Mooi?
1993-02-26
Ik heb een beetje moeite met complimentjes.- Jaargang 37
- nummer 5
Zeker vlak na de kerkdienst: mooie preek, dominee! Goed bedoeld natuurlijk, maar hoe moet je er ook goed op reageren?
Vroom naar boven wijzen? Ik houd niet van dit soort vromigheid. Er zit altijd een bijsmaakje aan. Want ook voor mezelf is zo'n complimentje best leuk.
Als je met één vinger naar boven wijst, wijs je in elk geval met drie vingers naar beneden. En als je nooit iets hoort - daar is ook niets aan.
Zeg nou zelf.
Braet-neer de ander wijzen dan? Zo van: ga heen, broeder, doe gij desgelijks.
Van zo'n preekje na de preek houd ik al helemaal niet. En nog eens: als je met één vinger naar de ander wijst, dan wijs je met drie vingers naar jezelf. Wat je zegt ben je zelf...
Toch kun je een bemoediging best wel eens gebruiken. Wij zijn ook maar gewone trapschrobbers! Als ik in het ziekenhuis kom, kan ik nooit nalaten de schoonmakers een woordje van dank toe te voegen. Dus wil ik zelf ook wel eens aangemoedigd worden.
Sommige mensen doen dit op een heel subtiele manier. "Hoe is het nu met uw ogen?", vroeg iemand na de operatie van een aantal jaren geleden.
Ik vergeleek het met een ouwerwetse dameshoed. Een grijs vottetjeereen met van die zwarte stippen. "Nou, zo is het ongeveer met mijn linker-oog".
Waar de broeder na de dienst op inhaakte met: "U mag dan een ouwe-dames-hoedje in uw óóg hebben, in uw mond in elk geval niet"!
Zo kan het dus ook. En zo gebeurt het wanneer je er echt aan toe bent, Als je denkt: "Het loopt lekker, tegenwoordig", dan krijg je een tik op je neus. En als je diep in de puree zit, krijg je zomaar een opsteker. Zo werkt dat in dit wonderlijke wereldje. Met de regie zit het dus wel goed.
Of neem die keer waar ik het al eerder over had. Toen zaterdag mijn eerste preekvoorstel was afgewezen. Dominee, wanneer komt u terug? En toen ik zondag moest preken in de grote stad.
Bevel van mij!
Het was maar goed dat de preekstoel ter plekke een hoge rand had. Kon niemand zien hoe het regende, daar voorin de kerk.
Ik dacht aan de 'Hoekse en Kabeljauwse twisten'. En ik heb ze toch àllemaal maar een hart onder de riem gestoken, de Hoeken én de Kabeljauwen.
Met dezelfde preek die de vorige dag gewogen was en te licht bevonden.
Niet onder de indruk van de 'meerdere' vergadering? Jawel, maar nog meer onder de indruk van de 'plechtige vergadering' waar ik op moest wijzen!
Dezelfde preek pus in een grote kerk.
Zegt men na afloop in de kerkeraadskamer: wat was daar nou verkeerd aan?
Kijk, dàt bedoel ik nu met 'opsteker' en 'regie'.
Het gaat dus om twéé vragen. Hoe reageren hoorders op het gesprokene?
En hoe reageert de spreker op het gehoorde?
Uitspraak van een oud man: Je moet niet zeggen "mooie preek". Maar je moet zeggen, "goeie preek".
Niet 'mooi' maar 'goed'. Misschien kunnen beide partijen hier wat mee.