Onweer

1993-03-26
  • Jaargang 37
  • nummer 7
Na een lange werkdag op school fiets ik naar huis. Met tamelijk grote haast, want aan alle kanten flitst en rommelt het er op los. Onweer alom. De er bij horende regenbui kan elk moment losbreken. En jawel, binnen enkele minuten lijkt het of de sluizen des hemels geopend zijn. Ik sprint zo snel als mogelijk is naar de dichtstbijzijnde grote boom. Hijgend, maar zonder wateroverlast, sta ik even later onder de oude eik met zijn machtige kruin.
Vlak daarna krijg ik gezelschap van een 65-plusser. Ook hij wil duidelijk droog staan, maar wel zo ver mogelijk van de stam vandaan. "Pas maar op, je weet maar nooit".

Achter ons roept een oude vrouw ons toe binnen te komen. Weg van die veel te gevaarlijke plaats. Zelden is aan een uitnodiging zo snel gehoor gegeven.
Nauwelijks binnen gaat het gesprek over blikseminslag met de dood als gevolg. Dan vertelt de man een zoon van 29 jaar oud verloren te hebben.
Na een jaar van veel pijn gestorven aan de ziekte van Hodgkin. En, alsof zoiets nog niet erg genoeg is, sterft binnen het jaar een dochter aan dezelfde ziekte. De vrouw antwoordt hierop dat God er ongetwijfeld Zijn bedoelingen mee zal hebben. Waarop de man reageert Hem dat menigmaal met grote klem gevraagd te hebben.
Doch de nachten werden alleen maar langer en donkerder. Zo werd het ook na verloop van tijd van binnen. En zo is het nog steeds. Hoe kan God hem en zijn vrouw dat aandoen?
Toch waren deze twee mokerslagen blijkbaar nog niet voldoende. Hun derde en laatste kind, een zoon, verlaat door verdriet en wanhoop overmand, in zwaar overspannen toestand het ouderlijk huis. Het is in het holst van de nacht. In grote ongerustheid wachten de twee achterblijvers af.
Vroeg in de morgen gaat de telefoon.
Een ziekenhuis in Friesland aan de lijn. Hij is gevonden en opgenomen.
Moet dat er nu ook nog bij? Volgens de vrouw wel. Accepteer wat er in je leven gebeurt. Ook Paulus had een doorn in zijn vlees. En zelfs na herhaaldelijk aandringen bij God, raakte hij zijn probleem niet kwijt. Desondanks gaf hij de moed om het evangelie te verkondigen niet op. Integendeel.
Dan begint de vrouw te verhalen over allerlei gebeurtenissen in haar leven, waarbij de ene geloofsheld na de andere de revue passeert. Ik zie de gehavende luisteraar klein worden. Hem wordt de les gelezen. Wel het allerlaatste wat hij op dit moment nodig heeft.

Mijn bijdrage aan het gesprek is tot dat moment nihil geweest. Ik voel de onverzettelijke overtuigdheid van de vrouw. En stel voor maar weer eens op te stappen. Het is droog. We danken voor de gastvrijheid. En gaan.

Buiten rijden we het eerste stuk zwijgend naast elkaar. Dan grijpt de man mijn arm. "Dit is troost waar ik niets aan heb. Ik hoop dat alles wat minder zwart mag worden en God voor mij weer bereikbaar wordt". Dan moet hij rechtsaf. Tot nu toe weet ik niet wie deze man is. Evenmin hoe de vrouw heet. Geen van beiden weet wie ik ben. We zaten in een kleine kamer, vlak bij elkaar. En, helaas, waren we ongelooflijk ver van elkaar vandaan.

Dit artikel knipten we, enige tijd geleden, uit het: HERVORMD WEEKBLAD.
Het is van de hand van P. Janse. Het snijdt een aktueel probleem aan. De mens moet niet denken, dat hij zich volledig kan verdiepen in het leed en het lijden van de medemens. Je kunt de ander bedelven onder Bijbelteksten, maar het helpt niet. Je kunt trachten met allerlei cliché-termen het gat van verdriet te dichten, maar het sorteert niet het gewenste effekt. Integendeel!
De ander wordt.nog meer teruggeworpen op zichzelf en voelt zijn eenzaamheid in het lijden des te sterker. Troost betekent eigenlijk zoals een Engels woord het vertolkt: samen sterk zijn. Maar via een bovengenoemde benaderingsmethode wordt alleen de zwakheid van beide gesprekspartners vergroot. Het is vaak beter een tijd te zwijgen. De smart moet een uitweg gegund worden. Pas wanneer de ander, die in een donker dal is terechtgekomen, zich gaat uiten, moet men de kans grijpen erop in te spelen. In een bepaalde situatie lukt het niet MET de getroffene te bidden.
Doe het dan thuis alleen VOOR die broeder of zuster in diepe nood en zeg het dan, dat je dat zult doen! Al is de mens soms onbereikbaar, God niet!
Zijn hart staat altijd voor ons open. Dat geeft moed en kracht in naar de mens gesproken trieste omstandigheden.
Eén en ander wordt zo treffend verwoord in Gezang 392: 1 en 3 NLB.

"Blijf mij nabij, wanneer het duister daalt.
De nacht valt in, waarin geen licht meer straalt.
Andere helpers, Heer, ontvallen mij.
Der hulpelozen hulp, wees mij nabij.

U heb ik nodig, uw genade is mijn enig licht in nacht en duisternis.
Wie anders zal mijn leidsman zijn dan Gij?
In nacht en ontij, Heer, blijf mij nabij."

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief