Ziekenbezoek

1993-02-26
  • Jaargang 37
  • nummer 5
De vader woonde nog niet zo lang in de nieuwe woonplaats. Hij had niet kunnen wennen aan het alleen-zijn in de stad waar hij zoveel jaren lief en leed met zijn vrouw gedeeld had. Na haar overlijden was hij verhuisd naar een dorp in de omgeving waar hij als kind was opgegroeid.
De kerk was ver weg; daar kwam hij niet vaak. Toch leefde hij op afstand mee met de gemeente.
Op een dag moest de vader in het ziekenhuis worden opgenomen. Het kon lang duren, want de artsen wisten niet precies wat er met hem aan de hand was. Allerlei vreemde uitslagen, die ze niet konden verklaren. De zoon wist niet hoe het bezoek aan zijn vader geregeld kon worden. De weinige kennissen uit het dorp waren aloud en konden meestal niet naar het bezoekuur. Hij woonde zelf meer dan 2 uur rijden van het ziekenhuis waar zijn vader was opgenomen. Zijn vader had hem ooit eens het telefoonnummer van zijn nieuwe dominee gegeven. Hij moest niet veel van dominees hebben, maar uiteindelijk draaide hij toch maar het nummer op het briefje.
Dominee was niet thuis. Zijn vrouw vroeg belangstellend hoe het met de vader ging. Ze vroeg ook of hij wel bezoek kreeg. Ze wist nog niet dat de vader al een paar dagen in het ziekenhuis lag. Maar ja, zo was zijn vader nu eenmaal.
Hij kwam niet voor zichzelf op.
Andere mensen waren voor hem belangrijker dan hijzelf. En de dominee zou ook wel wat anders te doen hebben dan hém nu op te zoeken. Vroeger had zijn vader in de kerk ook al zo gereageerd.
Het was een vervelende tijd geweest.
Veel ruzie in de kerk. Allerlei mensen kwamen bij zijn vader praten over die ruzies. Maar hij zei er niets, van, ook niet als het hem eigenlijk teveel werd. Nee, de zoon had weinig goede ervaringen met de kerk. Hete hoofden, koude harten, had hij eens horen zeggen.
Van hem hoefde die kerk niet meer.
Nou ja, helemaal niet meer? Af en toe vond hij het toch wel fijn om eens kerkmuziek op de radio te horen. Eigenlijk vond hij dat een vreemd idee: hij moest niets meer van de kerk hebben en toch betrapte hij zich erop dat hij het geluid van de radio dan wel eens harder zette.
Toen de zoon zijn vader een paar dagen later opzocht, hoorde hij tot zijn verbazing dat er iedere dag bezoek was. 's Middags tijdens het bezoekuur en 's avonds weer. Geen familie, geen mensen uit het dorp, maar mensen uit de kerk. Ze kenden zijn vader vaak maar nauwelijks. Toch kwamen ze op bezoek, Vader vertelde erover. Sober, zoals altijd, Hij was nu eenmaal een man van weinig woorden. Maar de zoon kon aan hem zien dat hij er blij mee was. Was dat óók de kerk? Dat was een heel andere kerk dan hij gewend was. Het leek wel of hij een beetje nieuwsgierig begon te worden naar die kerk. Stiekum, want niemand mocht het aan hem zien....

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief