'Redt een Kind' viert jubileum!

1993-03-26
  • Jaargang 37
  • nummer 7
Stichting 'Redt een Kind', die onder ons heel bekend is, viert deze week haar 25 jarig bestaan.
Reden om bij het bijzondere werk van de Stichting stil te staan. In dit en de komende nummers hopen we aandacht te geven aan de wijze van ontstaan en het funktioneren in het heden. We beginnen vandaag met een interview, dat ik twee jaar geleden met mevrouw Rookmaaker had, voor een boek over 'Gods Leiding in ons leven'. Dat boek Door Zijn Hand, komt binnenkort uit bij Uitgeverij Kok in Kampen.


Hoe is het werk van 'Redt een Kind' begonnen?

Het begon met een brief uit India, maar dat is feitelijk niet het begin!
Lange tijd had ik al gebeden of de Here mij wilde gebruiken in Zijn dienst. Eigenlijk was dat al het geval sinds ik de boeken van Amy Carmichael in India had gelezen. Ik bad niet specifiek voor India, maar voor werk waarbij ik mijn talenten goed zou kunnen gebruiken. Ik heb eigenlijk maar één talent, namelijk dat ik goed kantoorwerk kan doen. Het is voor mij als een wonder overgekomen, dat de Here mij juist op dat gebied aan het werk heeft gezet.

Door het ontstaan van 'L'Abri' in Zwitserland en het boek dat Mevrouw Schaeffer daarover heeft geschreven, werden wij nogal bij 'de leiding van de Here' bepaald, ook en juist als antwoord op gebed.
De boeken van Amy Carmichael hadden zo'n indruk op me gemaakt, omdat ze laten zien wat de Here kan doen door één vrouw. Amy Carmichael was een Ierse zendelinge, die in India heeft gewerkt. Op een dag kwam een zogenaamd 'tempel meisje' bij haar om haar hulp te vragen. Deze meisjes woonden in een Hindoe-tempel, waar ze officieel een verbintenis met de godheid heetten te hebben, maar waar ze in werkelijkheid gedwongen werden tot prostitutie met mannen die bij de dienst in de tempel betrokken waren.
Dit meisje leed daar erg onder en had kans gezien weg te lopen. Amy Carmichael heeft van toen af haar leven gewijd aan het redden van deze meisjes uit de diverse tempels van Zuid-India. (Algemeen werd aangenomen dat door haar werk dit kwaad uit de wereld was geholpen, maar onlangs kreeg ik weer een artikel onder ogen over hetzelfde onderwerp. Nog steeds worden meisjes voor dit doel aan de tempel geschonken. In dat artikel wordt de plaats van de tempel met naam en toenaam genoemd. Het houdt me dus opnieuw bezig.)

Na het lezen van die boeken heb ik lang - zeker wel een paar jaar - gebeden.
Als je de Here vraagt of Hij je wil gebruiken, zijn er altijd dingen die Hij in je leven wil veranderen. Dat laat God je zien door Bijbelteksten of door een lezing of preek. Dan weet je dat God je niet kan gebruiken voordat je dat in je leven veranderd hebt.

Het heeft dus jaren geduurd voordat die betreffende brief kwam, die ik altijd heb ervaren als antwoord op mijn gebed. Die brief kwam van een man uit India die een klein kindertehuis had; het was feitelijk een heel zielige brief, met een verzoek om hulp. Mijn man en ik hebben daarin willen helpen; we hebben de brief daarom gepubliceerd in 'Opbouw'. Daarop kwamen verschillende giften binnen, bij elkaar een behoorlijk bedrag. Toen zijn we toch ook maar eens inlichtingen gaan inwinnen over die betreffende briefschrijver!
Hij had inderdaad een klein kindertehuis, maar hij had óók een groot gezin. Het meeste geld verdween naar dat gezin... Dat was dus mis! We wisten even niet wat we moesten doen met de ongeveer twintigduizend gulden, die we hadden ontvangen. Er waren twee mogelijkheden: of we moesten proberen soortgelijk werk in India te vinden, dat wel goed en betrduwbaar was, of we moesten het geld terugsturen aan degenen die het ons hadden gegeven.
We hebben voor het eerste gekozen en bij o.a. Inter Varsely in India inlichtingen ingewonnen. Die gaven ons goede adressen; daarmee zijn we toen verder gegaan.

Kan 'leiding' dus voor ons besef ook via kromme wegen tot ons komen?
Die eerste brief had nooit mogen zijn gestuurd, maar er is toch een groot werk uit voortgekomen...

Dat heeft ons ook altijd verbaasd, dat we eerst langs die ene, doodlopende weg moesten gaan.

U vertelt dat u eerst een lange tijd van gebed en 'rijping' hebt doorgemaakt.
Gaat er aan leiding en roeping altijd zo'n periode van tijping vooraf, denkt u? Of is dat even verschillend als mensen van elkaar verschillen?

Ik vind dat je daarover niet kunt generaliseren.
De ene mens heeft zo'n rijpingsproces waarschijnlijk nodig en de ander niet. Wat mijzelf betreft, ik was ontzettend vaak driftig en dan lees je, juist in die periode, allerlei teksten die daarover gaan en die dan echt 'naar voren springen'. Het probleem van mijn drift ben ik dus geleidelijk aan gaan inzien en dat is langzamerhand ook veranderd. Naar ik meen, gaat het dan om dingen die niet bij het Christelijk leven horen; God wijst je die op deze manier aan. Het was echter iets tussen de Here en mijzelf.

Hoe gaat het verhaal verder?

Eerst hebben we die twintigduizend gulden over drie kindertehuizen verdeeld.
Daarna zijn we begonnen met de 'financiële adoptie' van kinderen.
Bij de 'Ramabai Mukti Mission' vroegen ze voor zes kinderen onze hulp.
Met hen zijn we gestart; deze kinderen zijn inmiddels met hun opvoeding en opleiding klaargekomen.
Later stond de 'Ramabai Mukti Mission' ook kinderen af voor 'echte adoptie'.
Als contactpersoon van 'Mukti' in Nederland werd ik hiervoor benaderd.
Er zijn toen diverse kinderen naar Nederland gekomen en in Christelijke gezinnen geplaatst. Dat was de voorwaarde, die 'Mukti' stelde. Nuis het onmogelijk om kinderen zo naar ons land te laten komen. Eris een wet in India gekomen, of in elk geval in de staat Maharashtra, waarin 'Mukti' ligt, die zulke adoptie feitelijk onmogelijk maakt; kinderen mogen alleen naar het buitenland, als ze tweemaal door een Indiaas gezin geweigerd zijn. Het is al heel moeilijk om één Indiaas gezin te vinden, maar twee... Daar kwam nog bij dat de Indiase regering zelf wilde bepalen in welke gezinnen deze kinderen zouden worden geplaatst.
Toen ik niet kon garanderen dat de kinderen in een Christelijk gezin zouden terechtkomen, wilde 'Muktl' ze niet meer afstaan. In dat geval kon een kind namelijk veel beter in 'Mukti' blijven. Daar zit ook iets goeds in. Het is veel beter, als de kinderen in hun eigen land kunnen blijven.
Ik heb persoonlijk ook wel vrede met de consequenties van die beslissing.
Maar ik zeg erbij: als het weer mogelijk was, zou ik wel weer proberen kinderen hier te laten adopteren. Ieder arm kind dat geholpen wordt is er een - en er zijn er zoveel!

Hoe is het daarna met 'Redt een Kind' verdergegaan?

De ontwikkeling van de organisatie is heel geleidelijk gegaan. Eerst kwamen er kindertehuizen in Oeganda bij en toen volgden Kenia en nog andere landen. Van het een kwam logischerwijs het volgende. Een jaar lang hebben we veel aanvragen voor financiële adoptie ontvangen. We wisten toen niet zo gauw waar we de kinderen moesten vinden. Het kost uiteraard tijd voordat je afspraken met kindertehuizen gemaakt hebt om meer kinderen te ondersteunen. Het is toen een moeilijk jaar geweest, soms moest ik mensen vragen of ze even wilden wachten op een kind. Gelukkig heeft die situatie niet lang geduurd.
Later is er, zoals gezegd, het werk in Afrika bijgekomen. Een Oegandees kwam bij mijn man aan de Vrije Universiteit studeren. De armoede in zijn land kwam ter sprake en uit dat ge sprek vloeide voort dat we daar arme kinderen gingen helpen. Het land heeft vervolgens die vreselijke tijd onder Amin meegemaakt. De mensen die toen de leiding hadden over hef kindertehuis, moesten vluchten en de kinderen werden op straat gezet. Dat zat ons natuurlijk niet lekker; we hadden immers beloofd voor die kinderen te zorgen. Daarom probeerden we die kinderen naar Kenia over te brengen.
Dat is uiteindelijk niet gelukt, maar we kregen daardoor wel het verzoek van een kerk in Kenia of we ook daar kinderen wilden helpen. Dat was het begin van de hulp aan Kenia, waar we nu negentien kindertehuizen steunen.
Toen Amin weg was, zijn we weer in Oeganda gaan helpen. Van het een kwam het ander. Veel van ons werk is door ons niet gezocht; het kwam gewoon op onze weg! Wij hebben nooit gedacht: We gaan daar iets organiseren; veeleer werd het voor ons georganiseerd!
Die situatie heeft voor mij persoonlijk wel steeds meer werk betekend.

U begon kinderen te steunen in tehuizen, die al bestonden, maar tegenwoordig worden de meeste kindertehuizen helemaal door 'Redt een Kind' gefinancierd. Als 'Redt een Kind' er niet was geweest, waren dus ook een aantal kindertehuizen niet ontstaan...?

Het merendeel van die tehuizen had dan inderdaad niet bestaan. Zo bezien, is dit stuk werk wel een steen geweest die in een vijver viel en vele rimpelingen heeft veroorzaakt. In India en Afrika is men daarvan nog meer overtuigd dan in Nederland! Zelf denk ik daarover echter niet zo vaak na; het is nu eenmaal het werk dat je doet. De verzoeken die binnenkomen breng ik aan ons bestuur over en zo ga je samen verder. Uiteraard geloven we in leiding van God. Natuurlijk zijn er ook hoogtepunten geweest, maar het meest komt het voor dat je gewoon je dagelijkse werk doet.

Hebt u ooit voorzien dat het werk zo groot zou worden?

Nee, dat heb ik nooit gedacht! Het is echter wel altijd een wens van me geweest dat ik thuis kantoorwerk kon doen, want dat vond ik zo leuk! Ik vind het heel bijzonder dat de Here me juist dit werk heeft gegeven.

Denkt u dat in principe iedereen het werk had kunnen doen dat u doet?

Ja, dat denk ik wel. Je moet alleen wel een beetje kantoorervaring hebben.
Anderzijds, je moet gewoon ergens beginnen, gewoon ergens durven beginnen! De les, die ik uit mijn werk heb geleerd, is dat je je opdracht serieus moet nemen en dat je dan gewoon moet doen wat je hand vindt om te doen.
Ik kan niet zeggen dat ik speciale openbaringen heb ontvangen of zoiets.
Het werk heeft zich heel 'normaal' ontwikkeld; er kwam een verzoek op mijn weg en ik reageerde erop. Op mijn schrijven kwam weer een antwoord en dan deed ik er wat aan...
Verder heb ik ook best fouten gemaakt.
Er zijn wel huizen geweest die we zijn gestart, maar die we niet zijn blijven steunen, omdat het gewoon geen goed werk bleek! Zo'n werk als dit gaat niet zonder fouten. Daaruit blijkt al dat de Here ons niet iedere keer liet weten wat we moesten doen.
We moesten zelf onze beslissingen nemen, 'met het verstand dat we van God hebben ontvangen. Er was soms wel een Schrifttekst, maar die moesten wè altijd weer toetsen aan de omstandigheden, dus 'met heel ons verstand'.
Wat ik belangrijk heb gevonden is de continuïteit van het werk: als ik mijn werk had laten versloffen, geloof ik niet dat we zo ver waren gekomen.
Maar zulk werk laat je natuurlijk niet versloffen, want je doet je werk voor de Here en niet voor mensen. Je wilt het dus zo goed mogelijk doen. Het is het werk, dat je moet doen, maar dat je ten diepste ook zelf wil!

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief