Ingezonden

1993-03-12
  • Jaargang 37
  • nummer 6
Coli. Koers vergunne mij een ietwat uitvoerig antwoord. Hij is van oordeel dat mijn kritiek op Telder de onderbouwing mist. Ik mag hem er echter op wijzen, dat 'Een kerk ging stuk' niet geschreven is om de discussie rond ds. Telder te heropenen, maar om een stuk geschiedbeschrijving te geven.
Mijn exegetische onderbouwing heb ik dertig jaar geleden gegeven. Ik kwam tot ongeveer dezelfde uitkomsten als coll. Wiskerke in zijn boek.
Coli. Koers vindt, dat ik door te spreken over biblicisme en purisme de eer van ds. Telder aantast. Ik vind dat dat wel meevalt. Een concreet voorbeeld: In 'Een kerk ging stuk' blz. 137 liet ik zien dat dr. B. Jongeling nogal verontwaardigd reageerde op het gebruik van de tekst 'De doden weten niets'.
Telder behandelde die niet als een stukje ervaringswijsheid, maar begon er een dogmatisch-leerstellige conclusie uit te trekken. Mag ik dat niet een tikkeltje (!) biblicistisch noemen? Kom nou!
Prof. W. van 't Spijker gaf onlangs in De Wekker een waarderende recensie van het laatste boek van ds. C. Vonk.
Hij merkte licht kritisch op, dat hij hier en daar een biblicistisch trekje had waargenomen. Was dat beledigend voor ds. Vonk? Onder broeders die elkaar waarderen kan het best wat lijden. Zo heb ik me ook maar ingesteld, toen ik niet malse uitspraken te verwerken kreeg. Zie b.v. 'Een kerk ging stuk', bI. 133.
Wat dat purisme betreft: purisme is volgens Van Dale het streven de taal te zuiveren van vreemde woorden. Ik kom dat verschijnsel nog al eens tegen.
Zo werd ik bekritiseerd vanwege het gebruik van de term sacramenten.
Die komt immers in de Schrift niet voor. Zo is het spreken over naturen van Christus, personen in God, drieëenheid enz. aangevochten, omdat de Schrift zo niet spreekt. Als ds. Telder van de naïeve zegswijze: "Broertje is in de hemel" zegt: dat spreken is onschriftuurlijk, dan vind ik dat een 'bijna puristisch spreken'. Beledig ik ds. Telder daarmee? AI mijn kritiek stond trouwens in het kader van hoogachting en van bescherming tegen schorsing en afzetting.
De allusie van mijn vriend Koers, dat mijn kritiek op ds. Telder bedoeld is om een goed figuur te slaan tegenover de vrijgemaakten, is een beetje pijnlijk.
Mijn wezenlijke bedoeling was het vrijgemaakte geweten te prikkelen: U hebt kerken en personen geschrapt die zich loyaal opstelden ten opzichte van de confessie!
We kunnen twisten over de vraag hoeveel aanhangers van ds. Telder er onder ons zijn. Erg vruchtbaar lijkt me die discussie niet. Natuurlijk ken ook ik zulke broeders en collega's en ik acht hen hoog. Echter: tegenover hen die de kwestie Telder mateloos opblazen, blijf ik van rneninq.dat de aanhang van ds. Telder beperkt gebleven is. Dat is een zakelijk oordeel. Het houdt geen enkele diskwalificatie in.
Belangrijk is, dat wij, in welke percentages ook (!). zuiver en goed met elkaar omgaan. Dat zullen we kunnen, als we ons verschil in de juiste proporties zien. Ook al is het juist wat Berkouwer opmerkt, dat het punt "diep ingrijpt in het leven der gemeente", blijft toch ook waar, dat de zaak het hart van het evangelie niet raakt. Als dat voor ons vaststaat, kunnen we ons matigen en aan twee kanten relativeren.
Misschien kunnen de vrijgemaakten dat dan een beetje van ons leren.
Er zijn eindeloos belangrijker dingen aan de orde vandaag. Horen en zien vergaat ons! Dat ik - onbedoeld - zou meehelpen broeders als mijn vriend Koers, te schikken op het altaar van de hereniging, komt op mij wat pathetisch over. De vraag hoe in de toekomst te handelen, was voor coll. Van der Kwast en mij geen kwestie, die wij tevoren hebben willen of kunnen bedisselen.
De kerken zelf zullen de oude zaak moeten oplossen in een nieuwe situatie. Het is duidelijk datals er ooit echte herenigingsgesprekken zouden komen - die niet gericht mogen zijn op een altaar, maar op de tafel. HET altaar rijst ver boven onze problemen uit.
Ik noteer met dankbaarheid dat coll.
Koers, ondanks zijn kritiek, toch blij is met ons boek

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief