Alleen in de kerk
2007-08-17
Luidkeels roepen de kerkklokken de inwoners van het dorp ter kerke. Aan de oproep wordt gehoor gegeven. Niet massaal, maar toch zit de historische dorpskerk in dit Noordduitse stadje redelijk vol als de dienst begint.- Jaargang 51
- nummer 16
Veel ouderen en een enkele 30-plusser, geen enkel kind. Voor mij zit een jongen van een jaar of 12. Hij is de jongste kerkganger. Even verderop zit nog een jongen van een jaar of 16. Beiden zijn alleen - zonder familie - naar de kerk gekomen. De dominee heet alle kerkgangers van harte welkom. Hij doet zelf de mededelingen. Vier gemeenteleden zijn in de afgelopen week overleden. In een gezin is een kindje geboren.
De dominee vertelt dat dit de eerste ‘vakantiedienst’ is. Gedurende zes kerkdiensten wordt er aandacht besteed aan het bijbelboek Klaagliederen. Misschien een wonderlijke keus, zegt de dominee, om in de vakantietijd aandacht aan het klagen te besteden, maar er is veel ellende in de wereld. Daarbij pakt hij een aantal krantenknipsels en toont de gemeente de ellende dichtbij en verder weg.
Het orgel overheerst
Er wordt gezongen uit een Liedboek, dat in de Lutherse kerken in Duitsland gangbaar is. Hoewel, gezongen?
Dit is Noord Duitsland, een gebied dat beroemd is vanwege zijn orgeltraditie.
De organist laat een zeer professioneel geluid horen op het eeuwenoude orgel, maar ik kan de gemeente nauwelijks horen. Ik vermoed dat de organist de gemeente al helemaal niet hoort. Overstemt de organist de gemeente, óf is de gemeente onvoldoende gewend om (mee) te zingen? In de preek besteedt de dominee aandacht aan de periode waarin Jeremia zijn werk moest doen tussen Gods volk. Een vermoeiend werk, omdat de woorden van Jahweh vaak nauwelijks gehoord werden en omdat de gelovigen die er waren de moed in de schoenen dreigde te zakken.
De dominee trekt daarbij een parallel naar onze tijd waarin christenen zich meer en meer lijken terug te trekken uit de samenleving. Het is zeker geen vrijzinnige preek die de mensen wegjaagt omdat de inhoud verdwenen is.
Allemaal alleen
Na afloop van de dienst loopt de kerk leeg. De organist speelt een stuk van Bach. Niemand zegt iets tegen de ander. Luistert iedereen naar de organist? Maar ook in de hal blijft het stil. Iedereen schuifelt zwijgend naast elkaar naar buiten. Ik geef de dominee een hand, hij knikt terug en geeft het volgende gemeentelid een hand. Het lijkt wel of alle kerkgangers voor zichzelf naar de dienst zijn gekomen. En op het kerkplein staat ook niemand na te praten, iedereen gaat zo snel mogelijk naar huis. Dat alleen zijn viel me voor de dienst ook al op. Ik werd niet welkom geheten of aangesproken. Je kunt hier dus ook helemaal anoniem de kerk weer verlaten. Ik moet denken aan die beide jongens, die in hun eentje naar de kerk kwamen. ‘Moesten’ ze van thuis? Waarom spreekt niemand hen aan? De enige jongeren in de dienst… Je zou zuinig op ze moeten zijn… En waarom was het gebed in de dienst onpersoonlijk, vraag ik me nu opeens af. Moest er niet voor de familie van de overleden gemeenteleden gebeden worden, moest er niet gedankt worden voor het kindje dat geboren was. Kennen de mensen elkaar hier nog wel bij name?
Op bezoek bij de buren
Even verderop zie ik een Evangelische Freikirchliche Gemeinde. Ik ben benieuwd wat dat voor kerk is. Op het plein voor de kerk kan ik het eigenlijk al horen. Hier is een evangelische dienst aan de gang, met een zanggroep en slaginstrumenten. Ondanks de preek en het mooie orgelspel voel ik me een beetje leeg na de vorige dienst, ik miste het contact. Dat lag ook wel aan mij, want ik sprak als gast ook niemand aan, maar toch….
Ik loop aarzelend nieuwsgierig naar binnen. Links zijn kleuters aan het werk. Ze maken een werkstuk rond het thema van de dienst. Ook is er een crèche voor de allerjongsten. In de hal stellen de gemeenteleden zich door middel van een grote fotocollage voor. Veel gezinnen, naar verhouding weinig ouderen. Een enkele foto ontbreekt. Een puber die niet op de foto wilde?
Welkom
De deuren van de kerkzaal staan open. Er zijn ongeveer honderd mensen in de dienst, van wie de helft jongeren. Ik wilde alleen maar even kijken en de sfeer proeven, maar ik word direct opgemerkt. Ik krijg een liedbundel in mijn hand gedrukt en word welkom geheten. Allerlei andere mensen groeten me vriendelijk. Als het even stil is tussen twee liederen komt er mensen naar me toe om me de hand te schudden.
Voor de preek blijk ik te laat te zijn, de dienst is bijna afgelopen. De voorganger spreekt de zegen uit en vraagt speciaal nog even de aandacht voor enkele activiteiten in de komende week. Ook vraagt hij om thuis voorbede te doen voor twee zieke gemeenteleden. Na afloop van de dienst kun je hier niet meteen weg. Er is koffie, mensen staan met elkaar te praten, ook ik word door allerlei mensen aangesproken.
Kerkdienst is relatie
De tegenstelling tussen de beide diensten blijft me bij. Ik houd van een degelijke preek, van een mooi orgelspel, van een goede liturgische opbouw. Maar wat maakte nu dat ik die tweede dienst als zoveel ‘warmer’ heb ervaren? Het was niet de preek, die heb ik niet gehoord. Het was voor mij ook niet de muziek. De klassieke liederen van bijvoorbeeld Luther en de muziek van Bach zijn me uit het hart gegrepen. Nee, het was de relatie, het onderlinge contact, het kennen van elkaar. Om het in een psychologisch vat te gieten: mensen reageren vaak niet op inhoudsniveau, maar op betrekkingsniveau. Je kunt een dienst nóg zo mooi vorm geven, je kunt het in de preek als dominee nóg zo mooi zeggen, als de betrokkenheid op elkaar mist blijft de inhoud mager. En opeens moet ik weer aan die beide jongens denken in de eerste kerkdienst.
Bijzonder, alleen in de kerk. Je zou als gemeente dankbaar moeten zijn. Maar was er iemand die hen kende? Hebben ze ervaren dat ze gekend werden? Of verdwijnen ze straks geruisloos uit deze gemeente omdat ze er niet echt bij hoorden?
Henk Algra is lid van de NGK in Alkmaar.