The Bible and the Flag

1993-02-26
  • Jaargang 37
  • nummer 5
Brian Stanley. The Bible and the Flag.
Protestant Missions & British Imperialism in the nineteenth and twentieth centuries. Apollos serie. IVP, Leicester. UK 1990.212 pp.

"Met reden kan men de beschuldiging uitspreken dat de handelaar en de kolonist de zendeling, die een agent van het Europese imperialisme was, op de voet zijn gevolgd. Ze hebben nauw met de koloniale machthebbers samengewerkt aan de onderwerping van de zwarte volkeren en aan de gebiedsuitbreiding van de imperialistische grootmacht." Met dit citaat begint Brian Stanley zijn boek over de relatie tussen 'Bijbel en vlag'. Het gaat daarbij dus om de vraag of en hoe westerse, met name Britse, zendelingen hebben samengewerkt met hun koloniale regeringen.
In hoeverre is de zending een 'handlanger' geweest van westerse koloniale en imperialistische belangen?

In zijn boek van 212 pagina's neemt de schrijver de lezer mee naar de Britten, die in de vorige eeuw of in deze eeuw als zendeling hebben gewerkt in het Caraïbisch Gebied, de Fiji Eilanden, maar vooral in diverse delen van Afrika en Azië. Wat voor mensen werkten daar als zendeling en hoe was hun relatie tot de Britse koloniale overheden, in de diverse gebieden van het Imperium? De schrijver is bij uitnemendheid gekwalificeerd voor het schrijven van dit boek. Hij is een historicus die is gepromoveerd op een proefschrift over de 'steun van het Britse thuisfront aan de zendingsinspanninq van de vorige eeuw'. Bovendien hanteert hij een aangename stijl in zijn boek, dat buitengewoon veel informatie bevat. Het lijkt me juist om te zeggen dat de gemiddelde Nederlandse geïnteresseerde leek (en stellig ook de Britse!) met minder dan vijf procent van de geboden stof vertrouwd zal zijn. Om mijn beoordeling maar meteen te geven, met het boek van dr. v.d Beukel over 'Natuurkunde en God' neemt The Bible and the Flag een uiterst eervolle (maar dus gedeelde) eerste positie in op mijn toptien van favoriete boeken, die ik het afgelopen jaar gelezen heb! Het is een werkelijk uitnemend boek, dat ik in handen wens van iedereen die maar iets met 'zending' uitstaande heeft.

Voordat dr. Stanley aan zijn eigenlijke historische overzicht begint start hij met een (mijns inziens ook al heel uitstekend) hoofdstuk, waarin het probleem wordt gesteld. Het boek geeft citaten over dit thema aan, die stammen uit theologisch 'oecumenische' or 'radicale' milieus in voormalige koloniën en ook in het Westen zelf. Hij konstateert met leedwezen dat, volstrekt onafhankelijk van enig deugdelijk historisch onderzoek, de juistheid van de aanklacht voor het grote publiek al bij voorbaat vaststaat. In het tweede hoofdstuk wordt een erudiete en heldere uiteenzetting gegeven waarom het woord 'imperialisme' met de nodige nauwkeurigheid moet worden gedefinieerd. Wat bedoelen we precies met dat inmiddels zo beladen begrip?
Hoofdstuk drie gaat over de geestelijke en andere impulsen achter de negentiende-eeuwse zendingsbeweging in Groot-Britannië. (Ook weer heel leerzaam!) Het voorlaatste hoofdstuk gaat over de relatie tussen het Christelijk geloof en de cultuur, terwijl 'Empires and missions under human and divine judgment' de titel is van het afsluitende hoofdstuk. Hoofdstuk 4 t/m 6 vormen de historische hoofdmoot van het boek.

In hoofdstuk 4 'The claims of Humanity: 1792 to 1860', lezen we van zendelingen in het Caraïbisch gebied, de Kaapkolonie en India en in het China van de Opiumoorlogen. We lezen van hun vérscheidenheid; niet iedere zendeling of ieder zendingsgenootschap heeft voor ons besef een even verlicht standpunt ingenomen met betrekking tot de rechten van de zwarte of bruine man, de slavernij, enzovoort. Toch moet me, na lezing van dat hoofdstuk, waarin het materiaal nauwgezet wordt onderzocht, van het hart dat het 'blazoen' van deze 19e eeuwse zendelingen veel minder bevlekt (b)lijkt dan ook ik zelf had aangenomen."O slavernij! Jij afstammeling van de Duivel, wanneer hou je op te bestaan", schreef een van de zendelingen op Jamaica in zijn dagboek. (p. 87) De schrijver kwam in opspraak, toen zijn naam genoemd werd in verband met een slavenopstand in 1823, hij belandde op zeer dubieuze gronden in de gevangenis, waar hij het jaar erop stierf, voordat het nieuws hem bereikte dat zijn doodvonnis in levenslang was omgezet. De onrechtvaardige behandeling van zwarte slaven bracht "vele niet-Anglicaanse zendelingen ertoe een positie in te nemen, die op grond van de godsdienstvrijheid onmiddellijke afschaffing van de slavernij eiste". (88) Iets verderop treffen we de informatie dat in 1832 veertien Baptistenkerken en zes Methodistische kerkgebouwen op Jamaica in brand werden gestoken door blanke kolonisten, die op de zendelingen gebeten waren vanwege hun prozwarte positie! Bij de Britse verkiezingen van december 1832 werd door niet-Anglicaanse predikanten en zendingsgenootschappen openlijk opgeroepen de stem uit te brengen op mensen die zich verbonden aan de afschaffing van de slavernij in West-Indië! "Het aantreden van een blok van tweehonderd parlementsleden in Westminster, die zich op dat beleid hadden vastgelegd, legde de basis voor de aanneming van de Emancipatie Wet van augustus 1833." (90) De 'zendingslobby' had met sukses de invrijheidstelling van de Westindische slaven bewerkt!

