Opwekking, vroeger en nu

1993-04-09
  • Jaargang 37
  • nummer 8
Een eeuw na de grote 'opwekking' van 1858/1859,eerst in de Verenigde Staten, daarna in' N. Ierland en Wales, heeft de bekende Londense prediker D. Martyn Lloyd Jones in Westminster Chapel een serie preken gehouden over de achtergronden van en de voorwaarden voor een geestelijke opwekking.
Twee jaar voor zijn dood in 1988, zijn deze preken uitgegeven onder de titel: REVIVAL, can we make it happen?: Opwekking: kunnen wij die maken?
Deze preken zijn nu in een Nederlandse vertaling uitgegeven onder de titel: TOON MIJ NU UW HEERLIJKHEID, met als ondertitel: Over de noodzaak van opwekking. Het is jammer dat deze ondertitel niet is bewaard gebleven. Die haakt immers messcherp in op het tweede doel van de prediker. Zijn eerste doel is de gemeente te dringen tot gebed om een nieuwe opwekking (een nieuwe openbaring van Gods heerlijkheid). Maar Lloyd Jones' tweede belang is te laten zien, dat wij mensen zo'n revival niet kunnen maken. Telkens maant hij zijn hoorders het oor niet te lenen aan de ideeën van de Amerikaan Finney (ook in Lloyd Jones' boek over de Puriteinen).
Hij verwijt deze opwekkingsprediker ondiepte in zonde-en-genadekennis en maakbaarheid van de 'opwekking'.
Finney praat en denkt als een jurist, zegt Lloyd Jones. Als je dit en dat maar organiseert (een grote evangelisatie-campagne b.v.) dan ben je zeker van het resultaat! Opwekkingen kun je plannen, aldus Finney.
Lloyd Jones gruwt van die gedachte.
Een echte opwekking - zegt hij - komt alleen van boven, ten tijde dat de Here Zich ontfermt. Meestal begint zo'n opwekking heel klein, bij een onopvallende man of vrouw, die in het geheel niet in de gaten heeft dat de Here bezig is iets groots met haar of hem te doen. Lloyd Jones denkt dan aan figuren als Pietje Baltus bij ons, de eenvoudige vrouw, die zo'n grote invloed heeft gehad op de bekering van Abraham Kuyper. Via zo'n 'kleine' in Gods rijk, behaagt het de Here dan te komen tot een uitstorting van wonderbare en soevereine genade over een volk, dat Zijn wegen had verlaten. Lo Ammi wordt weer Ammi. Waarom? Omdat de Here daar plezier in heeft!! Daarom en nergens anders om!
Als dit vast staat, komt de vraag op, of we dan gedoemd zijn tot machteloos afwachten. Lloyd Jones' antwoord is: Neen, we kunnen preken. We kunnen preken over zondenood en over heerlijke bewijzen van Gods genadig komen in het verleden en zo kunnen we het verlangen en gebed van de gemeente wakker roepen dat uitmondt in dè bede: Och dat Gij de hemelen scheurdet, dat Gij nederkwaamt. Over dit gebed uit de diepte (Jes. 64, 1) gaat de slotpreek van de serie van 24, die samen dit boek uitmaken.
Preek-technisch zijn Lloyd Jones' preken over het Oude Testament dikwijls niet zo interessant. Tenminste die uit het Oude Testament niet. Er zit vaak weinig exegese achter. Hij maakt vrijmoedig gebruik van de kapstokmethode.
Een dikke 'brochure' over de zonden en hardnekkigheden van de kerk wordt hoofdstuk na hoofdstuk geparkeerd onder de kapstok van één tekst. Zo preekt hij zes keer over Gen.
26, 17 en 18. Daar wordt verteld dat Izak de waterputten opgroef, die zijn vader gegraven had en die de Filistijnen na Abrahams dood hadden dichtgestopt.
De toepassing is: wij moeten de rommel die wij ofanderen in Gods bronnen gestopt hebben, weghalen, anders kan er geen opwekking komen.
Maar wie de moeite neemt deze 'brochure' door te nemen wordt getroffen door de bijna chirurgisch-scherpe analyse van de zondenood van de christenheid van vandaag. B.V. die van de 'dode orthodoxie' (preek no. 7).
Daar ligt de kracht van Lloyd Jones en daarom is zijn werk voor ons naar mijn mening waardevol.
De serie die hij voor zijn Londense gemeente hield, doorloopt in feite drie stadia: ellende, verlossing en gebed (staat bij ons in het stuk der dankbaarheid).
In de tweede groep preken laat hij zien hoe de Here vroeger in genade weerkeerde tot Zijn volk. Als de Here zich b.V. na de zonde met het gouden kalf heeft laten verbidden en in majesteit tot Zijn volk weerkomt, mag Mozes iets van Gods heerlijkheid zien (Ex. 33 en 34). Daarbij zet de Here hem in de rotsholte en bedekt Hij hem met Zijn hand, anders zou Mozes gestorven zijn. Kijk dat is wat anders dan een bekering die wij mensen organiseren via een campagne! Bij echte revivals is het voorgekomen dat mensen bij de openbaring van Gods heerlijkheid, tegen de grond sloegen en even buiten kennis raakten. Zoiets organiseer je niet! Weliswaar moeten we niet teveel op die buitengewone uitingen van Gods komen tot Zijn volk letten.
Meestal gaat het daarbij 'gewonèr' toe. Maar dat neemt niet weg dat de gemeente ook bij dat 'gewonere' komen van de Here, verpletterd wordt door besef van zonde, schuld en onwaardigheid, om daarna te komen tot momenten van overlopende dank, lofzegging en aanbidding.
Wat het derde deel van de prekenserie betreft: daarin ligt de nadruk op verootmoediging en gebed om de wederkeer des Heren tot Zijn verlaten en getuchtigde volk. Pas in dat deel las ik enkele preken (over Jes. 62-64) waarvan ik dacht: op die manier wil ik ook zelf graag eens een preek maken over deze tekst. Dat kan heel gemakkelijk.
Lloyd Jones is zo apart en onze situatie is zo anders, dat een eigen verwerking geen probleem vormt. Voor ons, vrijgemaakten van na 1944, is een vergelijking met de zgn. doorgaande reformatie van belang.
Wat de één teveel heeft, heeft de ander te weinig. Wij vrijgemaakt gereformeerden hadden een teveel aan organisatie.
Ietwat gechargeerd: alles wat buiten de G-organisaties lag, was voor ons buiten kennis. Lloyd Jones wijstais het om wederkeer gaat - elke organisatie af. Het gaat om de diepe kennis van verlorenheid en schuld en om Gods genadige komen tot ons. Die voltrekken zich alleen door Het Woord.
Dat Woord drijft tot boete, berouwen bekering. Bij dat laatste denkt Lloyd Jones vooral aan zedelijke omkeer en verlossing van drankverslaving, ontucht, onbarmhartigheid e.d. De diepte-dimensie van berouwen de bekering tot barmhartigheid hebben in onze kringen soms pijnlijk ontbroken.
Als je maar de goeie keus deed ten aanzien van de organisaties was alles in orde. Andersom was er - als ik me niet vergis - bij de Engelse revivals een tekort aan systematiek en organisatorische vormgeving. Organisatie kan ook Geestelijk zijn! In Engeland en Wales zie je de invloed van een revival na een tijd weer wegebben. Organisaties kunnen een middel zijn om de verworven zegen te bewaren en te doen doorwerken op terreinen waar de Engelse revivals niet zijn doorgedrongen, b.v. dat van de politiek. Ik denk dan niet aan de afschaffing van de slavernij en verschillende sociale wetten, die wel degelijk te danken waren aan het revival, (Lord Shaftesbury), maar echt aan politieke organisatie.
Tot zover deze recensie, die een aanbeveling wil zijn om kennis te nemen van deze prekenserie van Lloyd Jones. Men kan er maar mee gezegend zijn. Het boek is voorzover ik kon beoordelen goed vertaald. Het is keurig uitgegeven.

TOON MIJ NU UW HEERLIJKHEID, Over de noodzaak van opwekking, D. Martyn Lloyd Jones, Ingeleid door drs. W. van Vlastuin, Uitg. J.J. Groen en Zoon. Prijs f 39,95

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief