dan in dit woord aan Israël zien dat Hij onze situatie kent en ons de helpende hand toesteekt om onze weg in deze moeilijke tijd te vinden. ‘Een rijke schat van wijsheid / gaf God ons in zijn Woord’ (Gezang 326).
Er blijven moeilijkheden
Ik moet trouwens zeggen dat ik niet alles van deze tekst begrijp. Ik neem het mezelf zelfs een beetje kwalijk dat ik hem uit het verband van de verzen 4 tot 8 van Deuteronomium 23 heb uitgelicht. Want er staan daar in dat gedeelte meer dingen. Er worden ook een paar stevige klappen uitgedeeld aan de Ammonieten en de Moabieten. Tot in het tiende geslacht zijn ze niet welkom in de gemeente des HEREN. En de reden wordt erbij gegeven: ze hebben het door de woestijn trekkende Israël niet van proviand voorzien en wat Moab betreft, dat had de waarzegger Bileam tegen het volk Israël afgehuurd. Hier zie je toch een vergeldingsdenken aan het werk, zou je zeggen. Wordt hier het niveau van ons tekstgedeelte dan misschien niet gehaald? Ik weet het niet. Bijbellezen blijft af en toe moeilijk.
Misschien dat er naar Edom (in onderscheiding van anderen) geen verwijten worden gedaan omdat de naam Edom alleen al voor veel negatieve gedachten zorgde.
Dat daar niets meer bij hoefde en dat Mozes daarom toch met iets positiefs komt: hij is je broer. Laat ik er daarom zelf nog iets positiefs aan toevoegen: ook de vrome lijder Job was een Edomiet! Om daarmee aan te geven dat we niet alle Edomieten over één kam hoeven te scheren. Wat trouwens eveneens van de Moabieten gezegd kan worden, want ook Ruth de Moabitische is onze lieve zuster in de Here.
Het Nieuwe Testament in het Oude
Vragen dus en ik heb niet voor elk gat een spijker. Maar dat dooft mijn vrijmoedigheid niet om met de vinger naar dit ene Schriftwoord van vers 7a uit Deuteronomium 23 te wijzen en, met het geheel van wat de Schrift over Edom zegt in het achterhoofd, te zeggen: hé! Edom? De Edomiet niet verafschuwen? Die grote erfvijand van Gods oude volk? Daar mag niet zo maar over heen gelezen worden! Dat is een stukje Nieuwe Testament in het Oude! Ook de notoire vijand van Gods volk krijgt hier een kans! Dat is nu het heden der genade, voor vriend en vijand! Wel, moge de Here God ons bijstaan om goed met religieuze verschillen in onze samenleving om te gaan! Wantrouw uzelf als u dat te gemakkelijk afgaat. Het zou erop kunnen wijzen dat u godsdienstig onverschillig of lauw geworden bent.
Zeg het de psalm met overtuiging na: ‘Zou ik niet haten, HERE, die U haten?’ (Psalm 139:21), want u toont daarmee voor de dienst van de Here God warm te kunnen lopen. Maar zet dat haten nooit in daden om. Haat liever om te kunnen liefhebben! Dan zit u op Gods spoor.
Drs. Henk de Jong is emeritus-predikant van de Nederlands Gereformeerde Kerk van Zeist.