Jij hoort er ook bij!
1993-04-23
Het statige kerkgebouw is versierd. Voor in de kerk en tegen de zijmuren hangen kartonnen (etens-)borden. Er staan gitaren klaar.- Jaargang 37
- nummer 9
Oe teksten van te zingen liederen zijn achterop behang rollen geschreven. Op de voorste rijen van de kerk zitten veel kinderen. Het is direkt al duidelijk: deze dienst is anders dan anders.
De dienst vormt dan ook de afsluiting de vakantiebijbelscholen die in de voorjaarsvakantie in Den Helder (in verschillende wijken) werden gehouden.
Met deze vorm van kinderevangelisatie werd een al jaren bestaande traditie voortgezet, waarbij leden uit de Christelijke Gereformeerde kerk en de Nederlands Gereformeerde kerk nauw samenwerken. De afgelopen jaren raakten overigens ook leden van andere kerken bij deze vakantiebijbelscholen betrokken.
Zingen met 5 gitaren
"We gaan een paar liedjes zingen", zegt iemand voor in de kerk. De gitaren worden gepakt. En al spoedig zingen tientallen kinderen het hoogste lied: "Laat de kind'ren tot mij komen, alle alle kind'ren". De jongsten kennen de tekst maar nauwelijks, maar ze zijn niet minder enthousiast. De oudste jongens moeten af en toe door stoer gedrag of met een donkere stem laten zien en horen dat ze echt de oudsten zijn en er niet helemaal meer bij horen.
Daarna volgt een lied dat het nog altijd goed doet. "Heb je al een kaartje voor de koninklijke trein?" Vorig jaar de 'tophit' van de vakantiebijbelschool, maar ook nu slaat dit lied van Ellyen Rikkert weer aan. Het wachten voordat de kerkdienst begint ontaardt niet in allerlei minder gewenst gedrag. De aandacht wordt afgeleid, want er valt iets te doen. Er volgen nog meer liederen, zoals: "Jezus houdt van alle kind'ren" en "Zeg, wie heeft gemaakt de bloemetjes?", een lied dat wordt ondersteund door gebaren. Ondertussen stroomt het kerkgebouw vol. De kinderen zingen nog meer. "Lees je bijbel, bidt elke dag", ook weer met gebaren én natuurlijk ook in het engels gezongen.
God begroet ons
Het is tijd. De ouderling van dienst bestijgt de preekstoel. Hij blijkt echter schuil te gaan achter de kartonnen borden en besluit daarom direkt maar weer af te dalen. Een foutje in de regie.
Hij legt meteen maar uit waarom die borden hier hangen. Ze symboliseren de opbrengst van het geld dat de kinderen in de afgelopen week hebben gespaard voor voedsel voor de mensen in Moskou: 120 warme maaltijden.
Na het welkom en de mededelingen wordt er in wisselzang een toepasselijk lied gezongen: "Welkom, welkom in ons midden!" Daarna geeft de ouderling de dominee een hand. De dominee zegt "Dag!" tegen de kinderen en legt uit dat de zinnen die aan het begin van de kerkdienst worden gezegd eigenlijk net zo iets betekenen: God zegt dag tegen ons, Hij begroet ons. Vervolgens spreekt hij de zegen uit, zoals we die iedere zondag in de kerkdiensten horen. Daarna zingen we weer een lied. Dan bidt de dominee met ons; hij vraagt of de Here erbij wil zijn in de dienst en ons wil helpen om goed te luisteren.
Het thema van de bijbelsehool
Nadat we nog een paar liederen en psalmen hebben)gezongen, vraagt Marjolein, één van de leidsters van de vakantiebijbelschool, aan de kinderen of ze naar voren willen komen. Het hele podium staat vol. Daarna legt ze aan de mensen in de kerk uit wat de kinderen in de afgelopen week gehoord en geleerd hebben. De kinderen hebben ook een tekst geleerd. Dat laten ze ook horen: "De Here is mijn kracht en mijn schild, op Hem vertrouwde mijn hart en ik werd geholpen. Daarom juicht mijn hart en loof ik hem met mijn lied", Psalm 28 vers 7".
De afgelopen dagen hebben de kinderen allemaal verhalen gehoord met als thema: "Jij hoort er ook bij". De boodschap was: iedereen mag bij de Here God horen, hoe je er ook uit ziet en wat ze ook van je zeggen. Daar hebben de kinderen'ook een heel toepasselijk lied over geleerd; het was de 'tophit' van dit jaar (een variatie op een lied van Jari Visser): "Eén voor één bijzonder, één voor één; één voor één een wonder, iedereen.
Voor de Here Jezus zijn wij allemaal: één voor één bijzonder, helemaal!"
Rachab, Ruth, Zacheüs en pannekoeken
Maar hoe weet je nu dat je zo bijzonder bent? Dat hebben we niet zelf verzonnen, dat staat in de Bijbel. Er is gekozen uit 3 bijbelse geschiedenissen waarbij God tegen iemand zei: jij hoort er óók bij. De eerste dag ging het over Rachab, die veel goeds over God had gehoortl en er ook bij mocht horen. De tweede dag ging het over Ruth. Zij woondé in Moab, maar zei tegen haar schobnmoeder: "Uw volk is mijn volk, uw Gód is mijn God". Ruth werd de overgrootmoeder van David.
De kinderen heöben ook een lied over Ruth geleerd: "Zeg meisje, wie ben je, waar kom je vandaan?" De derde dag was de dag van Zacheüs én de dag van de pannekoeken. Zacheüs had veel slechte dingen gedaan, niemand wilde meer bij hem horen. Maar Jezus riep hem, want ook Zacheüs hoorde erbij. En toen ging hij zijn geld delen met de arme mensen. Over Zacheüs hebben de kinderen ook een lied geleerd: "Er is geen plaats, er is geen plaats, Zacheüs is te klein". Wat die pannekoeken betreft: dat was natuurlijk gewoon erg gezellig en heel lekker.
Leden van de gemeente hebben een hele ochtend staan te bakken, want tegen 100 pannekoeken-etende kinderen tegelijk in één school valt bijna niet op te bakken.....
Tenslotte wordt nog een lied ten gehore gebracht. Het gaat over de Bijbel als het Woord van God. Als het donker is, wijst dat Woord de weg, zodat je niet kunt verdwalen. Dat staat in Psalm 119.We zingen het vandaag op een andere manier. "Uw Woord is een lamp voor mijn voet en een licht op mijn pad!" Daarbij wordt eerst door de kinderen en later ook door de gemeente (zoveel mogelijk goed in de maat, maar dat lukt niet iedereen) meegeklapt.
De minister van de koningin van Ethiopië
We lezen de geschiedenis van de minister van de koningin van Ethiopië.
Die geschiedenis staat in Handelingen 8.
Daarna begint de dominee met zijn verhaal. "Kráák, kráák, krááááák!" Het gaat over de minister die in zijn wagen terug gaat naar het land waar hij vandaan kwam. Eén van de kinderen heeft direkt kommentaar op deze uitleg: een minister rijdt nooit in een krakende wagen. De dominee laat zich echter niet van de wijs brengen en vertelt verder. De minister was in Jeruzalem geweest. Hij had gehoord over de God van Israël en wilde meer van Hem weten. Maar: er hing een groot bord bij het tempelplein. "Verboden voor niet-Joden!" De God van Israël was alleen voor de Joden! Dus de minister had 4000 km. voor niks gereisd! Hij hoorde er écht niet bij. Iedereen kon het aan hem zien, want hij was zwart.
Hij kon ook nooit Jood worden, hoeveel hij ook studeerde, want hij kon geen kinderen krijgen en dan mocht je nooit op het tempelplein komen. De reis was dus echt helemaal voor niks geweest! Toch had de minister nog wel iets gekocht voor op de terugweg.
Het was een opgerold boek, de boekrol van Jesaja. Daar zat hij nu in te lezen. 'Als een schaap werd hij naar de slachtbank geleid'. De minister snapte er niks van. Maar de Heilige Geest had tegen Philippus gezegd: "Ga jij naast die kar lopen!" En Philippus doet het. Hij vraagt aan de minister of hij snapt waar dat verhaal over gaat. De minister snapt er niks van.
Dan begint Philippus het uit te leggen.
Hij vertelt wie er met dat schaap bedoeld wordt: de Here Jezus. Hij is gestorven voor álle mensen. "U hoort er dus ook bij!" zegt Philippus tegen de minister. Dat gelooft de minister niet, want hij heeft een paar dagen geleden nog gehoord dat hij er nooit bij kan horen. "Nee", legt Philippus uit, "dat is nu helemaal anders. Het maakt niet uit of je zwart bent, of je geen Jood bent, of je geen kinderen kunt krijgen: iedereen mag er bij horen!"
"Moet ik dan weer terug naar Jeruzalem, om daar te bidden?"
"Nee!" zegt Philippus, "u mag thuis bidden, iedereen mag op de plek bidden waar hij woont. Niemand hoeft naar Jeruzalem om dáár te bidden!"
Toen ze bij een riviertje kwamen, heeft Philippus de minister gedoopt. De minister was heel erg blij, hij maakte die hele lange reis van 4000 km. blij terug. (Opmerking van een wijsneus op de voorste rij: "Dat kan niet, het was minder, want hij was al een eindje onderweg!").
De dominee eindigt met een paar vragen: "Wie mag er bij horen?" De kinderen: "Iedereen!" "En wat heb je daar dan aan?" De kinderen: "Heel veel!" "Maar wat dan precies?" Een kind: "Je kunt andere mensen blij maken!" "Precies!", zegt de dominee, "je mag andere mensen blij maken, omdat je bij Jezus hoort. Dat verveelt nooit!"
Het einde van de dienst
We zingen met elkaar nog een paar liederen. Er zit zelfs een canon bij: "'k Stel mijn vertrouwen op de Heer, mijn God". Ook de geloofsbelijdenis wordt uitgesproken. "Ik geloof in God. Hij is mijn Vader. Hij heeft ook mij gemaakt.
Ik geloof ook in de Here Jezus. Hij is de Zoon van God". We bidden met elkaar. Daarna vraagt de dominee of er nog wat borden bij kunnen. Er wordt ook in de kerk gekollekteerd voor de mensen in Rusland (een projekt van Dorkas in Andijk). Als slotzang zingen we de onberijmde tekst van Psalm 117 uit de E&R-bundel. De dominee spreekt de zegen uit. Daarna speelt de organist "Vrede zij u". Hoewel dit lied niet op de liturgie staat, wordt het toch door veel mensen als vanzelf meegezongen.
Voor de kinderen is er nog fris met een traktatie, de ouderen krijgen koffie of thee met koek.
Het was een fijne dienst. We horen er allemaal bij!