Brieven van een moeder

1993-12-31
  • Jaargang 37
  • nummer 27
Mijn moeder werd geboren in Weil in de Bommeierwaard. Daar woonde ze, totdat ze na haar huwelijk naar Zaltbommel vertrok. Ze was 20 jaar, toen haar moeder overleed. Ik ken mijn grootmoeder van moeders kant dus alleen uit verhalen én uit enkele brieven, die ze in het jaar voor haar overlijden schreef aan een oom van me. De eerste brief is van 28 augustus 1912.De vorige dag was mijn grootvader jarig, maar mijn oom Teunis, die al jong naar de grote stad (Rotterdam) was vertrokken was niet geweest:

'...wij hebben den verjaardag vergenoegd doorgebracht als u ook aanweesig waart geweest dat was wel zoo gezellig voor ons geweest u hebt nogal veel vrij voor een dag maar dan kunt u niet naar huis koomen als u er een dag bij kont krijgen dan moet u toch is over koomen...'

Ze schreef alles maar achter elkaar door, was weinig naar school geweest en wist met hoofdletters en leestekens geen raad. Oom Teunis kwam niet zo vaak thuis, hij was al jong vervreemd van het gezin, maar zijn moeder schreef hem trouw over de alledaagse dingen, maar ook over het geloof.

'...vader heeft wel drie weken boerenwerk gemaakt (hij was ook mandenmaker) ... en vader blijft altijt nog maar moe dat beetert maar niets...'

'...u hebt zeeker een Godvrugtig kosthuis...nu ik heb u altijd geweesen op die God die u op u leevensbaan helpen kan en nu hoop ik dat gij u aan hem vast zult sluiten...en dan verlaat hij u niet ik breek af met de pen maar niet met mij hart...'

Op 3 januari 1913 wordt er weer een brief geschreven. Die begint zo:

'Daar wij u brief met veel genoegen ontvangen hebben wil ik u vanavond ook wat van ons laaten hooren het is vanavond uitvoering van de zang begrijpt u wel dat Moeder aleen tuis is ik dacht nu zal ik is aan Teunis schrijven de kersdagen zijn heel gezelig doorgebragt...'

Na wat verteld te hebben over de gebeurtenissen en het bezoek met Kerstmis gaat het zó verder:
'verder is hier ales nog al het zelfde wij haden het ook wel gezelig gevonden als u ook tuis was geweest maar daar moeten wij ons ijgen maar in troosten dat u niet kunt als u wilt als u op mij verjaardag kont koomen (2 februari) dat was wel aardig ik hoop mijn zoon dat wij dit jaar met veel genoegen door mogen brengen 1912 is wel goed geweest wegens de (ge) sondhijt maar u zoo het huisgezin verlaaten wegens uwe toekomst (hij was toen 23 jaar) heelemaal onder de vreemde en joost (een andere broer van mijn moeder) zoo een plan rnaaken dat nog erger was voor zijn Ouders en denk ik savens als ik mij ten rusten leg hoe zal het met de bijden zijn maar ik heb de Heere gebeeden dat toch ales het beste uit mocht vallen...'

Op 1 mei 1913 schreef m'n grootmoeder weer een brief aan haar zoon Teunis:

'...en vernomen dat het u goed gaat in rotterdam en dan moet u door sHeere goedhijd maar tevreden zijn ...'

Er zijn problemen tussen Teunis en zijn meisje:

'ik zou niet graag hebben dat u en Cor moeiten kreegen al zoo lang met elkander gegaan en zoo veel van haar gehouden toen ze te heusden was door weer en wind heene ... en een brief van joost die gaat morgen naar den harskamp (hij was beroepsmilitair) en als hij kan dan komt hij met pinkstere naar huis als u na de pinkstere is een Zondag vrij hebt komt dan ook is met de trijn alleen want vrije dagen zult u nog zoo gou niet heben dan kunne wij nog praaten dat zou wel gezeliger zijn als schrijven teunis denk er om dat u niet laat verlijden van een een ander Meisje want een mens is zwak voor de verlijding...'

De moeder had niet alleen zorgen over haar zoon Teunis, maar ook over zoon Joost:

'...ik heb joost ook 3 weeken geleeden geschreeven die wou met pinkstre naar huis koomen met zijn meisje maar dat stemt vader niet toe als het zijn zin is dan moet hij het voor ons niet laaten...' (het meisje was roomskatholiek, maar ze was later wel de tante van wie ik het meest heb gehouden).

Maar de moeder verzucht:

'...maar het eene swaarighijd is nog niet weg of het ander is er al weer verder gaat het heel goet wij druk aan het schoon maaken de koe heben nog niet gekalfd Ze kunnen nog al is naar den hoogewaart (de wei) tippele pietje (m'n moeder) had het goet naar haar zin gehad in roterdam roei en lies (ook jonge mensen uit Weil, die naar Rotterdam waren vertrokken) waar heel aardig tege haar geweest verders hoop ik het beste van u bijde en schik u nu maar in...
...doet de groete aan u kostvrou en past goed op gegroet van moeder die altijt voor u en joost bid dat jullie het goed gaat'

Enkele weken na deze laatste brief is m'n grootmoeder overleden. Ze was een biddende moeder. Zo zijn er velen.
Gelukkig, want hun gebed heeft kracht.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief