Simeon en Hanna: Afscheid of nieuw begin (2)

1993-12-31
  • Jaargang 37
  • nummer 27
Meer dan individueel
In Jes. 40-55werd troost beloofd aan Jeruzalem en aan de gelovige rest van het volk dat vertegenwoordigd werd door de Knecht des Heren. Vanuit die Knechtsprofetieën dus, niet individualistisch gelezen, verdwijnt de persoon van Simeon zelf wat naar de achtergrond en krijgen zijn woorden (in vs. 29-32)de allure van een vreugdevolle proclamatie. Ik doe een poging deze hymnische toonzetting enigszins te benaderen:

Nu laat U, Heer, Uw knecht vrij komen, ja in de vrede die Uw woord voorspelt.
Met eigen ogen ben ik nu getuige van redding aan de volkeren verteld.

Dit licht dat ooit Jesaja al ontwaarde verlicht nu alle volkeren op aarde.
De heerlijkheid van Israël bloeit uit in volkeren getooid als bruid.

Verwondering
We letten nu op de verwonderde reaktie van de ouders. Die verwondering zal hier gekleurd zijn door dankbaarheid.
Stel je voor! Ze hebben het Kind net volgens Joods gebruik voorgesteld aan de Here. Een Galilees stel met het offer voor de armen, twee kleine duifjes. Zo zullen Maria en Jozef zichzelf misschien ook gevoeld hebben in het drukke tempelbedrijf. En daar stond bij hen nu opeens die patriarchale Simeon. Wat een bemoediging! Dat hun deze ontmoeting ten deel mocht vallen! Hij nam de Eerstgeborene in zijn armen en zag door het kleine offer heen! Hij las de gebeurtenis door de bril van de profetie. Deze eerstgeborene zou als Knecht des Heren zelf geofferd worden (Jes. 53), om de falende knecht des Heren (vgl. Jes. 42:18) vrij te kopen. Dat hebben Maria en Jozef toen nog niet beseft. Daarom verwonderden ze zich.

Onbegrip
Ze wisten nog geen raad met het visioen van Simeon. Heil voor het aangezicht van alle volken? Maria heeft wellicht teruggedacht aan de woorden van Gabriël: " ... en de Here God zal Hem de troon van zijn vader David geven."
Dat rijmde niet met Simeons woorden. Deze verbazing zal zich w.s. geuit hebben in woorden, in verwarde vragen.
De verwondering gaat in Lukas bijna altijd gepaard met onbegrip omtrent Jezus 1. Zij wordt steeds meer een indicatie dat er een scheiding door Israël gaat lopen. De mensen rondom Jezus gaan ontdekken dat Zijn weg niet samenvalt met hun verwachtingen. Die scheiding begint bij Maria. Hier, en in 2:48, als de twaalfjarige Jezus tegen de verwachting in nog niet op de terugweg is. Het is nu heel mooi dat Simeon, voordat hij over deze scheiding sprak, hen eerst zegende. We mogen wel aannemen dat Maria en Jozef hem iets toevertrouwd hebben over de gebeurtenissen in Bethlehem. Enthousiaste verhalen misschien. Als een echte vader is zijn reactie in de eerste plaats zegenend. Hij houdt hun leven tegen het licht van Gods genade.

Een zwaard door uw ziel
Maar na die zegen moest Maria een pijnlijk woord horen. (De ernst van dit woord kan ertoe bijgedragen hebben dat wij de jubelroep in vs. 29-32wat getemperd opvingen. De schaduw van het kruis over ons kerstideaal?). Een moeilijk woord dus over de verwerping en tegenspraak die haar Kind zou oproepen, van Godswege. De weg die Jezus zou gaan, zou zijn als een struikelblok voor velen, en als een zwaard door haar ziel. Daarin stond ze model voor wat er met heel het volk zou gebeuren.
In de lofzang van Maria zagen we al dat ze zich met hart en ziel met het lot van haar volk verbonden wist.
Bij velen zou het woord van Jezus tot een storm van protest leiden. Bij vele anderen tot opstanding. Let wel, er staat niet 'positieve reactie', 'vrucht' of 'gehoor', maar opstanding, d.w.z. leven door de dood heen. De scheiding die zich in Israël voltrok was van wereldschokkende betekenis. Dat moet Lukas meer dan wie ook aangevoeld hebben. Er zou geen plaats meer zou voor religieuze elites, voor nationalisme en zelfbehoud, voor soevereiniteit in eigen kring of eigenwillige godsdienst. Een zwaard door uw ziel, dat is nu vooral een indringend woord aan de kerk van het rijke Westen.
Iemand zal misschien zeggen: "Die val slaat toch op het zich verhardende deel van Israël? En aan.die opstanding hebben we toch deel door geloof en genade, in de weg van de rechtvaardiging?" Ja, dat is het antwoord van de orthodoxie waarmee we ons net zo goed als de Joden indertijd in het eigene kunnen verschansen. Op de overleggingen, de motieven komt het aan. Zijn we orthodox voor Gods aangezicht, tot zegen van de naaste, dichtbij en veraf? Uiteraard bezinnen we ons in deze tijd op de vraag hoe en waar we ons licht kunnen laten schijnen. Maar komen we wezenlijk verder?

Met Hanna wel
Stel je voor: zeven jaar getrouwd geweest, daarna meer dan zeventig jaar alleen. Ze had zich niet teruggetrokken in zelfbeklag, maar ze maakte iets moois van haar alleenzijn. Onafgebroken diende ze God in de tempel, in de gemeenschap van haar volk. Haar bidden en vasten laten zien dat ze offers wilde brengen en dat ze niet alleen op eigen zieleheil gericht was. Zodra ze erbij kwam staan en besefte Wie dit Kind was, brak ook zij in lofzegging uit. Degene om Wie ze al die jaren gebeden had was gekomen. Maar waarom zou Lukas ervoor gekozen hebben op de valreep nog het optreden van deze profetes te vermelden?
W.s. niet alleen omdat het hem overgeleverd was, of omdat er een tweede getuige vermeld moest worden. Omdat Hanna een profetes was - en Lukas vermeldt het uitdrukkelijk - mogen we ook haar verschijning op dat moment op zichzelf al in profetisch licht zien. Ze was een dochter van Aser. En ze diende God onafgebroken in de tempel.
Hierbij ging me een licht op: In de dagen van Hizkia ging er een oproep uit naar het tienstammenrijk, naar de (afgedwaalde) Israëlieten: "Geef de Here uw hand en komt tot zijn heiligdom, dat hij voor altijd geheiligd heeft, en dient de Here..." (2 Kron. 30:8). We lezen dan dat 'enige mannen uit Aser, Manasse en Zebulon' zich verootmoedigen en naar Jeruzalem kwamen. Zij deden een goede keus en eeuwen later was daar Hanna! God is een beloner voor wie hem ernstig zoeken. Zij mocht, denk ik, als vertegenwoordigster van de eertijds verloren schapen van het huis van Israël mede getuige zijn van de komst van de Messias. Het lijkt me ook dat Lukas haar, naast Simeon de voorbeeldige Jeruzalemmer, ten tonele voerde als bemoedigend voorloopster van allen die door Gods genade ingelijfd zouden worden in het nieuwe volk van God. Zij loofde mede God. Zij hoorde ook bij de kring van de Godlovers. En haar soortgenoten qua afstamming ('een stelletje Galileeërs') zouden haar navolgen, zie Luc. 24:53.
Zeker, ook voor Maria en Jozef moet de komst van Hanna een bemoediging geweest zijn, na het ingrijpende woord van Simeon. Maar Lukas zal vooral gedacht hebben aan zijn tijdgenoten, de mensen die worstelden met de scheiding die zich door Israël voltrok. Voor hen zal de verschijning van Hanna een troost zijn geweest. En de mensen die net als zij verlossing voor Jeruzalem verwachtten moesten het horen: "Hij is gekomen!"

Noot
1. Thaumadzoo is bij Lukas 'zich verbazen over het onverwachte' en gaat meestal gepaard met onbegrip. Vaak klinkt er ongeloof en kritiek mee. In vrije weergave:
1:21 "Waarom blijft Z. in de tempel?"
1:63 "Waarom niet Zacharias?"
7:9 "Hoe is het mogelijk, zo'n groot geloof bij een nietIsraëliet!" In 11:38 en 20:26 klinkt afwijzing mee.
Zie verder: 2:18; 4:22; 8:25; 11:14; 24:41 en de plaatsen in Handelingen.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief