Pastorale notitie
1993-03-12
Kraambezoek- Jaargang 37
- nummer 6
Ik loop niet met molentjes door de wereld. Noch met gebedsmolens door de kerk. Ik heb er al moeite genoeg mee om zelf te bidden. Laat staan dan dat ik aan de lopende band moet bidden met anderen.
"Hij heeft er toch voor geleerd", zeggen mensen. Zelfs mensen die beter moesten weten. Daar leer je namelijk niet voor. Daar kun je niet voor leren.
Dat kun je alleen maar léren.
Je wordt dominee ten koste van je eerste gemeente, zegt men. En men heeft gelijk. Ikzelf ging al in de fout vóórdat ik aan het karwei begonnen was. Nee, ik heb het niet nóg eens over het warmlopen langs de lijn. Nu heb ik het over de tijd dat je in het startblók staat, maar dat het startschót nog niet gelost is.
Een paar dagen vóór mijn bevestiging werd in één van de gezinnen een baby geboren. Moeder en kind maakten het wél, in de kraamkliniek. Domineenee, ik wàs nog geen dominee. Student - nee, ik was geen student meer.
Ik was te groot voor servet en te klein voor tafellaken. Goed dan: ik op weg.
Op spoorweg, wel te verstaan. Wie had in die goeie ouwe tijd kunnen vermoeden dat je in ons vak ooit nog eens in een automobiel rond zou rijden?
Stel je voor: een grote zaal met een stuk of tien jonge moeders en eenzelfde hoeveelheid jonge kinderen. En daar zit jij als linkse, verlegen jongeman tussen.
Wat doe je dan? Je praat een poosje met de moeder, je kijkt even naar het kind, en je bent blij als je weer op de gang staat.
Maar je bent wel in de fout gegaan. En dat krijg je later ook op je brood. Jaren later nog. Als je afscheid neemt.
Is het fout, dat je als dominee op bezoek gaat om het jong geluk geluk te wensen? Nee, maar je hoeft niet.
krampachtig voor iedereen uit te rennen.
Is het fout, dat je op een grote zaal niet mét moeder en vóór kind 'leest' en 'bidt'? Nee, daar is dit gebeuren te intiem en te teder voor.
Maar het is wél fout om niet te lezen en te bidden in de kleine kring van het gezin. En in die fout ben ik gegaan, en die kun je nooit meer goedmaken.
Als er in christelijke kring een kindje is geboren, dan moet hier op een christelijke manier voor gedankt wor-' den. Ook als het gaat om de rafelige rand van de gemeente, of daar zelfs overheen.
Het is een fijn stel. Ze komen nooit in de kerk. Hij heeft geen belijdenis gedaan.
Zij is helemaal geen lid. Toen er een baby geboren was, gingen we bij hen op bezoek. Een week of twee later.
Bij hen thuis. Ik las psalm 139 voor. Dat doe ik graag bij zo 'n gelegenheid.
Ik dankte en bad voor dit kind dat toch warempel ook bestemd is voor de schare die niemand kan tellen.
Later hoorde ik dat ze aan zijn ouders gevraagd hadden, welke psalm het was die dominee gelezen had. Had hun zo getroffen.
En wanneer je als dominees-echtpaar op kraambezoek gaat, neem dan een cadeautje mee dat bij je werk past.
Hemdjes en speeltjes krijgen ze al genoeg.
Denk eens aan een boekje uit de serie Wat de bijbel vertelt. Voor het kind om naar te kijken. Voor de ouders om voor te lezen.
Snijdt het mes aan twee kanten.