Bij zijn beoordeling van deze ontwikkelingen zegt Stanley o.a. dat "de plantagehouders en hun politieke bondgenoten de evangelische zendelingen beschouwden als een bedreiging van hun macht en van de stabiliteit van de koloniale samenleving".

Als het vervolgens over de Kaapkolonie gaat, lees ik b.v. dat de LMS, een vroeg gestart zendingsgenootschap "soon earned the dislike of the Boers for their championship of native interests".
Zendelingen trokken de inheemse bevolking naar "christian villages based on the mission stations". (93) Juist omdat een aantal Britse zendelingen de zwarte bevolking bescherming tegen uitbuiting door blanken wilde bieden, wilde men in de grensgebieden uitbreiding van de Britse macht...
Wat India betreft, daar bestreden zendelingen en hun 'zendingsthuisfront' de zgn. 'weduwenverbranding' in naam van de menselijkheid. In 1803 had de zendeling William Carey een onderzoek naar het voorkomen ervan gedaan; hij kwam tot een aantal van 403 weduwen die 'vrijwillig verplicht' levend de brandstapel met hun overleden echtgenoot hadden gedeeld, in een gebied van 30 mijl rond Carey's woonplaats Calcutta... (100) De East India Company, de officiële koloniale overheid, was echter van oordeel dat afschaffing van 'sati' tot ongewenste spanningen in het door het Hindoeïsme beheerste land aanleiding zou geven, en weigerde zich voor afschaffing van deze onmenselijke praktijk in te zetten. Dat standpunt wasdus de aanleiding tot een hevige kontroverse tussen Zending en Koloniale Machthebbers, die de Zending overigens won. In 1829-1830 werd, onder druk van de 'zendingslobby' in Engeland in heel Brits-Indië 'sati' verboden.
Andere spanningen tussen de zendinq in India en 'the Empire' worden in Stanley's boek vermeld. Opnieuw is de konklusie dat de zending geenszins aan de leiband van de Koloniale Overheden liep! Veeleer werden zendelingen ervaren als 'een luis in de pels' van de overheid...

Datzelfde geldt, in weer een heel andere context, voor Nyassaland, het tegenwoordige Malawi, waar de Schotse zendelingen, aldus Stanley, door de voornaamste historicus van het land zijn geroemd als 'outstanding' om hun strijdbaarheid en integriteit.
Ze hebben door hun vastberadenheid ernstige koloniale uitbuiting verhinderd. (pp. 121-127) Ook in Malawi werd echter de komst van 'colonial rule' gezien als een manier om de verschrikkelijke rooftochten door Arabieren, die slaven zochten, tegen te gaan.
En zo kun je doorgaan! Stanley's boek geeft zoveel informatie dat er geen beginnen aan is om uitvoerig te citeren.
Het lijkt bovendien zo integer en 'fair' dat het niet meevalt geen sympathie te hebben voor zijn konklusies.
Die zijn (globaal) dat er in zendingsgebieden veel meer gebeurd is, in veel complexer en 'geschakeerder' omstandigheden, dan meestal wordt verondersteld.
Bovendien hebben, ook naar een twintigste-eeuwse norm gemeten, de zendelingen het meestal aanmerkelijk beter gedaan dan werd aangenomen.
Daarmee is echter niet alles gezegd.
Stanley helpt ons een aantal zaken nauwkeuriger te doordenken. Zeker is zijn boek geen bondgenoot voor die Christenen die menen dat er eigenlijk dus helemaal geen vuiltje aan de lucht is. Er is aanleiding om vele zaken te doordenken en dat steeds opnieuw te doen.
Het boek is met zijn 15 pond niet goedkoop te noemen; Britse boeken zijn in hun algemeenheid erg in prijs gestegen, de laatste paar jaren.
Wie het boek niet koopt blijft echter heel wat armer dan 15 pond achter...

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief