Boekbespreking
1993-03-12
Bezinnen op gereformeerde zending- Jaargang 37
- nummer 6
Enige jaren geleden gaf Kok te Kampen een paar deeltjes uit in de serie Kijk op Zending.' Het bedoelde de bezinning te stimuleren op de zending binnen de gereformeerde gezindte.
Deze reeks is een stille dood gestorven, maar de bezinning wordt voortgezet in een nieuwe reeks Zending Dichterbij geheten. Men is van uitgever veranderd: Oosterbaan & Le Cointre.
Zag Kok er geen brood meer in? De redaktie bestaat deels uit de zelfde mensen afkomstig uit de gereformeerde gezindte. Christelijk Gereformeerden, Hervormd Gereformeerden, Gereformeerde Gemeenten en Vrijgemaakt Gereformeerden zijn vertegenwoordigd; Nederlands Gereformeerden uiteraard niet, maar laat ik me inhouden, en hier verder niet op ingaan!
Opmerkelijk is wel dat de nieuwe reeks zendingsbezinning binnen 'de gereformeerde zending' wil stimuleren. Wat is dat voor een instituut 'de gereformeerde zending'? In Zuid-Afrika bij voorbeeld werken de Christelijk Gereformeerde Kerken, de Nederlands Gereformeerde Kerken, de Gereformeerde Gemeenten en die Gereformeerde Kerke van SA samen binnen 'de gereformeerde zending'dat is een kerkelijk gestruktureerde samenwerking. Waar slaat dat 'de gereformeerde zending' in Nederland eigenlijk op? Enwie heeft de redaktie gevraagd om de zendingsbezinning binnen 'de gereformeerde zending' te dienen met deze reeks?
Laat ik nog een paar kritische vragen mogen formuleren. Ik neem aan dat bij het opzetten van een nieuwe reeks de redaktie een meerjarenplan maakt; als ik me niet vergis, ontbrak dat bij de vorige reeks; men was afhankelijk, kreeg ik de indruk, van doctoraal scripties van geestgenoten in Utrecht.
Zonder een meerjarenplan zal ook deze reeks het niet lang volhouden. De aktualiteit van de dag en de beschikbaarheid van geestverwante schrijvers bepaalt dan de uitgave van nieuwe deeltjes. Dat ik deze zaak aan de orde stel, komt door de keuze van het onderwerp voor dit geschrift: Over woord en daad in de zending. Volgens het voorwoord zou de relatie tussen beiden de aktuele en brandende missiologische vraag zijn in 1992. Nu ben ik persoonlijk wat vermoeid van de eindeloze bezinning op deze problematiek; er is al zo veel over geschreven, ook van gereformeerde zijde in 1978in Gij die eertijds verre waart, (Utrecht; De Banier). Maar wie meent dat dit de brandende vraag is voor gereformeerde zendingstheologie anno 1992 evj, vergist zich deerlijk. Deze bundel bewijst het. Westland in zijn uitstekende artikel begint terecht uiteen te zetten wat hij onder zending verstaat voor hij over woord en daad in de zending komt te spreken. Maar het is duidelijk dat Drost in deze bundel daar een heel andere kijk op heeft. M.L had eerst een geschrift gewijd moeten worden aan de vraag wat is zending volgens de bijbel in het licht van de gereformeerde traditie? Eerst zal toch fundamenteel bezonnen moeten worden op deze kernvraag.
Daar komt nog iets bij. Opmerkelijk is het dat elke schrijver uitkomt bij het eigen kerkelijke zendingsbeleid. De Chr. Gereformeerde auteurs Oosterhoff, Van Heest en Van Amstel verdedigen de visie die in de Chr. Geref. Kerken het zendingsbeleid bepaalt; dat is ook het geval bij de Hervormd-
Gereformeerde Westland; Drost representeert het oude Vrijg. Geref. standpunt: zending is Woordverkondiging, de daad wordt ondergebracht in partikuliere organisaties (de kerk als organisme, zeg maar); terwijl Joosse de nieuwere bezinning in de Vrijg. Geref. Kerken vertegenwoordigt. Ik zou zo zeggen: dat vraagt om hermeneutische bezinning. Hoe ligt de relatie precies tussen onze eigen kerkelijke traditie en ons bijbelverstaan op het punt van woord en daad in de zendingspraktijk?
Dat zou eigenlijk het eerste onderwerp moeten zijn in deze nieuwe reeks: hermeneutiek en zending.
Hermeneutisch bewustzijn is afwezig in deze bundel behalve bij Westland - vandaar dat ik zijn bijdrage werkelijk goed vind, ook om zijn prima behandeling van het Oude Testament.
Maar wanneer deze problematiek niet wordt aangesproken, heb ik een hard hoofd in een zinvolle toekomst voor deze reeks.
Ik noteer een merkwaardige zin uit het voorwoord: "Een bijbelse missiologie zal zich laten voeden door de Heilige Schrift en de daarop gegronde Gereformeerde belijdenis" (:9). Zou dat niet moeten zijn: Een gereformeerde missiologie etc.? Is een missiologie die zich laat voeden door de Lutherse belijdenis per definitie niet bijbels?
John Stott schreef een boek over zendingstheologie die bepaald niet gevoed werd door de Gereformeerde belijdenis; hij is een evangelische Anglicaan. Niet bijbels dus? Ik neem aan dat dit een schrijffout is. Zo niet, dan heb ik nog wel wat andere vragen.
De redaktie is interkerkelijk samengesteld.
Op kerkelijk nivo is er tussen de verschillende kerkgenootschappen, die zij vertegenwoordigen, geen enkele vorm van samenwerking. De Geref. Gemeenten bijvoorbeeld hebben nogal wat bezwaren tegen de Vrijg. Geref. Kerken juist op het punt van de belijdenis. En de Chr. Geref. Kerken hebben juist weer officieel getwijfeld of de Vrijgemaakten confessioneel wel door de beugel kunnen op het punt van de toeëigening des heils. En toch samen bezinnen binnen 'de gereformeerde zending'? Toch samen werken aan een gereformeerde zendingstheologie gevoed door de Gereformeerde belijdenis? En dat bij Oosterbaan & Le Cointre? Hier was een redaktionele verklaring wel wenselijk geweest.
Dan nog kort iets over de verschillende bijdragen.
Oosterhoff schreef een nuttig verhaal over het hebreeuwse woord dabar, dat woord en daad kan betekenen. Heeft dat iets te betekenen voor de vraag naar de relatie tussen woord en daad in de zending vandaag? Nee, zegt Oosterhoff - terecht. Maar hij knoopt er nog een paar pagina's aan vast om zijn eigen visie op het vraagstuk uiteen te zetten. De moeite waard. Ik had echter graag meer over het Oude Testament en ons onderwerp te horen gekregen; dat vinden we nu bij Westland.
Van Heest schreef een zeer uitvoerige bijdrage over woord en daad in het NT; ik kreeg de indruk dat hij het thema als kapstok gebruikt om zijn eigen verhaal kwijt te kunnen raken. Best goed om te lezen, daar niet van. Maar de uitgespaarde ruimte zou gevuld kunnen zijn geworden met een bijdrage over Proselitisme en de daad in de zending.
Een thema dat helaas niet aan de orde gesteld wordt. Maar dat kan van Heest niet helpen. Of wel, hij zit in de redaktie van deze serie!
De rede die Drost rt 1986) leverde bij zijn optreden als lector in de missiologie in (Vrijg.) Kampen wordt hier opnieuw uitgegeven. Hij gaat het woorddaad concept na in de moderne oecumenische zendingstheologie. Hier valt zeker wel wat te leren, maar zijn eigen keuze voor zending als Woordverkondiging alleen is ter nauwernood bijbels te funderen, zoals ook uit deze bundel blijkt.
Joosse gaat zendingmethodisch op de genoemde relatie in. Hij legt nogal wat aksent op de boodschapper die de boodschap te brengen heeft. Vanuit dit perspektief gezien is het gedrag en het optreden van de zendeling natuurlijk van veel betekenis; en zeker in de eerste fasen van zengingswerk kan de daad dan niet ontbreken, wil de boodschap effektief aan kunnen komen. Er zal toch ook een affektieve relatie opgebouwd moeten worden tussen de boodschapper en geadresseerden. In dat kader voert hij dan een pleidooi voor allerlei barmhartigheidswerk in zendingsverband. Maar wat over het gevaar van proselitisme dat hier natuurlijk levensgroot kan dreigen? Opnieuw is het Westland die hier oog voor blijkt te hebben (:113).
Westland levert een bijbels goed gefundeerd pleidooi voor eenheid van zending in woord en daad. Veruit de beste bijdrage in deze bundel! En laat ik niet vergeten de bijdrage van Van Amstel over de Gereformeerde belijdenis en de relatie tussen woord en daad in de zending. Dat levert natuurlijk niets op: want de belijdenis kent de vraagstelling niet. Ook hier ontbreekt een hermeneutisch bewustzijn. Dat de belijdenis de eenheid van geloof en leven leert, is bekend. Maar hoe dat gerelateerd moet worden aan de huidige problematiek, legt Van Amstel niet uit. Indien de gereformeerde belijdenis een bijbelse missiologie heeft te voeden, dan zal toch uitgespeld dienen te worden hoe dat precies gebeuren moet.
Moet u deze bundel kopen? Ach ja, het initiatief is goed. Er valt te leren uit dit geschrift. En 17 gulden kan heel wat slechter besteed worden. De titel vind ik geen vondst. Het dekt de inhoud niet.
N.a.v.: Zending dichterbij 1. Leren hoe hij wand'len moet, over woord en daad in de zending. Door J.L. Joosse (red.).
J. van Amstel, M.K. Drost, W. van Heest, S.J. Oosterhoff,
L. Westland. Goes: Oosterbaan & Le Cointre, 1992. Prijs: f 16,90; pagg 117, ingenaaid.