Ik heb er niets aan, dus blijf weg

1993-12-31
  • Jaargang 37
  • nummer 27
Er was een vraag geweest of de dominee eens een keer een kinderpreek zou kunnen houden. De dominee zat nogal met die vraag in zijn maag. Hij wilde het wel proberen, maar hoe moest je zoiets aanpakken? Het was een onderwerp dat onder de studenten af en toe ter sprake was geweest. Hij had ook wel wat tips onthouden. Toch had hij het als een manco ervaren dat er tijdens de theologie-studie maar weinig aandacht aan was besteed.
Hoe kon je nu een bijbelse geschiedenis het beste tijdens een kerkdienst uitleggen aan de kinderen? En sommige mensen bekeken hem al met zulke kritische ogen....Gelukkig zat er een onderwijzer in de kerkenraad en die kon hem een aantal adviezen geven. De onderwijzer nam ook met zijn predikant de kinderpreek een paar keer door.
Achteraf was het de predikant zelf meegevallen. De reacties van ouders waren positief geweest. Eén van de kinderen had hem zelfs apart bedankt. En een ouder gemeentelid had gezegd dat het net zo goed een preek was geweest voor de volwassenen en dat een gedeelte van de tekst hem nu pas duidelijk was geworden. Het was een pak van zijn hart voor de dominee.

Een boos telefoontje
Maandagmorgen. De telefoon ging. Zonder veel introduktie begon een gemeentelid aan zijn klacht. Waarom dat nou zo nodig moest, die aparte aandacht voor de kinderen. Dat gebeurde vroeger ook niet. Als er nog eens zo'n kinderpreek zou worden gehouden, zou deze broeder niet in de kerk komen. Hij had er niets aan gehad, dus dan kon hij maar beter wegblijven.

Op jezelf gericht
In 'Opbouw' werd in augustus en september aandacht besteed aan de zgn. supermarktcultuur. Het ging in dat verband vooral over jongeren. Maar deze oudere broeder behandelt de kerkdienst ook alsof het een supermarkt is. Ds. Hans Esbach vertelde in een interview met Arie Verhoef (in Koers, 20 augustus 1993)dat de trend van de huidige tijd is: "Als de dominee goed preekt, is het een goede dienst. Als de dominee slecht preekt is het een slechte dienst. Je gaat naar de kerk, wanneer jij daar behoefte aan hebt. En dan alleen daar, waar jij denkt dat je voor jezelf het beste voedsel krijgt. Het is zeer op jezelf gericht".

Gemeenschap der heiligen
"Als de preek vooral op de kinderen gericht is, blijf ik voortaan weg. Ik heb er niets aan, dus ik kom niet." Stel je voor dat we op die manier in vakjes gaan denken. Studenten bezoeken de ene kerkdienst, bejaarden gaan naar een andere kerkdienst. En als de kinderen nu eens zouden gaan zeggen: als de preek op ouderen gericht is, blijven we voortaan weg. Het wonderlijke en het mooie van de gemeenschap der heiligen (en van de leer van het verbond) is nu juist dat we allemaal bij elkaar horen. Jong en oud, academici en weinig geschoolde mensen. Dat de preek soms wat meer accenten heeft voor jongeren en een andere keer weer meer op ouderen is gericht (als je per se in die vakjes wilt denken) doet er dan niet toe.
De reactie van dit gemeentelid is niet alleen een slecht voorbeeld, het is ook principieel onjuist. Willen we de wereld en de kerk alleen bekijken vanuit ons eigen perspectief? Als ik er niets aan heb, blijf ik weg. Of?

De kerk is geen supermarkt
Laten we wel wezen: er kunnen redenen zijn waarom iemand de kerkdienst niet kan bezoeken. Dan past het de ambtsdrager om zich terughoudend op te stellen en iemand de ruimte te geven. Vaker gebeurt het dat mensen om andere redenen weg blijven. De invloed van onze samenleving is daar niet vreemd aan. De geestelijke supermarkt: ik kom alleen als het mij goed uitkomt. Wat is de gemeenschap der heiligen ook alweer? Het betekent in ieder geval dat je trouw bent. Trouw-zijn aan de gemeente doe je door dik en door dun, weer of geen weer, dominee of preeklezer, kinderpreek of preek voor volwassenen. De kerk is nu eenmaal geen supermarkt.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief