Christelijk gedrag
1993-12-31
Toen ik opgroeide in de jaren zestig, heb ik een beetje een merkwaardig beeld van christenen gekregen.- Jaargang 37
- nummer 27
Aan de ene kant waren er de volwassenen, voornamei ijk gereformeerden, allemaal echt gelovig en meestal ook wel een voorbeeld van christelijke levenswandel. Zij gaven mij de dingen mee waarmee ik verder moest in het leven.
Daarnaast waren er de kinderen, bijna allemaal ook gereformeerden behalve dan de vriendinnetjes uit de straat. I.k zat op een gereformeerde basisschool die nu nog steeds bestaat. Toen ik zes jaar werd heb ik nog een klein jaar les gehad in een somber lokaal achter de kerk in K.ampen, daarna verhuisden we naar het nieuwe gebouw. Dat staat er dus nu zo'n 32 jaar.
De eerste jaren kwam ik redelijk door maar al snel is het pesten begonnen.
De kinderen van toen weten er misschien niets meer van maar mij staat het in de herinnering gegrift.
Het heeft zo'n drie, vier jaar geduurd tot aan het eind van de lagere school.
Wat was ik blij dat ik ervan verlost was. Ik ging naar een christelijk lyceum. Blijkbaar straal je iets uit als je zolang het mikpunt bent geweest, bovendien zat mijn grootste vijandin bij mij in de klas. In elk geval ging het allemaal gewoon door, nog eens drie jaar. Toen bleef ik van ellende zitten en kwam tot mijn opluchting in een 3-havo klas waar ik geaccepteerd werd. Dat ik niet meer op de HBS zat kon me niets schelen. Tot mijn verbazing werd ik zelfs populair, ik werd gevraagd voor feestjes, kortom ik bloeide op. Toen ik ging studeren kon niemand meer iets van mijn verleden als muurbloem merken.
Waarom beschrijf ik dit zo uitgebreid? Omdat het mij gevormd heeft. Wat onze kerk betrof: de volwassenen waren okay maar de kinderen, later jongeren, hoefde ik niet. Er is een periode geweest dat ik bewust niet-christelijke vrienden zocht. I.h.a. waren zij een stuk beter te pruimen aangezien zij vaak meer aan echte vriendschap te bieden hadden. Misschien dat ik daarom ook tijdens mijn studie niet echt op zoek was naar mijn eigen kerk of een christelijke studentenvereniging.
Later, toen ik beter wist en erg aardige christelijke jongeren had leren kennen, vond ik dat best jammer. Ik had ze al zoveel eerder kunnen ontmoeten. Dankzij die gespreksgroep in mijn laatste studiejaren, kwam de N.G. Kerk voor mij weer in beeld. Nu kan ik, terugkijkend, zien dat God zelf mijn leven geleid heeft. Als je kijkt naar mijn jeugdervaringen zou ik makkelijk van randgroep-kerkjongere naar niet-meer-kerk-jongere hebben kunnen afzakken.
Het pesten op die gereformeerde lagere school is lange tijd niet serieus genomen. Toen er in de vijfde klas eindelijk iets aan gedaan werd had ik daar geen baat bij, integendeel. Nog meer kwam er op mijn hoofd neer want ik had er immers over geklaagd. Waarom de verhoudingen in die klas zo scheef zaten werd niet aangepakt of opqelost, Klassikaal werd gezegd dat het niet meer getolereerd zou worden. In het geniep ging men toch door.
Het beeld dat een kind krijgt van een christelijke levenswandel wordt even goed bepaald door zijn (christelijke) vriendjes als door zijn ouders en andere volwassenen, dat is mij akelig duidelijk geworden. Heel lang heb ik een gevoel behouden dat christenen vaak mooi doen in het gezicht maar je achter je rug bekletsen. Dat was immers wat ik op school meemaakte.
Nooit zal ik de opmerking van mijn hartsvriendin vergeten, toen die ook mee had gehuild met de wolven in het bos: "ik was bang dat ze mij ook gingen pesten maar ik heb het niet echt gemeend hoor". De vriendschap was voorbij. We speelden nog wel samen maar er was iets gebroken, het vertrouwen was weg.
Natuurlijk maken alle kinderen wel eens dit soort dingen mee. Het leven begint al vroeg zijn harde waarheid kenbaar te maken. Maar het is erg moeilijk als je dat zo op een christelijke school mee moet maken. Daarom let ik er zelf heel erg op hoe mijn kinderen zich op school t.o.v. andere kinderen gedragen. Ik probeer ze duidelijk te maken hoeveel invloed hun gedrag op het leven van anderen kan hebben, hoe snel iets stuk kan gaan. En nog steeds snap ik niet waarom ik vroeger nou net dat zwarte schaap heb moeten zijn.