Post uit Rwanda
1993-04-09
Emmanuel wordt echt boos - Jaargang 37
- nummer 8
Weet je nog het verhaaltje van de vorige keer? Hoe de mensen jaloers waren op Emmanuel, hoe ze niet uit konden staan dat Emmanuel anders leefde dan zij, zonder dronken te worden en ruzie te maken? Vandaag ga ik jullie vertellen hoe het op een keertje helemaal mis liep.
Het was nog heel vroeg in de morgen.
De zon was net op maar lange slierten mist hingen nog over het veld. Emmanuel was opgestaan om naar de w.c. te gaan. Bij de meeste Rwandese huizen is de w.c. een kleine hut buiten het huis. In de hut is een groot gat in 'de grond met aan beide kanten van het gat plankjes of stenen om op te staan.
Vaak zijn dat mooie w.c.'s. Als het gat diep genoeg is gaat het niet vies ruiken.
De w.c.-hut staat net als de kookhut en de stal voor de koe achter het huis en om al die verschillende kleine gebouwtjes heen groeit een hoge heg met één opening om door naar binnen en naar buiten te gaan. Emmanuel rekte zich eens uit en liep naar de opening. Daarachter lag zijn veld. Hij had er samen met zijn vrouw al hard op gewerkt want het was bijna zaaitijd.
Het meeste werk deed zijn vrouw maar het omspitten van de droge grond is een zwaar karwei, dat deden ze samen. Emmanuel had bovendien een paar arme mannen uit de buurt geld gegeven om ook wat mee te helpen.
Zo ging het snel. Het was een mooi stuk land. Straks konden de bonen en aardappels en mais weer opschieten, dan zou de donkere aarde mooi lichtgroen worden.
Maar wat was dat nou? Emmanuel keek nog eens goed. Er waren twee mannen bezig in de verte bij de grens van het land van Emmanuel. Je kon precies zien waar zijn land ophield en dat van zijn oom begon want daar stonden bomen. Die bomen waren weg. Wat was dat nou? Ze lagen op de grond.
En de twee mannen waren bezig nieuwe bomen te planten, maar niet op dezelfde plek. Nee, zodat de akker van Emmanuel kleiner werd en de aangrenzende akker groter. Emmanuel voelde een vreemde steek door zijn maag en een nare smaak in zijn mond, zo schrok hij. Hij stapte zijn huis in, trok kleren aan en stapte op de mannen af. Ze schrokken verschrikkelijk.
In de nevel hadden ze Emmanuel niet aan zien komen en zijn blote voeten op de zachte aarde hadden geen enkel geluid gemaakt. Ze hadden gedacht dat Emmanuel nog wel zou slapen. Ze voelden zich natuurlijk betrapt en toen deden ze iets wat veel mensen (en ook kinderen) doen als ze betrapt worden bij iets wat ze niet mogen: ze werden vreselijk boos... op Emmanuel. Ze begonnen te schelden en te tieren. "Jij akelige rijke!" brulde Emmanuels oom "Jij bent helemaal niet iemand van ons. Je bent de zoon van mijn broer maar dat ben je eigenlijk niet. Je bent eigenlijk een blanke, met je fiets en je geld en je nette manieren. Je hebt een hekel aan ons allemaal, zelfs aan je eigen vader. En nu gun je je eigen oom niet eens een klein stukje meer land, jij akelige hebbert. Je wilt maar liever dat we allemaal dood gaan.
Nou, wij zouden wel willen dat jij dood ging, dan verdeelden we al je spullen dan..." Emmanuel stond heel stil te luisteren. Zijn handen balden zich tot vuisten, al zijn spieren werden stijf, er kwam zweet op zijn gezicht. Zijn oom zag het wel "Nou", tergde die "wat heb je daarop te zeggen rijk pestventje?" Emmanuel kon niks zeggen, zijn keel leek wel dichtgeschroefd. De oom deed een stap dichterbij en greep Emmanuel bij de kraag van zijn bloes.
"Maak nou maar dat je weg komt." gromde hij "Van mijn land af" En dat was net te veel voor Emmanuel.
Opeens kon hij het niet meer verdragen.
Hij rukte zich los en gaf zijn oom een duw. De ogen van de man begonnen te schitteren. "Hé ik dacht dat jij nooit ruzie maakte, dat jij zo vroom was". Hij gaf Emmanuel ook een duw.
De andere man bemoeide zich er nu ook mee. Eindelijk een echte ruzie, eindelijk een echt gevecht, met zijn tweeën waren ze natuurlijk sterker.
Emmanuel sloeg en graaide als een gek om zich heen. Opeens zag hij de zware schop waarmee de mannen gaten hadden gegraven. Hij dook, greep de schop en sloeg ermee in het rond. Het kon hem niks meer schelen, hij was zo boos, zo bang ook. Hier een klap, daar een klap. "Emmanuel Emmanuel".
Opeens klonk een stem door al die boosheid heen. Er kwamen mannen aanrennen. Eén greep Emmanuel beet, een ander de oom en weer een ander de helper van de oom. "Hou op, hou op" riepen ze. Meteen was alle woede uit Emmanuel weg. Zijn oom stond te razen en te tieren maar Emmanuel was alleen maar vreselijk moe en vreselijk verdrietig.
Het was net een nare droom. Hij kon niet geloven dat het allemaal echt was.
Maar zijn oom, die was zo echt als wat. Als de andere mannen hem niet hadden vastgehouden dan was hij Emmanuel zo weer aangevlogen, dat was duidelijk. En de vriend van de oom... Emmanuel keek naar de man met grote ogen. Lieve help, wat had hij gedaan?! De man had zich op de grond laten vallen en kreunde en jammerde luidkeels. Met zijn handen hield hij zijn hoofd vast, en langzaam maar zeker werden die handen nat van het bloed. De mannen die te hulp waren geschoten probeerden te helpen.
"Mijn hoofd, kermde de gewonde, en mijn arm. Au, mijn arm, die is vast kapot! Ik bloed dood en mijn arm is kapot." "Kalm maar, kalm maar" susten de mensen. Het werden er al meer al meer, uit alle huizen kwamen de buren tevoorschijn. Ze keken verbaasd en nieuwsgierig. "Dat heeft Emmanuel gedaan, die lelijke Emmanuel. Zien jullie wel dat hij ons probeert te doden!"
brulde de oom. Ja, de mensen knikten, daar was Thierry ook al.
"Oeioeioei, schreeuwde hij, ik had gelijk om jullie te waarschuwen voor Emmanuel hè. Kijk nu toch eens!" AI meer boze ogen keken Emmanuel aan.
"Ze hebben gelijk" dacht Emmanuel.
"Ze hebben gelijk, ik heb iets vreselijks gedaan. 0, wat nu?" Zijn benen leken welvan klei, zo zwaar en zo slap. Opeens voelde hij een hand op zijn schouder. Met een ruk draaide hij zich om. Goddank, het was Pierre, een vriend van Emmanuel. "Ga maar naar je werk" zei Pierre zachtjes. "Je kunt hier toch niks meer doen. "Ga maar gauw weg, mijn vrouw is er ook, die blijft bij jouw vrouw vandaag. Kom, ga je fiets pakken en ga naar je werk".
"Nee, schreeuwde oom, blijf hier. We zullen hem leren." "Brengen jullie de gewonde maar naar de kliniek, suste Pierre en dan ga je maar naar de rechter.
We weten allemaal dat we niet zelf mogen straffen. Ga maar naar de rechter of naar de burgemeester, of naar de president." De mensen keken elkaar verward aan. Ja, daar zat wat in.
Pierre liep met Emmanuel mee naar zijn huis, met nog steeds een hand op zijn schouder. "Alles is mis gegaan, zuchtte Emmanuel, alles. Ik heb me niet gedragen als een kind van God."
"Luister, zei Pierre, Jij bent wel een kind van God, maar ook die maken soms fouten. Zorg nu dat je een kind van God blijft, doe niet meer domme dingen maar vraag God om wijsheid."
Dat was haast een preek, en Emmanuel luisterde zo goed dat hij alle woorden van buiten wist zodra Pierre ophield met praten. Ze baden nog samen en toen ging Emmanuel op weg naar zijn werk in de stad. En de hele weg dacht hij na en bad en dacht. Zelf zou hij hier niet uitkomen. Nu had iedereen echt een hekel aan hem.
Misschien kwam hij wel in de gevangenis.
"Vraag God om wijsheid" hoorde hij dan weer de woorden van Pierre. En dat deed hij dan.
Dit verhaal, dat echt gebeurd is, is eigenlijk nog lang niet af. Na die ellendige morgen waarop Emmanuel zijn geduld verloor volgden een paar ellendige dagen met boze mensen, gemene leugens en valse plannetjes om Emmanuel het leven zuur te maken. Toen ik het allemaal opschreef werd het een veel te lang en helemaal niet leuk verhaal. Daarom vertel ik alleen nog maar hoe het uiteindelijk afliep: Na een week riep de raadsman van het dorp alle mannen bij elkaar voor een vergadering. Iedereen mocht zeggen wat hij dacht van Emmanuel en van wat hij gedaan had en Emmanuel mocht zich verdedigen. En toen ze daar zo zaten allemaal, in een kring en niemand kon meer iets tegen een ander zeggen zonder dat iedereen het hoorde, toen bleef er eigenlijk niet meer zoveel over van het verhaal over die slechte Emmanuel. "Ik denk, zei de raadsman, dat jullie het weer goed moeten maken. Emmanuel heeft al geld betaald voor het ziekenhuis. De gewonde is genezen. Emmanuel heeft om vergeving gevraagd, ik denk dat de andere mannen nu om vergeving moeten vragen omdat ze Emmanuels land wilden stelen." Er viel een lange stilte.
Thierry keek om zich heen. Zou iemand protesteren? Nee. Emmanuels oom stond langzaam op en gaf zijn neef een hand, zijn helper stond ook op. En zo kwam het toch nog goed.
Thierry mopperde nog wat, maar voorlopig zou er niet meer kwaad gesproken worden over Emmanuel. Zijn vrouw was heel verbaasd toen hij later vertelde hoe het gegaan was. "Ik kan het niet geloven, zei ze, ik had gedacht dat de jaloezie zou winnen, jij niet?" Emmanuel haalde zijn schouders op en lachte. "Ik heb niks gedacht, ik heb alleen maar gebeden, zei hij toen, en nu heb ik een heleboel te danken. En weet je wat... zondag geven we een feest. Ik koop vlees en flesjes drinken en we nodigen de buren uit en oom en tante en iedereen die er wat mee te maken had." En zo gebeurde het.