Waar zijn we mee bezig?
2007-08-17
In de Gereformeerde Kerkbode (Vrijgemaakt) van 6 juli kwam ik een aardig Ingezonden tegen van de hand van ene Henk Baas uit Roden. Typisch iets voor de komkommertijd? Oordeelt u zelf: - Jaargang 51
- nummer 16
Soms overkomt het je. Je blik valt ergens op en je vraagt je af: ‘Waartoe dient dit?’ Dat was het geval bij het lezen van deze kerkbode, 23e jaargang, blz. 376 en 377. Bij elkaar een hele pagina aankondigingen van classisvergaderingen.
Drie in getal. Die aankondigingen triggerden me om meer dan een reden.
Allereerst het taalgebruik. Voor de ingewijden, t.w. predikanten en door de wol geverfde ouderlingen, is dat taalgebruik misschien vanzelfsprekend. Maar wat moet de belangstellende lezer die niet zo in het jargon is ingevoerd, nu met woorden als classis, roepende kerk, constituering, moderamen, memorabilia, deputaten, visitatie, censuur naar art. 48 enz.? Waarom bedienen we ons eigenlijk nog van termen als preses, scriba, assessor? Behalve in het studentenwereldje en in de kerk kom je deze woorden toch nergens meer tegen? Ik kan me voorstellen dat je regionale vergaderingen (want dat is een classis) wilt publiceren. Want zo spoor je lezers aan tot meeleven en meebidden.
Maar deze vorm van publiceren werkt een beetje op de lachspieren en dat wordt nog erger als je tussen al dat archaïsme door ook nog eens tot de conclusie moet komen dat het inhoudelijk allemaal maar weinig om het lijf heeft. Je kunt je in gemoede afvragen wat je mist als zo’n vergadering niet zou worden gehouden.
Dat brengt mij op een tweede punt.
Er ligt een kerkelijke regel dat zo’n vergadering vier keer per jaar gehouden wordt. Agenda met of zonder inhoudelijke punten. Ook een agenda die altijd volgens een vast stramien wordt afgewerkt. Er moet en zal vergaderd worden, ook al zijn er binnen de deelnemende kerken problemen die schreeuwen om aandacht van predikant en/of ouderling. Nu even niet, we moeten vergaderen over (dikwijls bijna) niks. Het heeft iets dwangmatigs.
De procedure gaat voor alles. Het brengt mij tot de conclusie dat een ‘classisvergadering’ behoort tot de kerkelijke rituelen, waarbij de vorm, de regel, de vaste structuur, het winnen van de inhoud. Als ouderling heb ik diverse classisvergaderingen meegemaakt waarin hoegenaamd niets besproken werd, maar die toch moesten doorgaan. Ik herinner me een vergadering die om 19.30 uur begon en die - hoewel de dienstdoende voorzitter er alles aan deed om zoveel mogelijk tijd te rekken - om 20.30 uur al nagenoeg ten einde was.
Echter, dat einde liet nog een uur op zich wachten, “omdat je met goed fatsoen toch nog niet naar huis kan gaan” (aldus de woorden van de voorzitter). Wat mij betreft, het verdient aanbeveling om eens na te denken of onze ‘rituelen’ (er zijn er meer dan alleen deze) als een vorm van beeldendienst, waar maar al te veel kerkleden houvast bij zoeken, niet op gespannen voet staan met wat wij belijden in zondag 35 HC.
Het wordt tijd om eens na te denken over dit symptoom van een naar mijn overtuiging niet meer van deze tijd zijnde kerkelijke traditie. Een levende, missionaire kerk moet zich niet opsluiten in naar binnen gerichte vergaderingen met een naar binnen gericht jargon. Laten we ons richten op de wereld buiten ons met een aansprekend program dat oproept tot geloof in Christus. En dat ons als kerkleden oproept om ons daarop voor te bereiden door, individueel en collectief, de Bijbel te pakken, dat enige houvast op weg naar de toekomst. Want ik ben ervan overtuigd dat we daarin schromelijk tekort schieten. Als we dan zo nodig moeten vergaderen, Iaat het dan zijn met het oog op die voorbereiding.
Kunnen we daarom niet de afspraak maken dat aankondigingen van ‘classisvergaderingen’ (want het is nu eenmaal nog steeds voorgeschreven dat ze elk kwartaal moeten worden gehouden) sober en in algemeen prebeschaafd Nederlands in de kerkbode worden geplaatst? Als voorbeeld hierbij de volgende tekst: “De kerk te ... nodigt de kerken in de regio uit voor de verga¬dering op (datum) in (adres). Aanvang (tijdstip).
Naast de reguliere agendapunten zal met name gesproken worden over (inhoudelijk punt).” Dat lijkt me voldoende.
Twee opmerkingen:
1. Het getuigt ontegenzeglijk van lef dat de redactie dit Ingezonden een plaats heeft gegeven in een nummer met niet minder dan drie lange bladzijden vol met classis- en (particuliere) synodeverslagen; voor dergelijke verslagen geldt immers als regel exact hetzelfde als wat hier wordt opgemerkt over de aankondiging van deze vergaderingen.
2. Als Nederlands Gereformeerden hebben wij de naam ‘classis’ ingeruild voor ‘regio’, we kondigen dit soort vergaderingen niet aan in de kerkelijke pers, laat staan dat we een agenda publiceren. En het gevolg? Dat nauwelijks nog iemand een vermoeden heeft dat dergelijke bijeenkomsten überhaupt plaatsvinden. Dat is dus het andere uiterste...
Drs. Menko Biewenga is predikant van de NGK in Enschede.