Ds. A. van der Dussen gepromoveerd
1993-03-12
Dialoog- Jaargang 37
- nummer 6
Dochter (14): "Waar gaat u naar toe?"
Vader: "Naar een promotie"
Dochter: "Van wie?"
Vader: "Van ds. van der Dussen"
Dochter: "Kan een dominee dan ook promoveren? Dat wist ik niet. Een dominee is toch het hoogste?"
Op naar de V.U.
Ja, een dominee kan dus wél promoveren..
In de afgelopen jaren heeft drs. A. van der Dussen uit Eindhoven hard gewerkt aan zijn proefschrift, dat als titel mee heeft gekregen: 'De Vrije Keus? ...de spanning.tussen vrijheid en rede in de revival-theologie van Charles Grandison Finney'. Op 26 februari verdedigde hij in het openbaar aan de Vrije Universiteit zijn dissertatie. En dus begaven we ons door een regenachtig Noord-Holland naar de drukke Randstad. .
Bij het hoofdgebouw van de V.U. leek het wel of hier een Nederlands Gereformeerde predikanten konferentie zou beginne.n. We telden al direkt 5 predikanten die naar de ingang liepen. En er volgden er meer. Iemand die de preekvoorziening regelt zou hier goede zaken kunnen doen. Maar dat is natuurlijk niet de bedoeling. Na de jassen aan de kapstok te hebben gehangen begaven we ons naar het Auditorium.
Het was nog maar net 1 uur geweest, maar de zaal zat al vrij vol.
Uit Eindhoven was zelfs een hele bus gekomen. Verder - zoals gezegdveel predikanten, gemeenteleden uit Haarlem en uit de omgeving van Hardinxveld, uit Den Haag, familie, vrienden, bekenden. Het bleek al snel dat de zaal te klein was. Er werden stoe-
Ien aangesleept, mensen gingen op tafels zitten, zelfs de trappen boden zitplaatsen. Een journalist maakte staande alvast enkele aantekeningen.
E.G. Finney
In het proefschrift van Van der Dussen staan de persoon en de theologie van de amerikaanse evangelist Charles Grandison Finney (1792 - 1875) centraal.
Finney was afkomstig uit de presbyteriaanse kerken, maar na zijn bekering kwam hij in konflikt met de klassiek-calvinistische vleugel van deze kerken. Hij werd een vooraanstaand (evangelisch) opwekkingsprediker.
In de loop van zijn denken ontwikkelde Finney de perfektionistische overtuiging dat de mens in dit leven geheel vrij kan worden van zonde. Hij staat uiteraard niet model voor DE evangelische beweging, want het betreft een uitermate bont gezelschap.
Daarom is het moeilijk om over DE evangelische beweging te schrijven. In het proefschrift van Van der Dussen wordt dan ook een analyse gegeven van de theologie van een van de markantste vertegenwoordigers van de Amerikaanse opwekkingsbeweging uit de vorige eeuw.
Waarom dit onderwerp?
Wat beweegt iemand om zo uitgebreid studie te doen naar een in Nederland onbekende vertegenwoordiger van de
opwekkingsbeweging?
In het Woord Vooraf van zijn proefschrift legt Ds. van der Dussen uit waarom hij nieuwgsgierig was naar de 'theologische eigenheid' van de Evangelische Beweging. Als predikant is hij in aanraking gekomen met mensen die overgingen naar een evangeliegemeente, maar ook met mensen die de stap in omgekeerde richting maakten.
Daarnaast boeide hem de ontwikkeling van kerkleden die door hun kontakten met de evangelische beweging tot een verdieping van hun geloofsleven kwamen.
In een vraaggesprek met H. Hoksbergen (Nederlands Dagblad, 25 februari 1993)merkte Van der Dussen o.a. op: "Aan de ene kant zie ik dingen bij evangelischen die me jaloers maken. Ze zijn enthousiast en komen voor hun geloof uit. Aan de andere kant voel ik als gereformeerde ook kriebels. Ik heb me afgevraagd of dat tweeslachtige gevoel alleen iets oppervlakkigs is of dat er theologische gronden voor zijn". De Eindhovense predikant stelde tevens dat zijn onderzoek past in de grotere belangstelling die er voor de evangelischen is ontstaan binnen de gereformeerde gezindte.
"Het is een noodzakelijke inhaalmanoeuvre.
Je komt elkaar gewoon tegen, bijvoorbeeld bij de E.O.
We zien dat we de evangelischen serieus moeten nemen en dat we elkaar over en weer moeten leren kennen".
Plechtig
Eindelijk is het dus zover. Met vijf minuten vertraging komt een lange rij mensen binnen. Iedereen gaat staan.
Zo'n promotie is natuurlijk een plechtige aangelegenheid. Dat merk je alleen al aan de manier van lopen en de kleding (toga's) van de heren. Eén heer heeft een wat afwijkende kleur: het stemmig zwart wordt bij hem afgewisseld met de kleur paars. Later blijkt de drager van deze toga prof. Gäbler uit Basel te zijn. Andere universiteit, andere kleur? Wie weet. Even voorstellen (uw verslaggever hoopt dat hij het ongeveer goed in zijn hoofd heeft, maar er kunnen nog wel een paar schoonheidsfoutjes in zitten). Allereerst is daar de pedel (compleet met een korte verzilverde staf, althans: die associatie riep het voorwerp bij mij op). Zijn funktie is: het zorgen dat alles in goede orde en op tijd verloopt. De rector magnificus: bij de promotie heeft hij de leiding van' de promotieplechtigheid en hij is ook de voorzitter van de kommissie die beoordeelt of de verdediging van het proefschrift goed verlopen is. De opponenten: zij stellen kritische vragen bij het proefschrift. De promotor: een hoogleraar die de (bege-)Ieiding heeft bij het schrijven van het proefschrift (bij dit proefschrift de hoogleraren K.U. Gäbler en K. Veenhof). De referent: de medebeoordelaar van het proefschrift. De paranymfen: de personen die de promovendus terzijde staan bij het verdedigen van zijn proefschrift (mevrouw C. van der Dussen, een zuster van de promovendus, en dr. G.C. den Hertog, christelijk gereformeerd predikant in Leiden). Ook de andere hoogleraren van de fakulteit zijn aanwezig. En tenslotte de hoofdpersoon: de promovendus.
Hij zit niet achter de tafel, maar staat achter een katheder tegenover de tafel.
Toelichting op het proefschrift
De rector magnificus spreekt het votum uit. Daarna geeft hij de gelegenheid aan de promovendus om zijn proefschrift toe te lichten. Het wordt een betoog waarin duidelijk wordt dat het onderwerp aktueel is. Toen Bill Clinton zijn inaugurele rede uitsprak, werd het publieke gebed uitgesproken door een vergrijsde evangelist: Billy Graham. Terwijl Clinton de nadruk legt op de noodzaak tot politieke verandering, verwacht je dat Graham juist accenten legt bij de status quo, het behoud van het bestaande en op de noodzaak van persoonlijke wedergeboorte.
Bij Charles Finney komen deze beide elem.enten samen: de noodzaak van persoonlijke bekerlnq én van sociale vernieuwing. Hij dacht bijvoorbeeld dat een daadwerkelijke afschaffing van de slavernij zou leiden tot de spoedige vestiging van Gods koninkrijk op aarde: het Duizendjarig Rijk.
Volgens Finney is de nieuwe wereld maakbaar; het is de amerikaanse droom van de vrijheid en de rede. Het calvinisme slaat de mensen lam; de mens moet élf beslissen over zijn eeuwig wel en wee. Alles wat moet kán, als je maar wilt. In dat denken zitten golven van religieuze en morele energie. De rede (het verstand). het christelijk geloof, de moraal, de werkelijkheid en God zitten heel redelijk in elkaar. Er is geer:!sprake van willekeur; de enige juiste en logische keuze is de bekering. De juridisch geschoolde Finney vond dat je een methode van verkondiging moet bedenken waardoor mensen de boodschap logischerwijs wel aan móéten nemen. Deze manier van denken roept uiteraard vraagtekens op, vragen die in het proefschrift van Van der Dussen uitgebreid aan de orde worden gesteld.
Verdediging van het proefschrift
Na deze uitleg over zijn proefschrift is het de beurt aan de heren achter de tafel. De eerste vraag was nogal vertaaltechnisch van aard: is het wel juist om het engelse evidence door evidentie te vertalen? Een tweede vraag betrof de bekering van Finney, in een donker bos, want niemand mocht hem zien. Volgens Prof. J. Wessels (hoogleraar in de missiologie) zit er zo weinig 'gein' (= letterlijk: genade) in deze bekering, het wordt zo sober beschreven.
Heeft dat bos niet méer geheimen?
Was Finney (als dirigent van het kerkkoor en bespeler van de cello) niet een veel kleurrijker persoon? Volgens Van der Dussen durfde Finney aanvankelijk niet in het openbaar voor zijn bekering uit te komen. Achteraf hebben de verhalen iets schematisch, iets sjabloon-achtigs mee gekregen. Overigens zit er in het bekeringsverhaal van Finney een sterk rationeel (verstandelijk) element: het is wáár wat er in de
Bijbel staat, het klópt (bijna als een juridisch betoog). Prof. A. van Egmond (dogmaticus) vroeg zich af of de kritiek van Van der Dussen op het begrip vrijheid bij Finney niet te maken heeft met zijn weerstand tegen het accent op de redelijkheid in diens theologie.
Zou u diezelfde kritiek ook hebben gehad als Finney alle nadruk had gelegd op Gods liefde? In zijn antwoord legde Van der Dussen uit dat hij geen proefschrift heeft geschreven over de bijbelse vrijheid, maar qat hij wel met Finney aan de slag moest. En wat hem bij Finney's vrijheidsbegrip is opgevallen is dat dit begrip een liberale i.p.v. een bijbelse inhoud heeft gekregen.
Eén van de vragenstellers ging specifiek in op een stelling: 'Finney's denken kan niet als reformatorisch worden aangeduid.' Wat dan wel? Ook hier geeft Van der Dussen weer slagvaardig antwoord; het lijkt wel of hij er geen moment over na hoeft te denken.
Hij betoogt o.a. dat 'reformatorisch' méér is dan het denken van Calvijn.
Finney staat ook ver van Luther af en doet in zijn geschriften Luther tekort als hij hem alleen maar noemt in verband met de morele strijd die christenen hebben te voeren. Waar het om gaat is dat Finney de kern van het reformatorisch denken ontkent: de rechtvaardiging van de goddelozen.
Dat geloof is voor Finney een gruwel,.
het klopt voor hem niet, hij kan er uiteindelijk niet mee overweg. Dat Finney een christen was, staat voor Van der Dussen echter buiten de diskussie.
"Het zou onbeschaamd zijn om hem dat predikaat te onthouden."
Hora Est
Was er ook sprake van een ontwikkeling van het denken van Finney? (zijn bekendste werken werden tussen 1835 en 1847 geschreven). Vragensteller: "Ik veronderstel toch dat die ontwikkelingen er zijn geweest. Of zit ik fout?"
Van der Dussen: "U zit zeker goed!"
Vragensteller: "Dat wilde ik horen".
Van der Dussen: "Maar daarom zeg ik het niet" ....om daarna verder zijn antwoord toe te lichten.
Ondertussen verschuift een gordijn.
Mijn buurman zegt: "de pedel!" Het geeft een beetje een sinterklaasgevoel.
Is het al tijd? Komt de pedel al binnen? Ja, de laatste vraag moet heel snel worden afgerond. Het 'Hora Est' (= het is tijd!) weerklinkt. De heren en één dame verdwijnen achter de deur.
De promotiekommissie zal zich gaan buigen over de vraag of Ds. van der Dussen zich voortaan doctor in de godgeleerdheid mag noemen. Gerommel in de zaal. AI hoeft niemand zenuwachtig te worden: de kans op 'zakken' is hier - nadat een proefschrift eenmaal is geaccepteerd - verwaarloosbaar klein.
Toespraken
Om 14.47 uur komt het gezelschap weer binnen. De Rector Magnificus: "Ik heropen deze vergadering". Het blijkt dat ds. Van der Dussen straks inderdaad de doctorsbul (in een blauwe koker) in ontvangst mag nemen. De beide promotoren (inmiddels allebei in Zwitserland woonachtig) houden een toespraak. Prof. Dr. K.U. Gäbler spreekt de promovendus kort toe en overhandigt hem de bul. Ds. van der Dussen mag zich voortaan (als eerste Nederlands Gereformeerd predikant) doctor in de godgeleerdheid noemen. Prof. Dr. K. Veenhof haalt enkele persoonlijke herinneringen op.
Hij roemt de persoonlijke aanpak, de zorgvuldigheid en de kontinuïteit waarmee Van der Dussen (naast zijn werk in de gemeente) aan het proefschrift heeft gewerkt. Hij prijst (evenals enkele anderen) ook de toegankelijke schrijfstijl van Van der Dussen, waardoor het boek niet alleen vaktheologen zal aanspreken. Ook merkt hij op dat uit de studie van Van der Dussen blijkt dat wetenschappelijk-theologisch denken niet per definitie gevaarlijk hoeft te zijn voor het geloofsleven. Tenslotte ging de waardering (zeer terecht) ook uit naar de echtgenote van Ds. van der Dussen. "Jullie stemden je doelen op elkaar af". Met een handdruk wordt dit deel van de plechtigheid bezegeld.
De rector magnifucus spreekt tenslotte de lofverheffing uit. "De Naam des Heren zij geloofd, van nu aan tot in eeuwigheid". Familie, vrienden, bekenden en journalisten verlaten de zaal, de meesten op weg naar de receptie.
Een enkeling begeeft zich naar een andere zaal; vanmiddag aanvaardt dr. M. Parmentier zijn ambt als bijzonder hoogleraar aan de V.U. in .....
de theologie van de chartsrnatischë vernieuwing (!). Toch wel een bijzondere samenloop van omstandigheden ....twee maal neemt vanmiddag de 'opwekkingbeweging , een bijzondere plaats in aan de Vrije Universiteit.
Dat het tijdens de receptie na de promotie van de Eindhovense predikant een drukte van belang was, behoeft geen betoog. Een lange rij mensen, die allemaal de kersverse doctor en zijn echtgenote de hand kwamen drukken.
Want het afronden van een akademisch proefschrift is een ferme handdruk waard.
Nawoord
1 Aan het proefschrift zijn 14 stellingen toegevoegd. Enkele stellingen werden reeds gepubliceerd in het Nederlands Dagblad van 23 februari 1993. De 10e stelling lichten we hier nog even uit: "De kombinatie van enerzijds de beïnvloeding van het theologisch klimaat binnen de Nederlands Gereformeerde kerken door A.Janse (1890-1960), en anderzijds de affiniteit die een deel van de Christelijke Gereformeerde kerken heeft met de Nadere Reformatie, is een belangrijke bijdrage tot de impasse waarin de landelijke samensprekingen tussen deze kerken zich bevinden."
2 Het proefschrift 'De vrije keus?' is in boekvorm verschenen bij Uitgeverij Boekencentrum.
3 In deze bijdrage in 'Opbouw' werd niet uitgebreid ingegaan op de inhoud van het proefschrift. Over enkele maanden hoopt drs. H. Smit uit Barendrecht in 'Opbouw' uitgebreid aandacht te besteden aan deze publikatie.
4 Tenslotte verwijzen we naar de jaarvergadering van de persvereniging 'Opbouw' (24 april 1993), waar dr.
A. van der Dussen nader zal ingaan op enkele aspekten van de evangelische beweging.