Hard

1993-03-26
  • Jaargang 37
  • nummer 7
De briefkaart. Oud handschrift. Dominee, hout is hard...
Ja, dat had ik gemerkt. Een schuttingpoort.
Loop daar met krachtige tred doorheen. Lage bovenlat. En dan voel je het: hout is hard. Hersenschudding.
Plat.
Op een dag in januari dat er poolsneeuw viel, had ik er voor het eerst gepreekt. Begin maart, toen er nog een meter sneeuw op de weilanden lag, gingen we er 'op zicht'. Rondrijden door het dorp, praten met de kerkeraad, kennismaken met de gemeenteleden - u kent dat wel. Na afloop ben je kapot en nog geen stap verder.
Ik wilde ook een paar ouden zieke mensen thuis bezoeken. Bij alle beroepen die in de loop der jaren over me heen gingen, hebben we dit altijd gedaan. Ook die eerste keer, 'op de rand van de landkaart' zoals mijn moeder zei.
Hij en z'n dementerende vrouw woonden een paar kilometer het land in. Wij - tussen de sneeuwwallen door - erheen.
Een hutje in de komkommerhof.
De vitrage wit bedoeld. De wasmachine onder het stof. Schemerig de huiskamer. Het eten gedaan. De bijbellezing zo niet welluidend dan toch wel luid. De eigenaar van het nasale stemgeluid had een hazelip en was bijna stokdoof. Vandaar.
Erop gewezen dat ditde 'nije doomnee' was, sprak hij over bril en bijbel heen mij toe: "Wij lezen juist een ernstige vermaning van de apostel Paulus aan Timoteüs. Als dominee zich hieraan houdt, zal hij een goed dienaar wezen".
Later zijn we er natuurlijk vaker op bezoek geweest. Op de koffie of op de thee. Eerlijk gezegd genoten de plàntjes hier het meest van...
Eens trof ik alleen zijn vrouw thuis. Ze scharrelde mompelend rond. Was hij buiten of op het toilet? Ik wachtte. Tot ik gekreun hoorde in een van de bedsteden.
Ik deed de deurtjes open en ja hoor, daar lag de ouwe baas. Een zielig hoopje, verward tussen lakens en dekens. En een vrouw die niet begreep dat hij ziek was.
Ik heb z'n bed opgemaakt, z'n kussen opgeschud, hemzelf zo goed mogelijk neergelegd en ondergestopt, beloofd dat ik de dokter zou waarschuwen. En toen ik wegging, klonk uit de diepte van de schemerige bedstee een bevende stem: "Wat zal ik, met Gods gunsten overlaán, dien trouwen HEER voor Zijn gená vergelden?"...
Ik weet het niet zeker, maar ik denk dat dit het laatste is wat ik van hem heb gehoord.
Wel, van hèm kwam de briefkaart. Een paar maanden ná de 'ernstige vermaning van de apostel Paulus aan Timoteüs', Na die onfortuinlijke aanvaring met de bovenlat van de schutting.
Toen schreef zijn oude hand: "Dominee, hout is hard, ijzer is nog harder, maar het hart des mensen is zo hart dat alleen de Heilige Geest het kapot kan krijgen".
En door deze ernstige vermaning spreekt hij nog nadat hij is gestorven.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief