Geestelijke verzorging van militairen

1993-12-31
  • Jaargang 37
  • nummer 27
Rapport van de COMMISSIE van de NEDERLANDS GEREFORMEERDE KERKEN voor de GEESTELIJKEVERZORGING VAN MILITAIREN aan de Landelijke Vergadering van Apeldoorn (1994).
Dit rapport gaat over de werkzaamheden in de periode februari 1990 tot april 1993.

1. De commissie werd op het moment van opstellen van dit rapport gevormd door:
a. Ds. J.M. Smelik te Nieuwegein, voorzitter;
b. Kolonel der Koninklijke Marechaussee b.d. B.H. van Wijk te Apeldoorn, vice-voorzitter;
c. Luitenant-kolonel der Koninklijke Luchtmacht C. Ph. de Goede te Veenendaal, secretaris;
d. G.S. van der Bijl te Ugchelen, penningmeester;
e. Luitenant-ter-zee der Koninklijke Marine J. Leene te Den Helder;
f. Ds. K. Muller te Heerenveen.

In bovengenoemde periode hebben er binnen de commissie enkele mutaties plaatsgevonden.
In 1990traden Ds. Goudzwaard en Ds. J.A. de Vries af; eerstgenoemde werd als voorzitter opgevolgd door Ds. J.M. Smelik, die per 1 okt. 1989 als legerpredikant met functioneel leeftijdsontslag is gegaan. Wegens verandering van functie moesten de leden de Kapitein der Infanterie P.C. van Helden en de Kolonel der Militair Juridische Dienst Mr. C.H. Blok hun lidmaatschap respectievelijk per 16 maart 1991 en 20 maart 1993 neerleggen. Ds. K. Muller aanvaardde medio 1992 het verzoek om als lid toe te treden. Kol. Van Wijk, die in datzelfde jaar aan de beurt van aftreden was, werd bereid gevonden als lid aan te blijven en namens de Commissie zitting te blijven nemen in het CIOM totdat er een opvolger voor deze functie beschikbaar zal zijn.
Dhr. Van der Bijl is in 1993 aftredend. De Commissie hoopt de Kerken binnenkort ter aanvulling op dit rapport de namen te noemen van broeders, die bereid gevonden werden deze vacatures te gaan vervullen.
Bij aanvaarding van dit rapport door de eerstkomende Landelijke Vergadering moge de Commissie zich door de Kerken gemachtigd achten ook in den vervolge namens haar de Geestelijke Verzorging van militairen te behartigen.
De Commissie streeft ernaar de duur van het lidmaatschap te beperken tot vijf jaar, eventueel te verlengen met een tweede periode. Als leeftijdsgrens geldt 65 jaar. Er is een rooster van aftreden.

2. De volgende Nederlands Gereformeerde predikanten zijn in vaste dienst werkzaam. Bij de Koninklijke Landmacht:
a. Ds. P. Dekker, gestationeerd in de Kolonel Palmkazerne te Bussum;
b. Ds. J. Plantinga, gestationeerd in de Legerplaats Oldebroek; c. Ds. C.C. Koolsbergen, gestationeerd in de Generaal-Majoor Kootkazerne te Stroe;
d. Ds. C. Smit, gestationeerd in de Legerplaats Hohne (Duitsland).

Bij de Koninklijke Luchtmacht:
e. Ds. W.H. Louwerse, tot voor kort toegevoegd aan de Hoofdluchtmachtpredikant te Den Haag en sinds begin 1993 gestationeerd op de Vliegbasis te Leeuwarden.
f. Tevens is Ds. J.M. Smelik sinds 1 maart 1991op part-time basis werkzaam in het Militair Penitentiair Centrum te Nieuwersluis.
g. Gedurende ruim een jaar (mei 1990 tot juni 1991) was Ds. A.W. Vos, daartoe afgestaan door de Kerken van Lisse en Heemstede, als 'jaarling' werkzaam in Bussum en Crailo (Kon. Landmacht).

De Commissie is verheugd over het goede contact met de krijgsmachtpredikanten; deze bezoeken tweemaal per jaar de vergaderingen van de Commissie en rapporteren uitvoerig over hun werkzaamheden en bevindingen.
De Commissie is ervan overtuigd, dat hun arbeid zeer veel van hen vraagt, maar ook, dat zij door hen, onder en voor wie zij werken - en ook door hun hoofden van dienst - bijzonder gewaardeerd worden.

3. Aangezien er ook bij de diensten Geestelijke Verzorging van alle krijgsmachtdelen een aanzienlijke reductie doorgevoerd wordt, geldt er sinds enige tijd een personeelsstop. Om die reden moest de Commissie voorlopig afzien van het werven van nieuwe krijgsmachtpredikanten. Wel zal onderzocht worden of er mogelijkheden gevonden kunnen worden om het aantal reservekrijgsmachtpredikanten te vergroten; momenteel zijn er binnen de Ned. Geref. Kerken slechts twee reservelegerpredikanten, te weten Ds. K. Muller en Ds. A.W. Vos.

4. De inbreng van onze Kerken in het CIO-M (Contact in Overheidszaken Militair, een forum waarin de Protestantse kerkgenootschappen, die predikanten aan de krijgsmacht hebben afgestaan, samenwerken) is gewaarborgd door het lidmaatschap van Kol.b.d. B.H. van Wijk. Dat zijn inbreng gewaardeerd wordt bleek wel uit het feit, dat hij is opgetreden als voorzitter van de Commissie Regelingen van het CIO-M. Deze Commissie werd ingesteld met de opdracht voorstellen te doen voor afspraken en regelingen betreffende de voorwaarden, waaraan krijgsmachtpredikanten moeten voldoen voordat zij in dienst treden, en inzake te volgen gedragslijnen in geval predikanten mochten disfunctioneren.

Enkele belangrijke onderwerpen, die in het CIO-M besproken werden, waren de volgende.

a. Het Rapport van de Commissie-Hirsch Ballin over de omvang van de diensten Protestantse, Rooms-Katholieke en Humanistische Geestelijke Verzorging (het zogenaamde 'drie pilaren-onderzoek'); de uitkomst van het onderzoek leidde voor de Protestantse G.V. tot een reductie van het aantal plaatsen van 109 naar 99. Deze vermindering komt nog bovenop de 15% reductie, die voor de gehele G.V. geldt. De omvang van de Protestantse G.V. zal in 1995zodoende 84 formatieplaatsen inhouden: Kon. Marine 15, Kon. Landmacht 52, Kon. Luchtmacht 17.

b. Over het onderwerp 'Scholing en toerusting' werd door het CIO-M een notitie opgesteld en een standpunt bepaald.
Het CIO-M is van oordeel, dat "de bijzondere werksituatie bij het militair pastoraat vereist, dat de krijgsmachtpredikanten beschikken over vaardigheden in het omgaan met grote groepen kerkelijk weinig of niet geïnteresseerde jonge mensen, die kritisch staan tegenover de krijgsmacht waarin velen van hen als dienstplichtige zijn geplaatst - en tegenover de Kerk... Daarnaast dient de krijgsmachtpredikant een gelijkwaardige gesprekspartner te zijn in overlegsituaties betreffende zowel individuele als groepsgewijze (dis)functioneringsproblemen".

Geschiktheid werd door het CIO-M een notitie vastgesteld. Daarin worden als voorwaarden vooraf voor het in dienst treden genoemd:
- opleiding en vorming aan een theologische faculteit of hogeschool met de daaropvolgende kerkelijke opleiding;
- bevoegdheid tot het vervullen van het ambt van gemeentepredikant of predikant in algemene dienst;
- duidelijke motivatie voor het krijgsmachtpastoraat;
- voldoende verwantschap met de in de (in 1986door het ClOM vastgestelde) profielschets genoemde criteria;
- in eerdere functie blijk hebben gegeven van goed pastoraal functioneren en van goede communicatieve eigenschappen;
- in staat zijn te functioneren zonder achtergrond en ondersteuning van een kerkelijke gemeente;
- duidelijke bereidheid tot deelname aan aanvullende scholings- en toerustingsprogramma's.
Verder wordt in dit stuk aandacht gegeven aan een eventueel disfunctioneren en aan het voorkomen daarvan.

d. Meermalen werd binnen het CIO-M gesproken over de toekomst van de Geestelijke verzorging binnen een sterk gewijzigde krijgsmacht. Het CIO-M is van mening, dat de Overheid ook voor een vrijwilligersleger de verplichting van een totaalzorg, dus inclusief geestelijke verzorging, heeft.

5. Gedurende de afgelopen periode hebben Commissie en predikanten zich uitvoerig en intensief beziggehouden met de relatie tussen de Kerken en de krijgsmachtpredikanten. Daarbij kwamen de volgende aspecten aan de orde.

a. Samen met de echtgenotes van de predikanten werden - onder leiding van mevr. De Rijk van de Stichting Jeugdzorg en Maatschappelijk Werkgedachten en ervaringen uitgewisseld over het thema 'Het gezin tussen pastorie en defensie'.

b. De uit 1974 stammende en op sommige punten verouderde 'Regeling voor de kerkelijke positie van krijgsmachtpredikanten' werd herzien en is inmiddels aan de Kerken toegezonden; aan de Landelijke Vergadering van Apeldoorn is het verzoek gedaan uit te spreken, dat deze Regeling door de Kerken aanvaard en vastgesteld wordt.

c. Ter sprake kwam ook, op welke wijze het contact met onze Kerken in het algemeen geïntensiveerd zou kunnen worden. Krijgsmachtpredikanten zouden vanuit hun specifieke werkveld en werkervaring een positieve bijdrage kunnen leveren aan de Ned. Geref. Kerken die hen voor hun bijzondere arbeid hebben afgestaan.
Uit een onderzoek onder deze predikanten is gebleken, dat zij onder meer op het gebied van pastoraat aan randkerkelijken en buitenkerkelijken, van evangelisatie en apostolaat, van crisispastoraat en conflicthantering, van omgaan met vredesvraagstukken en andere problemen van de samenleving een zekere expertise hebben opgebouwd.
Daarnaast is werken in een multidisciplinair team hun niet vreemd. Wellicht zou deze kennis, kunde en ervaring op een of andere wijze, hetzij actief, hetzij in adviserende zin, aan onze Kerken ten goede kunnen komen. De Commissie denkt daarbij bijvoorbeeld aan incidenteel inschakelen van krijgsmachtpredikanten bij gemeentevergaderingen, kerkenraadswerk, regiovergaderingen en jeugdbijeenkomsten - uiteraard voorzover dat naast hun gewone werkzaamheden mogelijk is.

6. De Protestantse Geestelijke Verzorging binnen een veranderde en veranderende krijgsmacht was ook op de vergaderingen van de Commissie met de dienstdoende predikanten onderwerp van gesprek. De Commissie realiseert zich terdege, dat het afschaffen van de opkomstplicht en de veranderde taakstelling van de krijgsmacht (vredestaken overal ter wereld) ook voor het werk van de krijgsmachtpredikanten grote gevolgen zullen hebben. Zijhebben tot taak de vrijwillig dienende militairen (zowel de 'beroepsbepaalde-tijd' als de 'beroeps-onbepaalde-tijd') in een spannend tijdsgewricht vol vragen en onzekerheden wijs en zorgvuldig pastoraal te begeleiden. Intussen wordt ook van henzelf verwacht, ja geëist, dat zij bereid zijn waar en wanneer ook ingezet te worden voor peace-keeping of ook peace enforcing operaties.
Een van onze predikanten, namelijk ds. Koolsbergen, heeft in 1992 een periode in het voormalige Joegoslavië gediend; het boekje, dat hij daarna onder de titel 'Gebed uit Joegoslavië' schreef, laat duidelijk zien, hoeveel er in een dergelijke situatie op een krijgsmachtpastor af komt en hoeveel er van hem gevraagd wordt.
Zo vormen onze krijgsmachtpredikanten - evenals zovele andere categoriale pastores - in zekere zin de voorhoede en pioniersgroep van de Christelijke Kerk in een zich snel evoluerende samenleving en volkerenwereld, waarin meer en meer grenzen doorbroken worden, met alle gevolgen van dien. Om daarin met woord en daad goede getuigen van de Heer van de Kerk, Jezus Christus, te zijn, hebben de krijgsmachtpredikanten de steun, het begrip, de waardering, het meeleven en de voorbede vanuit het kerkelijk thuisfront hard nodig. De Commissie wil de Kerken graag opwekken om hun die metterdaad te bieden.

Meld je aan voor onze gratis nieuwsbrief