Over een begrafenisdienst en bidprentjes

1993-02-26
  • Jaargang 37
  • nummer 5
Voordat tante Johanna, over wie ik de vorige keer schreef, werd begraven, was er een dienst in de roomskatholieke kerk. Daar gingen m'n vrouw en ik ook naar toe. Daar krijg je niks van, als je je gereformeerde verstand maar blijft gebruiken. Het was trouwens een mooie dienst. De pastoor stond o.a. stil bij Psalm 103 en wees op Gods genade en ontferming.
In die ontferming van God zijn we opgenomen, ook tante Johanna. Ondanks alle kerkelijke scheidingsmuren is Gods genade oneindig groot en breed. In de preek werd ook gewezen op die bekende tekst uit het Johannesevangelie, waar staat, dat wie gelooft zal leven ook al is die gestorven. En tante Johanna geloofde, ik kom daar nog op terug.
Er was ook een koor, dat de gebruikelijke liederen zong, maar ook eèn paar 'verzoeknummers'. Daarbij viel me op de tegenstrijdigheid van het roomskatholieke geloof inzake het vertrouwen, dat God alles heeft volbracht en er door ons dus niets meer gedaan behoeft te worden, èn de onzekerheid of de overledene nu wel echt in Gods handen is. Het koor zong o.a.: "Wanneer Uw licht mij voorgaat in de nacht, wanneer ik hoor, dat U mij thuis verwacht, dan weet ik, Heer, dat U mijn zwakheid ziet, dan zeg ik dank, want U verlaat mij niet."

Ook werd het 'U zij de glorie' gezongen, het lied van de opgestane Heer, Die al de Zijnen in zijn armen heeft. En daarom: "Zou ik nog vrezen, nu Hij eeuwig leeft, Die mij heeft genezen, Die mij vrede geeft" en "Niets heb ik te vrezen in leven en in dood".
En in de vaste liturgie van de eucharistie-viering komen in het gebed de volgende zinnen voor: "In hem (Jezus) vertrouwen wij dat U ook deze overledene uit het duister van lijden en dood gebracht hebt naar het licht van het blijvende leven.
Daarom willen wij U danken en samen met allen die leven het loflied zingen (bidden) ter ere van Uw Naam: Heilig, heilig, heilig, de Heer, de God der hemelse machten. Vol zijn hemel en aarde van Uw heerlijkheid."

Tijdens de dienst werd Maria niet genoemd.
Op het kerkhof, in het gebed, wel. Het Maria-geloof is niet zo sterk meer onder de rooms-katholieken.
Toen ik op het kerkhof om me heen keek, zag ik heel wat stenen met de woorden: Jezus barmhartigheid. Zo is het en van die barmhartigheid kan niet genoeg worden gesproken.
Ik had het zo juist over de tegenstrijdigheid van het rooms-katholicisme.
Aan de ene kant is er het vertrouwen, dat God in Jezus alles heeft voldaan en dat we door ons sterven heen bij God zijn en blijven. Aan de andere kant is er de onzekerheid of het allemaal wel echt zo is en moeten er missen worden opgedragen voor het zieleheil van de overledene.

Bidprentjes
Dit blijkt ook uit de teksten op de bidprentjes, die aan belangstellenden worden uitgedeeld en waarin soms iets gezegd wordt van de overledene.
In de loop van de jaren is er in de teksten van de bidprentjes veel veranderd.
Aan het slot van de tekst op het prentje van tante Johanna staat: "Moge de Heer, op wie zij altijd vertrouwd heeft, haar nu bij zich opnemen en vrede geven."
Moge.... In de vorige eeuw hebben de bidprentjes hun hoogtepunt beleefd. In de 11de eeuw is het gebruik van deze prentjes opgekomen. Men geloofde, dat door de biecht de zonden wel vergeven waren, maar dat er toch nog straffen waren overgebleven. Deze straffen konden worden verminderd of teniet gedaan door het uitspreken van bepaalde gebeden. Deze gebeden waren zgn. 'schietgebeden'. Teneinde die korte gebeden te bevorderen, sprak de paus uit, dat door het bidden van die korte gebeden de straf na overlijden zou worden verminderd. Maar dat niet alleen: ook de nabestaanden van de overledene zouden door het bidden de straf kunnen verlagen. Zelfs waren in de vorige eeuwen in het begin van deze eeuw bepaalde gebeden goed voor een aantal dagen aflaat.
In het Bommelse museum hadden we laatst een expositie van diverse verzamelingen en daar waren ook bidprentjes bij. Zodoende heb ik me eens in de teksten kunnen verdiepen. Bovendien liet ik me voorlichten door een pater en dus heb ik m'n gegevens uit goede bron. Op een prentje uit 1913 staat aan het slot: "Zoet Hart van Maria, wees mijn heil, 300 dagen aflaat". Op een prentje uit 1912 laat men de overledene 'zeggen': "Ik vraag U geene tranen, maar gebeden en offeranden".
En dan volgen er enkele mogelijkheden voor 300 dagen aflaat en zelfs èén voor 7 jaar en nog langer aflaat. Op een prentje uit 1871 vond ik tenslotte de volgende tekst: "Volle aflaet, toevoegelyk aen de overledenen, mits te biechten, te communiceren het bovenstaende gebed voor een kruisbeeld te lezen en daerenboven eenigen tyd te bidden volgens het inzigt van den Paus van Roomen." Daaronder wordt dan genoemd een decreet van Paus Pius IX uit 1868.
Toen ik aan de pater, die me wat voorlichting gaf, vroeg, waar nu eigenlijk de vagevuur-leer op gegrond is, bleef hij me het antwoord schuldig. Duidelijk was, dat ook hij daar niet meer in geloofde.
Tante Johanna is niet meer hier. Een gelovige vrouw met zonden en gebreken ging heen. Ook voor haar: Jezus barmhartigheid!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief