Judas

1993-03-26
  • Jaargang 37
  • nummer 7
In de bijbel kom je mensen tegen, die je kunt beschouwen als dwarsliggers.
Daarmee worden mensen in de Heilige Schrift bedoeld, die onder ons minder gunstig bekend staan en van wie toch nog iets goeds te zeggen valt.
Inderdaad kan dat weleens. Ik verwijs naar wat ik zelf daarover in de twee Messianen over Saul geschreven heb.
Is nu Judas ook zo'n dwarsligger? Is het mogelijk om van Judas nog iets goeds te zeggen en een gunstiger kijk op hem te krijgen?
Om dan maar meteen met de deur in huis te vallen: ik geloof niet dat dat mogelijk is. Ik heb wel eens een preek over Judas gehoord die mij door zijn knapheid boeide, maar waarin tot mijn verbazing en ook wel tot mijn ergernis Judas te voorschijn kwam als de beste van het twaalftal discipelen. Het was een preek die zich anders dan het evangelie veel meer opwond over de verloochening van Petrus dan over het verraad van Judas.
Toen die dominee klaar was bleef er bij mij een naar gevoel over van twijfel aan zijn band met de Here Jezus. Als je bij je kritiek op Judas niet verder komt dan "het was natuurlijk fout wat hij deed", om dan vervolgens uit het ruime vat van het begrip te gaan tappen, dan is de vraag op zijn plaats of je de Heiland wel echt liefhebt. Echte liefde namelijk heeft als keerzijde de verontwaardiging.
En dat is dan ook de reden dat alle vier de evangelisten snuiven van verontwaardiging als het over Judas gaat.
Hoe kon hij! Niet maar in een moment van zwakte de Here verloochenen, zoals Petrus die de Here vurig liefhad overkwam, nee, tegenover de Heiland de weloverwogen en gerijpte daad van het verraad stellen - nog eens, hoe kon hij!
Het is de Heiland Zelf die over Judas dit verschrikkelijke woord heeft gesproken: "De Zoon des Mensen gaat wel heen gelijk van Hem geschreven staat, maar wee de mens door wie Hij verraden wordt! Het ware voor die mens beter dat hij niet geboren was."
Probeer je eens in te denken dat de Heiland der wereld die gekomen isom het verlorene te zoeken en te redden; zo'n woord over je uitspreekt. Dat is om van te huiveren.
En een kerk die daarover heen loopt en in haar prediking begrip gaat opbrengen voor wat Judas gedaan heeft, Tot opbouw van het gereformeerde leven die graaft haar eigen graf en verdient het dat ze leegloopt. Wie de verontwaardiging niet kent, die kent ook de liefde niet.
Toch is er plaats voor een kritisch toetsen van onze verontwaardiging.
Twee dingen wil ik daarbij noemen. In de eerste plaats: ik merk wel eens de neiging onder christenen om Judas niet zozeer als persoon te beoordelen maar. meer als vertegenwoordiger van een groep. Men doet dat dan via zijn naam: Judas of Juda, waar ons woord jood op terug gaat.
Dat lijkt mij uiterst gevaarlijk. Je kunt dan met behulp van de naam van de man: Judas of Juda, het hele joodse volk laten meekomen in je verontwaardiging om dat met het odium van het verraad te belasten. Met alle kwalijke gevolgen van dien.
Dat is niet eerlijk. Maar behalve dat, het kan ook niet. Judas heet in het evangelie behalve Judas ook nog lskariot.
Een naam die tot dusver nog niet bevredigend verklaard is. En ten dele ben ik daar blij om, want nu leent die naam zich in ieder geval niet voor symbolisering. Hij is er integendeel aanduiding van dat het bij Judas om een onvervangbaar eigen persoon gaat: Judas Iskariot, die man met die onvervreemdbaar eigen naam en de daarbij behorende persoonlijke verantwoordelijkheid.
Met zijn verraad vertegenwoordigt hij niemand en staat hij alleen voor zichzelf.
Het is gewoon te dol om het verkeerde van Judas in zijn naam te zoeken. Dat mag je bij niemand doen en dus ook bij hem niet. Stel je voor! De naam Judas heeft in de christelijke gemeente toch ook een lieve klank? Een broer van Jezus heette zo en een brief van hem is in het Nieuwe Testarnent> opgenomen.
Laten we dus oppassen dat we onze verontwaardiging over Judas niet misbruiken om aan een anti-joodse gezindheid voedsel te geven. Dat de Joden Jezus Christus als de Middelaar afwijzen is nog wat anders dan dat ze Hem verraden hebben.
En dan nog iets. Het Nieuwe Testament gebruikt Judas vooral ook als waarschuwend voorbeeld. Daarom wordt hij bij herhaling aangeduid als 'een van de twaalf'. Je mag hem niet zomaar isoleren van de rest en als een zwarte figuur van de andere elf afzonderen, zoals in kinderbijbels wel gebeurt. Hij behoorde bij het twaalftal dat in de onmiddellijke nabijheid van Christus verkeerde.
Dat kan dus. Wij kunnen discipel zijn van het koninkrijk Gods, volgeling zijn van Jezus en toch tegelijk de haat tegen Hem in het hart toelaten, voeden en koesteren. En dat tegen alle waarschuwingen in. Want de Heiland is al vroeg begonnen Judas te waarschuwen.
"Een van u is een duivel", - en dan zitten we nog maar in hoofdstuk zes van het evangelie naar Johannes.
Wat heeft Judas toch gedreven? Het is duidelijk dat zijn haat is ontvlamd tegen het meest eigenlijke van wat Christus is komen doen. Toen hij zag dat de Here vastbesloten de weg naar het kruis insloeg om daar zijn leven te geven als losprijs voor velen (denk erom, Christus werd daartoe niet gedreven, Hij koos er Zelf voor) - toen Judas dat zag, toen voer de duivel in hem en ging hij er toe over de Meester te verraden.
Zo kan het gaan. We kunnen een levenlang in de kerk zitten met een koud hart en tenslotte in haat uitbarsten tegen het meest eigenlijk van wat de kerk voorstelt en predikt. Dat is voor ieder van ons een huiveringwekkende mogelijkheid. Als we daaraan denken dan is onze verontwaardiging gemengd met vrees: Wie meent te staan zie toe dat hij niet valle.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief